Lagere rechtbank in Egypte annuleert verkiezing, maar campagne gaat door

De annulering heeft voor grote verwarring gezorgd. Er zijn vragen over de bevoegdheid van de lagere rechtbank.

Twee weken voor de eerste vrije presidentsverkiezingen moeten plaatsvinden, heeft een lagere administratieve rechtbank in Egypte gisteren beslist dat deze niet kunnen doorgaan. De reden: de commissie die de verkiezingen moet organiseren is niet bevoegd om dat te doen. De verwachting was dat het Hooggerechtshof het vonnis zaterdag ongedaan zal maken.

De kandidaten hebben hun campagnes niet opgeschort. Het grote tv-debat van gisteravond ging gewoon door, al begon het uren te laat doordat kandidaten vast zaten in het verkeer. Maar het vonnis heeft wel de aandacht gevestigd op het juridisch vacuüm waarin de presidentsverkiezingen plaatsvinden. En daar was het advocaat Wael Baghat, de man wiens klacht aan de basis lag van het vonnis, ook om te doen.

„Het is belachelijk dat de diverse kandidaten campagne voeren terwijl we niet eens weten wat de bevoegdheden van de toekomstige president zijn”, zei Baghat donderdag aan de telefoon. Geruzie over de samenstelling van een grondwetgevende vergadering zorgde ervoor dat de verkiezingen plaatsvinden zonder dat er een nieuwe grondwet is. De Egyptenaren weten dus wel voor wie ze stemmen maar niet voor wat. Volgens Baghat is dat „een recept voor burgeroorlog”.

„Stel dat de kandidaat van de Moslimbroederschap wint; dan gaat de broederschap een presidentieel regime eisen. Wint een ander, dan zullen ze juist een parlementair regime vragen. Maar de aanhangers van de andere kandidaten zullen dat niet aanvaarden.” Volgens peilingen ligt Amr Moussa, de ex-baas van de Arabische Liga, op kop, gevolgd door Abdelmoneim Aboul Fottouh, een dissident van de Moslimbroederschap.

Baghat, die in het Mubarak-proces families van de slachtoffers van het regime vertegenwoordigt, heeft op eigen initiatief gehandeld. „Er heerst wantrouwen in Egypte”, zegt hij. „Parlement, verkiezingscommissie, leger: niemand vertrouwt elkaar. Zo kunnen onmogelijk transparante verkiezingen plaatsvinden.” NRC