Ik denk dat ik nu eindelijk vrij ben

De blinde Chinese dissident bereikte de Amerikaanse ambassade in Peking mede door hulp van de Amerikaanse regering. Per e-mail geeft hij uitleg over zijn vlucht.

Correspondent China

„Ik heb maandenlang nagedacht, maar ik heb nooit kunnen bedenken dat het zo zou aflopen. Ik dank God.” Via zijn advocaat Teng Biao beantwoordt de blinde dissident Chen Guangcheng (41) per e-mail enkele vragen van deze krant. Bezoek ontvangen voor interviews is uitgesloten in het Pekingse Chaoyangziekenhuis. Op een afgesloten afdeling herstelt hij van de verwondingen die hij opliep bij zijn vlucht. Interviews zouden de informele, geheime overeenkomst over zijn vertrek naar de VS in gevaar kunnen brengen. „Ik denk dat ik nu eindelijk vrij ben. Ik zit nu wel opgesloten, maar ik vertrouw erop dat ik naar de VS kan om te studeren en daarna als vrij man kan terugkeren. Het wekt vertrouwen dat ik onder de bescherming van de centrale overheid sta”, aldus Chen.

De autoriteiten in zijn geboorteprovincie Shandong hebben dinsdag zijn aanvraag voor een paspoort in ontvangst genomen en een Amerikaans studievisum is gegarandeerd. Mogelijk deze week, maar waarschijnlijk volgende week kan Chen met vrouw en twee kinderen China verlaten om aan de New York University rechten te gaan studeren.

Dat zijn paspoortaanvraag in behandeling is genomen is volgens advocaat Teng Biao een positief signaal en „een erkenning van het feit dat Chen Guangcheng niets misdaan heeft en ten onrechte 19 maanden onder zwaar huisarrest gesteld was”. Chen werd een gevangene in eigen huis na vier jaar gevangenisstraf wegens het verstoren van de orde. Een gunstig teken is ook dat de Chinese staatsmedia na jaren van zwijgen zijn juridisch advieswerk op het platteland nu in positieve zin beschrijven.

Chen vertelt dat hij op zijn vlucht „door God is beschermd en door mensen met een geweten is geholpen”. Om te ontsnappen aan zijn tachtig bewakers (politie, staatsveiligheid en lokale handlangers van de partij) moest hij over acht muren klimmen en vier grotendeels uitgedroogde beken oversteken. Hij brak zijn rechtervoet en liep schaafwonden op. Boeren in een naburig dorp lieten hem schuilen in een varkensstal en belden op zijn verzoek naar zijn vrienden. „Ik had niets kunnen voorbereiden en ik ben ook niet geholpen door de Amerikaanse ambassade. Het is belangrijk dat iedereen dat weet”, aldus Chen via advocaat Teng Biao.

Na zijn ontsnapping werd Chen op een afgesproken punt aan een snelweg opgehaald door een bevriende lerares Engels die met hem naar Peking reed. Daar kreeg hij drie nachten onderdak bij vrienden die contact zochten met de Amerikaanse ambassade met het verzoek hem diplomatieke bescherming te geven.

Dat verzoek leidde tot topberaad in Washington. Volgens een reconstructie van The New York Times keurde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton persoonlijk het plan goed om Chen „binnen te halen” en onder Amerikaanse diplomatieke bescherming te plaatsen. Chen bereikte de Amerikaanse ambassade na een rit door Peking waarin hij tweemaal van auto moest verwisselen.

Na overleg met president Obama nam Clinton haar beslissing, in de wetenschap dat de Chinese autoriteiten furieus zouden reageren, maar dat de zaak niet zou leiden tot een grote breuk in de Amerikaans-Chinese relaties. Clinton volgde de zaak van Chen al jaren en had hem op de lijst van „speciale mensenrechtengevallen” geplaatst.

Over de daaropvolgende dagen en de onderhandelingen over zijn status willen Chen en Teng Biao niet veel vertellen, omdat dat zijn vertrek naar de VS en de veiligheid van zijn familie in gevaar kan brengen. „Ik maakte mij vooral zorgen om mijn vrouw en kinderen en dat doe ik nog steeds”, aldus Chen. Voor zover bekend zitten een neef en een schoonzus van Chen nog vast. De zorg om zijn familie speelde vorige week een grote rol in de ontwikkelingen. Chen wilde eerst om veiligheidsredenen op de Amerikaanse ambassade blijven, maar veranderde daarna van mening.

Volgens in The New York Times geciteerde Amerikaanse diplomaten dreigden de Chinese autoriteiten Chens vrouw en kinderen die naar Peking waren gekomen terug te sturen. Chen besloot daarop de ambassade te verlaten, tegen de zin van zijn advocaat. Daarbij speelde mee dat hij bloed in zijn ontlasting had en voor kanker gevreesd werd. In het ziekenhuis bleek het een relatief onschuldige dikkedarmontsteking te zijn.

Volgens Amerikaanse zegslieden in Washington waren de Chinezen verontwaardigd over deze handelwijze op Chinees grondgebied, wilden ze niet onderhandelen over een Chinees staatsburger en dreigden ze de Amerikaans-Chinese top in Peking van vorige week te annuleren. Toen de VS ook bereid bleken de top niet te laten doorgaan en Chen duidelijk had gemaakt het liefst in China te blijven, veranderde de Chinese houding.

De Amerikanen kregen sterk de indruk dat het lot van Chen en zijn familie onderdeel is gaan uitmaken van de strijd achter de schermen tussen conservatieve hardliners en hervormers. De machtsstrijd om de posities in het Politbureau en de koers van China kwam eerder aan het licht door de afzetting van de conservatieve partijsecretaris van Chongqing, Bo Xilai. De Hongkongse media melden bovendien dat het achttiende Partijcongres, dat in oktober het nieuw samen te stellen Politbureau zou moeten goedkeuren, hoogstwaarschijnlijk wordt uitgesteld met twee tot vier maanden. Dat de optie van een studievisum voor Chen op tafel kwam, duidt erop dat de hervormers de overhand kregen.

Het feit dat Chen geen politiek asiel zocht in de VS bespaarde de Chinese autoriteiten aanzienlijk gezichtsverlies. Chen Guangcheng (zijn voornaam kan vertaald worden als ‘eerlijk licht’) heeft zich ook nooit opgesteld als een politieke dissident die voor de afschaffing van het eenpartijsysteem en westerse vormen van democratie pleit. Hij trad als autodidactische jurist vooral op als belangenbehartiger van de boeren in zijn regio. Pas toen hij „als herboren christen” ging ageren tegen gedwongen abortussen en sterilisaties kwam hij in aanvaring met de Communistische Partij. „Ik wil in de VS rechten gaan studeren om ons land na mijn terugkeer eerlijker en rechtvaardiger te maken, net als premier Wen Jiabao dat wil. Met hulp van God zal dat ook gebeuren”, aldus Chen Guangcheng.