Hondentrouw

H et is dat zuiderlingen lui zijn in de liefde, anders zou Dick Advocaat deze week op een bloemenkar en onder een triomfboog in Eindhoven zijn binnengehaald.

Nieuws kan ontroeren: Dickie terug bij PSV. Ik kan niet wachten om hem in zijn dug-outoperette te aanschouwen. Geen groter theaterdier dan Dick. Als de bal rolt, transformeert hij in vuurstenen.

Waanzinnig mooie man.

In iedere ademstoot zit de afrekening met een onbestemde jeugd, een beperkte spelerscarrière, het grote onbeminde. Maar als vechtcoach kent hij zijn gelijke niet. Gertjan Verbeek verbleekt in zijn gesticulatie tot stilstaand ijs. Nog mooier: Dick is geen vertolker van furie, hij is furie.

Nooit vergeet ik het telefoontje, winteravond jaren negentig. Ik had in deze krant openhartig, zij het retorisch de vraag gesteld: waar is toch de man van de wereld gebleven in Dick Advocaat? Ik zag alleen nog vlaai op noppen. Soms heb je zo’n vlaag van zinsverbijstering dat je meent te weten wat een man van de wereld zou zijn.

Dick vroeg me korzelig wie dan wel man van de wereld was. Ik stamelde iets over Kovacs en Beenhakker. Toen klapte hij: „Ik ga niet voor de wereld, ik ga voor PSV.”

Hondentrouw.

Alle zelfjubel van de maestro, die later de hele wereld over zou gaan, blafte hij af. Dick wou door anderen benoemd worden als poldergenius. Daar heeft hij zijn hele leven op gewacht, in Glasgow, in Petersburg, in Korea. Het is hem niet helemaal gelukt, misschien kan het straks nog in Eindhoven.

Eindelijk van epigoon tot grootmeester, naast Rinus Michels.

De keuze voor Advocaat is een gouden greep. Ultieme inpasbaarheid van een sociaal model: in het rijtjeshuis, in de limousine, in vergeefsheid en glorie. Van een kantinejuffrouw op de Herdgang tot Poetin – nog steeds Dick, himself.

Ooit vertelde hij me dat vakantiegeld in het gezin altijd naar nieuwe meubeltjes ging. Nooit één dag op vakantie geweest. Toch, zijn ontzag voor vader was grenzeloos. „Ik durfde als kind niet op zijn stoel te gaan zitten.” En dat is precies het drama van Dick Advocaat: nooit een echte stoel voor hem alleen gehad. Hooguit verweerd doorgaansvehikel.

Zo is ook PSV: verweerd. Niets straalt nog aan deze club. In de beeldvorming lopen ook nog een paar ettertjes à la Toivonen voorop. Bestuur: ondefinieerbare spons, zij het exact naar beeld en gelijkenis van treurwilg-burgemeester Rob van Gijzel.

Het zou best kunnen dat er in Advocaat weer iets van een stad ontstaat. Of een nieuw soort provinciale bravoure. Hij is al vele jaren van de wereld. Van het Midden-Oosten tot de Oeral. Nou, dat kan de geparachuteerde gunsteling Marcel Brands niet zeggen. Alkmaar is hem al te ver.

Afgezien van zijn technische en tactische vernuft is Advocaat een wervende persoonlijkheid. Onbeholpen in het spreken, warm in zijn eenvoud. En je weet altijd dat hij eervoller is dan een stier in de arena van Sevilla. Met inbegrip van een wonderlijk doodsverlangen.

Anders ga je als gefortuneerde zestiger niet meer naar PSV.

Dick heeft zijn leven gehad. Maar hoe zit het met mevrouw Advocaat? Krijgt zij eindelijk ook eens een warm stoeltje in het stadion, een streling op de receptie, een woord van liefde na de wedstrijd? Haar leven was altijd een offer. Zelf wil ze geen Truus van Gaal zijn. Maar toch, Dick: hou eens op met die liturgische Alleingang.

Maak van vuurstenen een zoen.