'In verlangen zit een Droste-effect'

De literaire liefdesverklaring van deze week: Filosoof Coen Simon over de roman ‘De dingen’ van Georges Perec.

‘Boeken die indruk maken, lees je als je jong bent. De dingen, de sociologische debuutroman van de Franse schrijver Georges Perec uit 1965, las ik in de jaren negentig, vlak na de afronding mijn studie wijsbegeerte. Een gouden tijd, ik bezat mijn eerste zelfstandige etage in de binnenstad van Utrecht, verdiende vierduizend gulden in de maand als freelance journalist en vaste medewerker van Filosofie Magazine, had nog geen vrouw en kinderen. Ik had tijd en geld te over.

„Beide wendde ik aan voor het kopen van mooie spullen. In tweedehandszaakjes op zoek naar dat ene uitzonderlijke object. Een kastje van de Haagse school, een porseleinen servies uit een treinwagon, glazen van de Trans-Europa express. Ik was verslingerd aan zulke vondsten.

„De bekoorlijkheid van objecten staat centraal in Perecs De dingen. De roman gaat over twee studenten Jérôme en Sylvie die leven in het Parijs van de jaren zestig. Zij zijn bezeten van spullen en gaan mee in de breed gedragen zucht naar luxeartikelen die in die jaren, met de opkomst van de consumptiemaatschappij, overheerst.

„Wat mij onder meer zo opviel aan De dingen was het vreemde soort materialisme van beide hoofdpersonen. Vandaag de dag hebben we een specifiek beeld van het bezit van luxeartikelen. Daar hoort een plaatje bij. Hard werken, groot huis, sociale status. Jérôme en Sylvie weigeren aan dat plaatje te voldoen. Ze wonen in een klein appartement en hun werkzaamheden als reclame-enquêteurs staan niet in verhouding tot de banen van hun vrienden.

„Ik vond het boeiend om te zien hoe Perec zo twee levensbeschouwingen tegenover elkaar zette. Het leven waarop Jérôme en Sylvie neerkijken is het leven van de echte beslissingen. Het Sysiphus leven. Net als Sisyphus moet de hardwerkende mens zijn leven lang vruchteloos een steen een berg oprollen om vlak bij de top de grip op het ding te verliezen. Sisyphus is het gelukkigst als hij naar beneden loopt. De zinloosheid van het najagen van die steen lijkt erg op de sleur van het ‘echte leven’. Albert Camus noemt het in De mythe van Sisyphus de absurditeit van het leven.

„In De dingen analyseert Perec het leven in een kapitalistische samenleving, een analyse die doet denken aan de tv-serie Mad Men. Aan de hand van hoofdpersoon Don Draper, creatief directeur van een New Yorks reclamebureau, wordt daarin duidelijk hoe reclame in de jaren zestig inspeelt op ons verlangen naar een betere wereld. Maar in dat verlangen zit een Droste-effect. Objecten beloven die wereld, maar bij aanschaf blijft dat verlangen hangen.

„Don staat symbool voor deze vruchteloze zoektocht. Wij zijn constant op zoek naar onszelf, naar onze identiteit. Dat zoeken we in de spullen die we bezitten en de kleding die we dragen. Don steelt zijn eigen identiteit van een soldaat die omkomt in de Korea-oorlog. Don Draper is een illusie, net als onze eigen identiteit.

„De dingen heb ik mijn huidige vrouw nog cadeau gedaan toen we elkaar net hadden leren kennen. Toen we gingen samenwonen kwamen haar editie, en het exemplaar dat ik al in mijn bezit had weer samen. Die staan nu naast elkaar in onze boekenkast, twee exemplaren van een boek dat ons op het hart drukt dat we in het bezit van objecten nooit rust zullen vinden.”

Georges Perec: De dingen. Vert. Edu Borger. De Arbeiderspers (1990)