Ingewikkelde dans van Rotterdamse musea om miljoenensubsidies

Het cultuurbeleid van de gemeente drijft Rotterdamse musea tot wanhoop. „Bij elk nieuw college moeten we maar weer afwachten of we nog bestaan.”

De historische schepen langs de Rotterdamse Leuvehaven liggen er verlaten bij. Met gestreken masten dobberen ze in het water. In het midden van de boten drijft een wit kantoortje. Het is het tijdelijke onderkomen van het Havenmuseum. Directeur Rein Schuddeboom kijkt door zijn raam peinzend uit over de oude schepen.

Deze museale haven is over een paar maanden misschien wel verdwenen. Europa’s grootste maritieme openluchtmuseum dreigt failliet te gaan. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) adviseerde twee weken geleden om de subsidie aan het Havenmuseum te halveren. Dat zou volgens de directeur een sluiting van het museum betekenen. Na de zomer wordt duidelijk of het college van B&W het advies overneemt.

Het rommelt al een tijdje in het Rotterdamse museumlandschap. Sinds bekend is dat de stad zo’n 20 procent bezuinigt op culturele instellingen, zijn de musea verwikkeld in een ingewikkelde dans om miljoenensubsidies.

Vorig jaar lieten Museum Rotterdam en het Maritiem Museum een fusie onderzoeken – zij het met frisse tegenzin. De fusie was een wens van cultuurwethouder Laan (VVD). Het plan werd afgeblazen nadat extern onderzoek had uitgewezen dat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit van de musea.

Nu doet de RRKC, het culturele adviesorgaan van de gemeente, een nieuw voorstel: het Havenmuseum moet zijn museale publiekstaken overdragen aan het Maritiem Museum. Maar ook nu lijkt het niet tot een samenwerking te komen. „Het is de vraag met welk Havenmuseum wij samen moeten gaan”, zegt directeur Frits Loomeijer van het Maritiem Museum. „Er blijft niet veel van over.” Het Havenmuseum wordt in het advies gehalveerd: het gaat van 1,7 miljoen naar 750.000 euro subsidie. Het Maritiem Museum wordt met bijna 600.000 euro gekort. Loomeijer: „Als je zo wordt beetgepakt, kun je er geen extra taken bij gaan nemen.”

„Dit voorstel is illustratief voor hoe Rotterdam omgaat met zijn erfgoedmusea”, vindt directeur Schuddeboom van het Havenmuseum. „In het vorige cultuurplan was de gemeente lovend over ons. We kregen zelfs nog 500.000 euro extra erbij. Dan ga je ervan uit dat je op de juiste weg bent. En nu laat men ons gewoon vallen.”

Tegenstrijdig beleid: het kwam de afgelopen jaren vaker voor. Het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam kreeg zeven jaar geleden van de gemeente Rotterdam te horen dat het meer publiek moest trekken. Dat lukte, het museum groeide zelfs uit zijn jasje. Er kwamen fusieplannen. Het OorlogsVerzetsMuseum zou samengaan met het Historisch Museum in een nieuw te bouwen pand. Maar wegens geldgebrek blies de gemeente het plan af.

En in het huidige advies heeft de cultuurraad helemaal geen geld meer beschikbaar voor het OorlogsVerzetsMuseum. Het moet een fusie aangaan met Museum Rotterdam. De directie voelt zich een speelbal van het stadsbestuur. „Wij zijn zeer verontwaardigd”, zegt woordvoerder Anneke Harmsen. „Om de vier jaar krijgen wij een ander advies mee. Dan is het weer een fusie, dan een verhuizing. We moeten bij ieder nieuw college maar weer afwachten of we nog bestaan.”

Loomeijer noemt het cultuurbeleid in Rotterdam „wispelturig”. De gemeente, zegt hij, verandert te vaak van mening. Zo werden in 2006 alle musea verzelfstandigd. Als reden hiervoor gaf het stadsbestuur aan dat het zich niet langer wil bemoeien met de inhoudelijke koers van culturele instellingen. Nu er bezuinigd wordt, gebeurt dat ineens wel, stelt Loomeijer. „Wethouder Laan zei vorig jaar dat we ons meer moeten richten op Rotterdam en steviger samenwerken met Museum Rotterdam. Ze bemoeit zich dus wél met onze inhoudelijke koers. Wat door een voorgaand college werd bepaald, wordt nu met voeten getreden. Zo gaat het al jaren.”

„Ik kan mij voorstellen dat instellingen er wel eens knettergek van worden”, zegt gemeenteraadslid Jos Verveen (D66). „Elke vier jaar zit er weer een nieuwe wethouder die het op eigen wijze wil doen. Je ziet het aan de fusies die de gemeente probeert af te dwingen: het levert vaak veel meer gedoe op dan de voordelen die je op papier dacht te behalen.” De gemeente zou zich volgens Verveen veel terughoudender moeten opstellen.

Ook CDA’er Wubbo Tempel vindt dat de gemeente de neiging heeft om „op de stoel van de culturele ondernemer” te gaan zitten. Tempel: „Ik snap wel dat de gemeente graag een fusie wil, maar je kunt instellingen niet in elkaars armen dwingen die daar geen zin in hebben.”

Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam vindt dat het college in 2008 een verkeerd signaal heeft afgegeven door midden in de kredietcrisis 10 miljoen euro extra aan cultuur uit te geven. „Dat is inconsequent beleid. Instellingen zijn zich aan dat bedrag gaan aanpassen. Hadden we toen geen extra geld erbij gestopt, dan was de verwarring nu veel minder groot geweest.”

En wat nu? Laat musea zelf oplossingen zoeken, zegt Verveen. „Als ze minder geld krijgen, komen ze vanzelf met een fusievoorstel. Dat moet vanuit de instellingen komen. De gemeente kan wel een balletje opgooien, maar laat ze zelf bepalen of ze een verkering aangaan, of een huwelijk. Je moet musea niet uithuwelijken.”