‘Extremisten vernietigen Timboektoe’

In Timboektoe is deze week de crypte van een heilige vernietigd door islamitische radicalen. „Dit is hetzelfde als het opblazen van Afghaanse Boeddhabeelden in 2001.”

Een moskee in Timboektoe. Inwoners van de stad zijn woedend dat de crypte van een heilige is vernield. Foto AFP

Een buitenlandse interventie is nodig om de historische stad Timboektoe te sparen voor vernietiging door islamitische radicalen. „De extremisten vernietigden er afgelopen weekeinde het mausoleum van Sidi Mahmoud Ben Amar, een in 1465 geboren heilige. De inwoners zijn woedend”, zegt in de Malinese hoofdstad Bamako Baba Haidara, parlementslid uit Timboektoe. „De eeuwenoude manuscripten lopen ook gevaar. Er moet een interventiemacht komen om de stad van de ondergang te reden.”

Timboektoe is een culturele schatkamer van Afrika en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Noord-Mali en Timboektoe werden vorig maand ingenomen door radicaal islamitische rebellen, die aanbidding van heiligen en voorvaderen verafschuwen. „Wat er nu in Timboektoe gebeurt, is net als in Afghanistan in 2001 toen de fundamentalistische Talibaan meters hoge Boeddhabeelden uit de zesde eeuw opbliezen”, zegt Haidara.

Timboektoe telt 333 tombes van heiligen, waarvan er 16 onder de bescherming van UNESCO vallen, inclusief die van Sidi Mahmoud Ben Amar. Vorige maand werd al het standbeeld van Al Farouk vernietigd, de beschermheer van Timboektoe. „Zijn hoofd en dat van zijn witte paard werden afgehakt. Inwoners voelen zich niet meer beschermd door hun geestelijke voorvaderen, hun culturele rijkdom en hun religie wordt hen ontnomen. Het is zuivere terreur.”

Het parlementslid wijst men zijn vinger naar zijn voorhoofd. „De islamitische radicalen van de rebellengroep Ansar ud-Din en Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb maken de dienst uit in het centrum van Timboektoe en ze begrijpen niets van onze cultuur en ons geloof. Ze denken ons te moeten leren wat de juiste religie is. Al eeuwen geleden was Timboektoe het centrum van islamitische geleerden.”

Sidi Mahmoud Ben Amar was in 1498 imam in Timboektoe. Hij stond aan hoofd van de grootste universiteit bezuiden de Sahara. Gelovigen kwamen eeuwenlang bij zijn crypte bidden, tot de radicalen na hun overname van de stad ruim een maand geleden zeiden dat dit niet „haram” is, niet toegestaan in de islam.

In Noord-Mali wonen goeddeels soefi’s, gematigde moslims die aanbidding van heiligen toestaan. „De extremisten respecteren deze culturele erfenis echter niet, ze verbieden iedere vorm van sociaal en cultureel leven. Op deze manier ontnemen ze ons onze identiteit”, zegt Samuel Sidibe, directeur van het nationale museum in de hoofdstad Bamako.

Sidibe kreeg in 2007 uit handen van prins Friso de Prins Clausprijs uitgereikt. Ook hij maakt zich zorgen over de rijke culturele schatten in Mali nu de helft van het land onder controle is van islamitische fundamentalisten. „Ik heb er even over gedacht om het museum in Bamako te ontruimen en de spullen naar het buitenland te brengen, maar ik denk dat de hoofdstad nog geen gevaar loopt. Als ze naar mijn museum komen, zullen ze alle standbeelden en maskers verwoesten. Ze willen onze geschiedenis vernietigen.”

Sidibe nam contact op met het Malinese Rode Kruis in een poging de eeuwenoude manuscripten in Timboektoe te redden. „De coördinator van het Rode Kruis nam contact op met Ansar ud-Din in Timboektoe. Hij vroeg de rebellen of we de manuscripten mochten weghalen, maar dat weigerden ze. De fundamentalisten zeiden dat ze veilig waren, maar ik ben er niet zeker van.”

In de zestig bibliotheken van Timboektoe liggen tienduizenden oude boeken en manuscripten opgeslagen, sommige wel 800 jaar oud, uit de gloriedagen toen de stad het centrum van geleerden en studenten was. Parlementlid Haidara vreest dat de rebellen ze zullen vernietigen. „Westerlingen uit de hele wereld kwamen om ze te bekijken en deze extremisten haten blanken en christenen, dus dat is een goede reden om ze vernietigen”.

Museumdirecteur Sidibe ziet ook een ander gevaar: „De manuscripten zijn miljoenen dollars waard, een schat voor terroristen die om geld verlegen zitten. Het risico bestaat dat ze zullen proberen ze te verkopen op de zwarte markt. En we kunnen niets doen, want het Malinese leger is machteloos om het noorden op korte termijn te heroveren. Daarom vraagt Haidara om een militaire interventie. De situatie is rampzalig.”