Foto’s van verdachten: kan, maar de krant is geen helper van justitie

Heeft NRC Handelsblad de politieportretten van de „juwelierkillers” nu wel of niet afgedrukt? Opeens verscheen het zwarte balkje – toen ze waren aangehouden Net op de dag dat de media groot uitpakten met foto’s van de voortvluchtige Sandro G. en Ziya B., woensdag 2 mei, kwam deze krant uit in een geheel getekende versie. En

Heeft NRC Handelsblad de politieportretten van de „juwelierkillers” nu wel of niet afgedrukt?

Opeens verscheen het zwarte balkje – toen ze waren aangehouden

Net op de dag dat de media groot uitpakten met foto’s van de voortvluchtige Sandro G. en Ziya B., woensdag 2 mei, kwam deze krant uit in een geheel getekende versie. En daar waren ze: getekende gelijkenissen van de twee, gemaakt door de tekenaar van het vogelvrije duo Fokke en Sukke.

Ze leken, in elk geval genoeg, maar het waren geen foto’s.

Hadden die foto’s er op een andere dag wel gestaan?

Nee, zegt chef Binnenland Gretha Pama: „In een normale krant hadden we de foto’s niet geplaatst. We zijn daar terughoudend in.”

Volgens Pama had de krant mogelijk wel een still genomen uit de camerabeelden van de overval. „Die vormden een deel van het verhaal. Ze maakten het effect duidelijk van de moord op de juwelier, die mede door die beelden een nationale zaak werd. Op zo’n beeld zouden de verdachten ook niet herkenbaar zijn.”

Andere media pakten behoorlijk uit met de politiefoto’s van de twee. De Telegraaf plaatste ze op 2 mei op de voorpagina (Ouders moordduo dwarsbomen politie) en een dag later nóg eens op dezelfde prominente plek (Harteloos moordduo zit vast).

NRC Handelsblad doet dat in de regel niet. De krant wil geen verlengstuk zijn van politie en justitie, volgens het Stijlboek, omdat dat op gespannen voet staat met de journalistieke onafhankelijkheid. Ook het optreden van politie en justitie moet immers kritisch worden gevolgd en becommentarieerd.

Dat spreekt niet vanzelf. In Amerikaanse kranten is het plaatsen van foto’s van voortvluchtige verdachten en arrestanten doodnormaal. Op de site van de Tampa Bay Times uit Florida kunt u bijvoorbeeld „kennismaken met 361 mensen die de afgelopen 24 uur zijn aangehouden”. Met hun naam, geboortedatum, lengte, gewicht, kleur van de ogen en natuurlijk: de datum en reden van hun aanhouding.

Dat heeft te maken met het lokale karakter van de Amerikaanse journalistiek (niet voor niets hebben de meeste kranten daar een stad in hun naam). Er is ook een juridisch verschil: in Nederland, en andere Europese landen is het vervolgen van criminelen een aangelegenheid van de staat, maar in Amerika gebeurt dat namens het volk (The People versus De Jong). Schuld of onschuld wordt er vaak bepaald door een jury. Zulke nationale verschillen brengen een andere opstelling van de media met zich mee.

Daarnaast is er natuurlijk de presumptio innocentiae, een hoeksteen van de rechtsstaat: een verdachte is onschuldig, tot het tegendeel voor de rechter is bewezen. Daar past ook terughoudendheid bij met foto’s (en namen) van verdachten.

Nu is dat een juridisch en geen journalistiek argument. Kranten moeten hun eigen afweging maken. En ook hier spelen nationale verschillen en het karakter van de krant een rol: NRC Handelsblad heeft de rechtsstaat en de rechten van het individu hoog, en pretendeert ook overigens zakelijke journalistiek te bedrijven, vrij van sensatiezucht. Dat verdraagt zich slecht met het groot uitrollen van portretten van verdachten.

Maar dan nog kunnen er goede journalistieke redenen zijn om soms wel een foto te plaatsen van een verdachte, of een dader. Bijvoorbeeld als de krant uit eigen nieuwsgaring bewijs heeft van een misdrijf, zoals de rol van Desi Bouterse in internationale drugshandel. Bij zulk onderzoek moet je natuurlijk wel buitengewoon zeker zijn van je zaak, want de krant is aansprakelijk. En ja, het moet niet gaan om kruimeldiefstal.

Afstand speelt ook een rol. Ook deze krant drukt foto’s af van buitenlandse verdachten, zeker als het gaat om publieke figuren of wereldnieuws. Zie de aanhouding van Dominique Strauss Kahn, of het proces van Anders Breivik. Het zou potsierlijk zijn dat niet te doen.

Een ander voorbeeld: een artikel dat gaat over de discussie over politiefoto’s van verdachten, of het beleid van justitie daarmee. Het is logisch dat je dan ook laat zien waar het debat eigenlijk over gaat, om de lezer compleet te informeren.

Daarom konden die getekende portretten van de Haagse overvallers ook best: het stuk waar die bij stonden, ging over het vrijgeven van politiefoto’s en de redenen waarom justitie het belang van de opsporing zwaarder liet wegen dan privacy (Verdachte gevaarlijk of zwaar delict: weg is de privacy, 2 mei).

Overigens verdedigde ook het commentaar van deze krant het publiek maken van de foto’s door justitie. (De verdachten en de foto’s, 3 mei). Wat niet wil zeggen dat je ze ook nog eens moet afdrukken.

In al die gevallen blijft de afweging: moet het publieke belang voorgaan of de privacy? Is het beeld relevant? Wordt hier de grens met sensatie niet overschreden?

De regel bij deze krant voor foto’s van verdachten is ‘nee, tenzij’, dus niet absoluut nee. Dat vind ik nog steeds een goed uitgangspunt. Het dwingt de redactie na te denken wanneer, en waarom, soms van de regel kan worden afgeweken.

Wat in elk geval niet werkt, is het schuiven met een zwart balkje.

Gek genoeg verscheen dat op tv en in sommige kranten opeens over de ogen van de overvallers toen die eenmaal waren aangehouden.

Alsof die ‘bescherming’ dan nog enig nut heeft.