Handtekeningen tegen een vrije Volkert van der G.

30.000 mensen hebben de petitie getekend tegen de vervroegde vrijlating in 2014 van Volkert van der G. Kan publieke verontwaardiging hem tegenhouden?

Mag Volkert van der G., de moordenaar van politicus Pim Fortuyn, over twee jaar de poort van de gevangenis uitlopen?

Ja, zegt Nico Kwakman, universitair docent straf(proces)recht aan de universiteit van Groningen. „Als hij aan de regels voldoet, houdt niets hem tegen.”

Nee, vindt Hans Smolders, de chauffeur van Fortuyn die Van der G. op 6 mei 2002 op het Media Park in Hilversum achterna rende en hem overmeesterde.

In 2003 kreeg Volkert van der G. 18 jaar cel voor de moord. Hij toonde geen berouw, maar werkte wel mee met het onderzoek.

Als Volkert van der G. zich goed gedraagt en aan een aantal voorwaarden voldoet (contact houden met de reclassering, bijvoorbeeld) komt hij na tweederde deel van zijn straf in aanmerking voor vervroegde vrijlating. In zijn geval is dat in 2014.

Veel te vroeg, vindt Hans Smolders. Hij organiseerde als ‘geschokt en bezorgd burger’ een petitie tegen de vervroegde vrijlating, die inmiddels door zo’n 30.000 mensen is getekend. Volgens de opstellers van de petitie heeft de moordenaar van Pim Fortuyn nooit spijt betuigd over zijn daad en is het niet uitgesloten dat hij nog een keer een moord pleegt. „Deze schokkende uitspraken van deze koele moordenaar waren te horen op TV in o.a. het programma ‘Edwin zoekt Fortuyn’”, staat op de site van de petitie.

En daar zit de pijn. Begin dit jaar sprak Edwin Fortuyn, neef van Pim Fortuyn, telefonisch met Van der G. Dat gesprek werd later uitgezonden in het AVRO-programma Edwin zoekt Fortuyn.

Het zat zo. Edwin Fortuyn had een van de advocaten van Van der G. gevraagd of hij Volkert zou kunnen spreken. Volkert belde hem daarop terug, toevallig op het moment dat Edwin op pad was met een cameraploeg en een presentator voor het programma. Het telefoongesprek, Edwin zat op de achterbank van de Daimler die voor het programma wordt gebruikt, werd gefilmd en opgenomen. Er werd vooral besproken waarom Edwin Volkert zou willen ontmoeten, welke vragen hij zou willen stellen en of Volkert daar antwoord op zou kunnen en willen geven. Volkert van der G. hield zich na elke vraag op de vlakte. Hij gaf ook geen antwoord op de vraag hij de moord, met de kennis van nu, weer zou plegen.

Hij toont geen berouw, concludeert onder meer Smolders.

Dat is geen reden om strafvermindering te weigeren, zegt Kwakman. „Mensen zijn vrij om te denken wat ze willen, zolang ze niets dóén wat tegen de wet is. Wij hebben een daadstrafrecht. Ze worden veroordeeld op grond van daden.”

De woordvoerder van het ministerie van Justitie zegt dat handtekeningen, hoeveel ook, niet de reden kunnen zijn om vervroegde vrijlating te weigeren. „Daar gaan de bevoegde instanties over en niet de politiek of het volk.”

Iets anders is een eventueel proefverlof dat Van der G. binnenkort zou kunnen aanvragen. Daarover beslist de rechter. Die kan rekening houden met gevoelens in de samenleving.