Jos Joosten is een wetenschappelijke vrouwenhater

Hoogleraar letterkunde Jos Joosten beschuldigde niet alleen Elsbeth Etty van onzorgvuldig brongebruik, maar gaf ook vier andere vrouwen ervan langs. De vraag dringt zich op of Joosten niet gewoon een onredelijke vrouwenhater is, schrijft Stine Jensen.

Illustratie Adam Zyglis

De Nijmeegse hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten trompetterde een week of wat geleden hoog van de toren dat hij Elsbeth Etty beschuldigde van „onzorgvuldig brongebruik”. Opmerkelijk is dat alleen Etty de krantenpagina’s haalde, hoewel ook twee andere vrouwen in Joostens boek Staande receptie ervan langs krijgen: Connie Palmen en Renate Dorrestein.

Palmen „herkauwt”, volgens Joosten, „al decennialang bekend werk”, hoewel ze doet of het haar eigen vondsten zijn, „ze denkt tweedehands” en ze „steelt”, „rooft” en „kopieert”. Zo duikt in haar werk een „verminkte schim” op van het werk van Pierre Bourdieu. Joosten noemt haar badinerend „Serieuze Schrijfster” en schuift een onwetendheid van een interviewer – Frénk van der Linden zegt iets over haar „proefschrift” – op het bord van Palmen.

Ook Renate Dorrestein wordt „fantasierijk gebruik van bronnen” verweten. Hierbovenop verwijt hij haar zelfplagiaat. Dorrestein was „zo tevreden” met haar eigen werk dat ze eerdere publicaties bewerkt, verbetert en opnieuw publiceert. (Het boek van Joosten zelf is overigens een verzameling eerder gepubliceerde, vertaalde en bewerkte artikelen, maar dit terzijde.) Dorrestein is „onsystematisch” en heeft „gebrek aan denkkracht”. Ze wordt bovendien gediskwalificeerd met bijvoeglijke naamwoorden als „eenvoudig” en „simpel”.

In de slipstream hiervan bekritiseert Joosten ook twee andere vrouwen: Pauline Slot en Susan Smit. De laatste is iemand die zich „afficheert” als een ‘literair recensent’ – neerbuigend schrijft Joosten dat ‘literair recensent’ tussen aanhalingstekens. Joosten neemt als hoogleraar geen enkele moeite ook maar enige recensie van Smit serieus te lezen, maar vindt het vooral van belang te vermelden dat zij waarschijnlijk „de enige literatuurcriticus is die ooit in een eerder leven een rol speelde in softpornofilm voor SBS 6”. Evenmin kan Slot statistisch denken.

Is het toeval dat het allemaal vrouwen zijn? Wie weet. Nog vreemder misschien is dat Joosten Dorrestein en Palmen verwijt niet-wetenschappelijk te zijn – hoewel geen van beide schrijfsters de pretentie heeft wetenschappelijk te zijn. Een beetje treurig is dat, een hoogleraar die over de rug van schrijfsters en een critica zijn eigen ‘wetenschappelijke’ status wil oppompen. Aan een eigen wetenschappelijk programma in een door een NWO-programma gesubsidieerd boek ontbreekt het overigens in zijn boek.

In zijn oratie beweert Joosten – ik citeer hem trouwens niet uit zijn oratie, maar uit zijn eigen samenvatting van zijn oratie in zijn boek, maar ik ga ervan uit dat hij zijn eigen werk goed samenvat – dat zijn „particuliere” mening over de kwaliteit van een werk niet van belang is. „Voor een boek over de studie van de literatuurkritiek is mijn particuliere mening over Kluun en Gerard Reve in feite even irrelevant als het feit dat ik van The Pixies, het orgelwerk van Herman Andriessen of geroosterde pekingeend houd.” Gelukkig maar. Wat hij over Palmen, Dorrestein, Smit en Slot zegt, is niet van belang.

De literatuurwetenschap verkeert in zwaar weer. Mijn vakgebied wordt met ingang van 2013 opgeheven als zelfstandige studie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar ik jarenlang met plezier vakken doceerde over literatuur(kritiek). Het boek Staande receptie is de slechtste reclame die de literatuurwetenschap zich kan wensen.

Ik zoek nog even ‘misogynie’ op Wikipedia op: „In de eerste plaats kan misogynie een persoonlijke houding zijn, een haat of misprijzen voor vrouwen, hetzij uitdrukkelijk en open, hetzij meer subtiel.” Ik weet niet wie dit lemma heeft geschreven maar er zijn opvallend veel overeenkomsten tussen Jos Joosten en deze definitie. Maar ik laat het graag aan anderen over om hem te beschuldigen van seksisme.

Stine Jensen is filosoof en schrijfster en verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, als docent literatuurwetenschap.