In de aarde gewortelde zeesterren

Boven: Beachhouse (night, mist), houtskool, krijt, pastel op schoolbord, 2009 (244 x 122 cm) Onder: Beachhouse (Blue loft), houtskool en pastel op gekleurd papier, 2010 (280 x 100 cm) Uit besproken boek

Sandro Setola: Drawings. 68 blz. € 20,– ISBN 978-90-9026223-9. Zie ook www.sandrosetola.com

De Albanese schrijver Ismail Kadare (1936) weet alles van terreur. Met dank aan de communistische dictatuur waar het volk van 1944 tot 1992 in gevangen zat. In zijn roman Het dromenpaleis duikt hij af in de krochten van een overheidsgebouw uit die tijd – in de sinistere gangen, het vale licht, de zinloze kringloop van zinloze dossiers. Hij laat je voelen wat de staatsslaven van Albanië gevoeld moeten hebben. Stap voor stap transformeert hij de lezer tot zo’n werknemer; je holt in gedachten zelf heen en weer door de gangen, je verdwaalt zelf op elke etage, en je hijgt naar een uitgang die er niet is.

Het werk van tekenaar, beeldhouwer en videokunstenaar Sandro Setola (Heerlen, 1976) roept Kadares roman in herinnering. Zijn tekeningen zijn groot, donker en dreigend, zoals ook het boek laat zien dat hij onlangs heeft uitgegeven. Architectuur is Setola’s belangrijkste thema, maar dan wel imaginaire architectuur, in een akelig kale wereld en een verontrustend milieu. Setola’s werk laat zich niet etiketteren als science fiction, daarvoor scheert het nog te dicht langs de voorstelbare verbeelding. Sterker nog, met behulp van computers zouden zijn bizarre bouwplannen best te realiseren zijn.

Bij zijn landschappen is dat lastiger. Neem de bijna drie meter brede tekening ‘Palasten’ (2009). Er is blijkbaar een regen van neutronenbommen op de planeet gevallen. Geen spoor van leven, het landschap is mismaakt geraakt. Er staan alleen nog stalactieten. Opgemarcheerd uit onderaardse grotten, waaieren ze breed uit en groeperen zich tot een onbegaanbare vlakte vol messcherpe tentakels waartussen die ene mens die misschien nog wél leeft, zich niet staande zal houden.

Schelp

Setola’s gebouwen zijn tekentechnisch niet minder imposant. In de serie Beachhouse bijvoorbeeld – twee, drie meter brede tekeningen – kom je steeds een constructie tegen in de vorm van een omgekeerde schelp, zo eentje die vroeger in kerken als doopvont werd gebruikt. In een van zijn dromen, zo vertelde Setola onlangs tegen interviewer Gijsbert van der Wal in het VPRO-radioprogramma De Avonden, stond zo’n gebouw hem ineens gaaf voor ogen. Hij hoefde het de volgende ochtend alleen nog maar uit te tekenen.

Op de ene versie waaiert het Beachhouse langs een inktzwarte kustlijn uit als een dunne doek. Het zal bij storm, nacht en ontij geen enkele bescherming bieden. In andere gedaanten lijkt het op een kolossale, veelpotige zeester, van glas, van ingenieus gevouwen papier, of rustend op steenstompen, in de aarde gepoot als boomwortels. Op de drempel van dat laatste Beachhouse lokt een onwerkelijk diepblauwe zee.

Sandro Setola, opgeleid aan de academie in Den Bosch en de Rijksacademie in Amsterdam, heeft al vele (groeps)tentoonstellingen achter de rug. In 2009 ontving hij de Charlotte van Pallandt Prijs. Dat verbaast niet, want hij kan virtuoos ‘goochelen’ met houtskool, pastel, wit en zwart krijt, met iele en krachtige lijnen. In de inleiding van zijn boek schrijft hij gefascineerd te zijn door natuurlijke processen: groei en sterkte, expansie en isolatie, metamorfose en kristallisatie.

Daarnaast verdiept hij zich in utopische en experimentele architectuur. Mies van der Rohe en Le Corbusier beticht hij ‘van een drang naar perfectie die tot een soort levenloosheid leidt [...] iets wat wat soms haaks lijkt te staan op de primaire functie van architectuur: het herbergen van levende wezens.’ Zijn eigen gebouwen moeten kunnen blijven doorgroeien en als organismen transformeren.

Alpen-architectuur

Een curieuze man die Setola, want hij blijkt bij nader inzien zijn stalactieten-landschap te ontlenen aan de ‘Alpine Architektur’ van de Duitse architect Bruno Taut (1880-1938). Een Duitse architect en publicist die op de toppen van de Zwitserse Alpen als majestueuze kristallen een aantal paleizen en kathedralen van glas en staal wilde optrekken. Toch jammer dat dat niet gebeurd is.

Waarschijnlijk kunnen wat Setola betreft ideeën als deze niet gek genoeg zijn. Maar het is hem ook ernst, want zijn tekeningen verwijzen net zo goed naar nieuwe imaginaire ideologieën. Want ideologieën pakken voor de mens vaak fataal uit.

Kijk ook naar zijn serie ‘Gate’, bijna drie meter brede oceanische damwanden van gewelfde betonkolossen. Dit werk verwijst niet naar het hek in Israël dat velen dan reflexmate berde brengen, maar naar al die andere landen – Mexico, Turkije, Spanje, Amerika, Saoedie-Arabië, Cyprus – die met muren en hekken anderen buitensluiten.

Ooit moet er een film komen van zijn spookconstructies, schrijft Setola. Sculpturen en video’s zijn er al. Ach ja, ook hij wil zoveel mogelijk media benutten. Dat hoeft niet echt, want de tekeningen volstaan ruimschoots om je in zijn duistere fantasiewereld mee te sleuren. Voor Ismail Kadare en vele anderen zijn ze een Aha-erlebnis.