DNB vreest voor de gevolgen van de vastgoedcrisis

De Nederlandsche Bank (DNB) maakt zich grote zorgen over de ontwikkeling op de Nederlandse kantorenmarkt. De dalende prijzen van commercieel vastgoed leveren een aanzienlijk risico op voor Nederlandse financiële instellingen.

Uit een analyse van DNB blijkt dat de waarde van 25 procent van alle kantoorpanden lager is dan de lening die hiervoor is vertrekt aan de eigenaar van het pand. De centrale bank stelt dat Nederlandse financiële instellingen voor 80 miljard euro hebben uitgeleend aan eigenaren van commercieel vastgoed. Het gevaar is dus dat een deel van die leningen niet kan worden terugbetaald omdat het onderpand minder waard is geworden.

De vooruitzichten voor de Nederlandse kantorenmarkt zijn heel slecht en daardoor zullen de prijzen waarschijnlijk nog verder dalen, zo verwacht DNB. Naast de lage economische groei wordt het herstel van de vastgoedmarkt verder bemoeilijkt omdat „een flink deel van de leegstand structureel is”, zo stelt DNB in de jaarlijkse rapportage over de stabiliteit van de financiële sector in Nederland. „Dit geldt vooral voor kantoren.”

DNB stelt dat er op dit moment 7 miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg staat. Van die leegstand is 25 tot 50 procent structureel. „De behoefte aan kantoren neemt af door bijvoorbeeld de opkomst van thuiswerken.” Deze problemen doen zich vooral voor op minder courante locaties, zoals bedrijventerreinen ver buiten de stad.

Volgens DNB is de grootste bedreiging voor Nederland de Europese schuldencrisis. Hoewel de Europese Centrale Bank de financiële positie van Europese banken dit jaar met een lening van duizend miljard euro op de korte termijn heeft gestabiliseerd, constateert DNB dat de onderliggende zwakheden van de muntunie en de financiële sector nog niet zijn verbeterd. De Europese economie zal daarom niet op korte termijn herstellen, net als de daarmee nauw verweven Nederlandse economie.

DNB maakt zich tevens zorgen over de financiële sector, die zich te langzaam aanpast aan de nieuwe economische omstandigheden. Zorgen zijn er ook bij banken over het financieringsmodel, omdat nog steeds te veel wordt uitgeleend in verhouding met de hoeveelheid eigen kapitaal. Daarnaast valt bij levensverzekeraars de winstgevendheid tegen.

Tot slot wijst DNB op de steeds hoger wordende schulden van de overheid en van particulieren door tegenvallende economische groei, dalende huizenprijzen en de hoge hypotheekschuld. Jonge gezinnen met een koophuis zijn hierbij een extra groot risico, wijst DNB.