Europese steur uitgezet in Rijn en Waal

Vijftig steuren worden deze maand losgelaten in Nederland. De rivieren zijn schoon genoeg voor deze bijna uitgestorven vis. En ze kunnen weer naar zee.

Wouter Helmer staat langs de Waal en wijst over het water. „Vroeger was deze rivier zo goed als dood. Het dieptepunt was in 1986. Er zat geen leven meer in. En moet je nu eens kijken: er leven wel veertig soorten vis.” Helmer, directeur van natuurorganisatie ARK, heeft een feestelijk weekje achter de rug. Donderdag werden drie steuren losgelaten in Rotterdam; gisteren was het de beurt aan nog eens veertien stuks van deze „indrukwekkende zoetwatervis”. Ze werden teruggezet bij Nijmegen. Later deze maand volgt de rest van in totaal vijftig steuren.

Er leven al minstens 200 miljoen jaar steuren op aarde, maar het gaat niet goed met deze vissen. Van de 27 soorten steur zijn er 17 ernstig bedreigd met uitsterven. Ook de Europese steur (Acipenser sturio) is vrijwel uitgestorven. Er zijn er nog maar enkele honderden, vrijwel allemaal in het estuarium van de Gironde bij het Franse Bordeaux. In Nederland werd de laatste steur in 1953 gevangen, in de Waal bij Tiel.

Voor twintigduizend euro hebben de Nederlanders vijftig stuks op de kop getikt bij het Franse instituut Irstea bij Bordeaux, dat er in slaagde de steuren te kweken. „We hebben er veel moeite voor moeten doen”, vertelt Niels Brevé van Sportvisserij Nederland, de organisatie die samen met ARK en het Wereld Natuur Fonds het plan ten uitvoer heeft gebracht. „De vissen zijn feitelijk eigendom van de Franse staat. Die is er voorzichtig mee, en wil dat de steuren goed terecht komen. We moesten veel vergunningen aanvragen.”

Afgelopen zondag zijn de steuren per vrachtwagen naar Nederland gebracht. Gisteren werden er veertien te water gelaten bij Kekerdom, een dorpje ten oosten van Nijmegen. Gadegeslagen door tientallen fotografen, bestuurders en natuurliefhebbers droeg onder anderen oud-minister Jan Terlouw de dieren in een tas naar de Waal. En floep, weg waren ze, naar de bodem van de rivier.

Drie tot vijf jaar oud zijn deze steuren, nog maar zeventig centimeter lang. Een volwassen steur kan drieënhalve meter lang worden en kan dan ruim driehonderd kilo zwaar zijn. Steuren kunnen wel tachtig jaar oud worden. De visser die een steur vangt, wordt dringend verzocht hem terug te zetten, tegen een vergoeding van vijftig euro.

De losgelaten steuren hebben in hun buikholte een transponder van enkele centimeters lengte, aangebracht door Gerard de Laak van Sportvisserij Nederland. Hij heeft alle vijftig steuren in Bordeaux geopereerd. De zenders vertellen wetenschappers waar de vissen zijn.

„We denken dat ze via de Noordzee naar de Atlantische Oceaan zullen gaan”, zegt De Laak. Bij stuwen, sluizen en waterkrachtcentrales in Rijn en Maas liggen kabels van Rijkswaterstaat die de signalen van de transponders opvangen. De steuren moeten naar de Atlantische Oceaan om volwassen te worden. De Laak: „Maar wanneer dat zal zijn en hoe ze daar komen, is de vraag.”

De volgende grote vraag is of ze vervolgens vanaf hun tiende tot vijftiende levensjaar weer terug zullen keren naar de Rijn om er te paaien en zich voort te planten. De trekvissen kunnen via de Nieuwe Waterweg en het Haringvliet wel naar buiten.

Maar of ze ook de weg terug weten te vinden? Vanaf eind volgend jaar gaan in elk geval de sluizen van de Haringvlietdam na jaren discussie permanent op een kier. „Ik hoop dat de steuren niet klem komen te zitten in die kier, want het zijn grote vissen”, zegt Jan Damman van Sportvisserij Nederland.

Zullen de vissen overleven? De natuurbeschermers denken van wel. Er worden in Nederland nu al regelmatig steuren gesignaleerd en gevangen. Het gaat daarbij om andere soorten dan de Europese steur, exoten die ooit in vijvers zijn geplaatst en, te groot geworden, illegaal in vrije wateren zijn losgelaten. „Die vissen kunnen zich handhaven, dus dat zou deze soort ook moeten lukken”, zegt Wouter Helmer.

Niet alleen is het water van de Rijn veel schoner dan tientallen jaren geleden, maar ook zijn er de afgelopen jaren door Rijkswaterstaat meer nevengeulen gegraven om het water meer ruimte te geven. In die geulen voelt de steur zich thuis. Daar eet hij vlokreeftjes en waterpissebedden. Dat de steuren worden losgelaten in Nederlandse rivieren met een kans op overleven, is eigenlijk al een succes op zichzelf.

Oud-minister en natuurliefhebber Jan Terlouw: „We hebben de natuur ontzettend veel aangedaan. De aarde is in gevaar en dat is slecht voor ons. Nu proberen we iets terug te doen. Daarom vind ik dit een feestdag. Ik hoop dat de vissen het redden en dat we over tien jaar zeggen: gossiemijne, ik struikel hier over de steuren.”