Eindelijk cao voor gemeenten

De bijna 180.000 gemeenteambtenaren kunnen met terugwerkende kracht rekenen op tweemaal een loonsverhoging van 1 procent, nu de VNG als werkgeversorganisatie vasthoudt aan de cao die zij met de vakbonden is overeengekomen voor de periode tot eind 2012.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is dus niet gezwicht voor de druk die minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) uitoefende om de gemeenteambtenaren op de nullijn te zetten.

Dat komt het kabinet en die partijen in de Tweede Kamer, die het onlangs eens werden over een serie bezuinigingen, lastenverzwaringen en andere maatregelen, niet goed uit. De ‘nullijn’ voor ambtenaren in 2012 en 2013 is een onderdeel van dit pakket, dat het kabinet als ‘Stabiliteitsprogramma’ naar de Europese Commissie heeft gezonden.

Een nullijn voor ambtenaren klinkt logisch. Hun werkgever, de overheid, komt geld tekort, moet krimpen en personeel ontslaan. Salarisverhoging ligt dan niet voor de hand. Toch is het verstandig dat het VNG-bestuur het onderhandelingsakkoord dat het met de bonden had gesloten, gisteren met een positief advies naar zijn leden, de gemeenten, heeft gestuurd. Bijvoorbeeld onder het motto dat afspraak afspraak is en dat de minister, die formeel niet over deze cao gaat, die niet kan verbreken. Het akkoord was het slotstuk van een moeizaam proces, dat gepaard ging met diverse acties van de ambtenaren, die al sinds juni 2011 geen cao meer hebben.

Bovendien gaat dit cao-akkoord over meer dan een procentuele loonsverhoging en een eenmalige uitkering. Van gemeenteambtenaren wordt meer ‘mobiliteit’ verwacht als ze straks in algemene dienst treden. En als ze ’s avonds taken ten dienste van de burgers verrichten, zoals past in een 24-uurseconomie, hoeven daar niet meer direct toeslagen tegenover te staan. Met de werkgevers, de gemeenten, wordt afgesproken dat ze ambtenaren die boventallig zijn geworden, zorgvuldig naar een nieuwe baan begeleiden.

De loonsverhogingen zijn begrotingstechnisch een financiële tegenvaller. Daar staat tegenover dat een ‘nullijn’ als bezuinigingsmaatregel maar voor beperkte duur werkt. Dat heeft het Centraal Planbureau een en andermaal vastgesteld. Als op de markt de lonen weer aantrekken, doet zich onder ambtenaren automatisch een inhaaleffect voor. Bovendien ligt het voor de hand dat, als gevolg van de vergrijzing, de gemeenten over een paar jaar weer op zoek moeten naar nieuw personeel. Dan moeten ze kunnen concurreren. Een overheid waarvan terecht verwacht wordt dat zij kwaliteit levert, kan zich als werkgever geen salarispeil veroorloven dat te ver bij het bedrijfsleven achterloopt.