De waarheid achter de streepjescode

Is het scharrelei dat je hebt gekocht echt diervriendelijk of kan het beter? En hoe zit het met het pak biologische melk in je koelkast? Met een nieuwe app van de Stichting Varkens in Nood weet je in één oogopslag wat de gevolgen van je aankoop zijn voor dier, mens en milieu.

De eerste check is meteen raak. De dure serranoham in de eigen ijskast haalt een dikke onvoldoende: een 2,5! Slechter kan bijna niet langs de meetlat van de SuperWijzer van de Stichting Varkens in Nood en Greenpeace. Een chique verpakking wil kennelijk nog niet zeggen dat het product op diervriendelijke manier gemaakt is of dat het geen negatieve effecten zou hebben op het milieu.

Gelukkig kan de halfvolle biologische melk ernaast het gemiddelde van de ijskast een beetje opkrikken. De melk krijgt een 8,5. Als de biologische boter in het koelvak ook zou kunnen worden meegerekend, zou het gemiddelde nog hoger uitvallen. Maar de biologische boter komt helaas nog niet voor op de lijst van onderzochte artikelen.

Sinds begin deze week kan iedereen zijn consumptiegedrag langs de meetlat van de Superwijzer leggen. Thuis en in de winkel. Met de app van SuperWijzer op je smartphone wordt de werkelijkheid achter de streepjescode op de verpakking zichtbaar gemaakt, legt Hans Baaij uit, directeur van de Stichting Varkens in Nood. De SuperWijzer is een uitbreiding van de VleesWijzer (een soort creditcard, uitgebracht in 2009) die vooral een indicatie geeft van dierenwelzijn. SuperWijzer is digitaal en onderscheidt dierenwelzijn, natuur en milieu, klimaatverandering en schadelijke stoffen.

Deze nieuwe wijzer is breder en kijkt dieper terug in de productieketen: naar het oerwoud dat gekapt moet worden om vee te laten grazen; naar de uitstoot van broeikasgassen tijdens het productieproces; naar de hoeveelheid schadelijke stoffen in het product; en naar de gevolgen van het product op natuur en milieu. Het is een gids in het doolhof van keurmerken, die de consument in staat moet stellen om echte keuzes te maken, betoogt Baaij. „Bijvoorbeeld tussen Argentijns rundvlees dat per kilo ruim 450 vierkante meter grond nodig heeft en relatief grote gevolgen voor natuur en de menselijke gezondheid, en de vleesvervanger Quorn die nog geen halve vierkante meter per kilo nodig heeft en drie keer minder invloed heeft op de gezondheid.”

Het gaat, voor alle duidelijkheid, om de gevolgen van het productieproces op de gezondheid, niet om de vraag wat wel of niet gezond is om te eten. De kroket scoort bijvoorbeeld relatief positief omdat er maar 4 procent rundvlees in zit. Bovendien is dat vlees ook nog eens afkomstig van oude Nederlandse melkkoeien en niet van Argentijnse runderen die gevoerd worden met genetisch gemodificeerde soja of grazen op weidegrond waarvoor regenwoud gekapt is. Het zegt dus niets over het vet in de kroket of andere dikmakers.

Anderhalf jaar lang zijn twaalf medewerkers van Varkens in Nood bezig geweest met het scannen van eiwitrijke producten in supermarkten. In totaal zijn 17.000 artikelen onderzocht en gerubriceerd. De dierenbeschermers hadden eerst fabrikanten aangeschreven met het verzoek om te vertellen wat er precies in hun producten zit. Maar ze kregen alleen antwoord van de vleesfabrieken van Zandvliet en Kips. Dus zijn ze zelf gaan scannen in de supermarkten.

Daar waren de reacties, zoals te verwachten, wisselend. Een enkele supermarkt dacht in de fotograferende activisten een spion te herkennen. Catherine Sitsen, medewerkster van Varkens in Nood, vertelt lachend hoe ze werd weggestuurd bij een supermarkt in Assendelft waar ze artikelen stond te fotograferen. Ze moest zelfs de foto’s op haar smartphone wissen van de boze bedrijfsleider. „Tweeënhalf uur werk voor niks, dacht ik eerst. Maar toen ik thuiskwam, bleek de telefoon zelf een back-up gemaakt te hebben. Het was toch allemaal niet voor niets geweest!”

De meeste andere winkels maakten geen bezwaar. De mensen van Varkens in Nood werden soms zelfs aangemoedigd door personeel dat zelf ook wel eens wilde weten wat er allemaal schuilging achter de producten in de schappen.

Zo ontstond een databank van artikelen en ingrediëntenlijsten. Maar die laatste bleken verre van volledig, vertelt Madelaine Looije. Ze laat een etiket zien voor ‘abdijpaté’. Er staat op dat er 36 procent varkenslever en 22 procent varkensvlees in zit. En ook varkensvet en varkenszwoerd, maar daar worden geen hoeveelheden voor aangegeven. Looije heeft inmiddels de nodige recherchetechnieken ontwikkeld. Ze kijkt naar de rangorde op de ingrediëntenlijst en maakt vergelijkingen met andere producten. „We maken dan een schatting op basis van wat er wel staat.”

Maar dan begint het pas. Hoe maak je van al deze informatie een betrouwbare app waarmee je met een enkele klik weet wat jouw artikel voor invloed heeft op milieu, klimaat en mens?

Uitgangspunt is een studie door onderzoeksbureau CE Delft naar de productieketen van bijna honderd eiwitrijke producten: vlees, melk, kaas, yoghurt, eieren. Van begin tot eind. Daarbij is gebruikgemaakt van een methode die Life Cycle Assessment (LCA) heet. Voor elke stap in het productieproces wordt berekend hoeveel het bijdraagt aan de totale invloed op het milieu. Onderzoeker Bart Krutwagen vertelt dat alle onderdelen worden meegeteld: hoeveel gaat erin en hoeveel komt eruit? „Van veevoeder en energie die gebruikt worden tot en met de uitstoot van broeikasgassen.”

Vervolgens worden al die gegevens gerangschikt en vergelijkbaar gemaakt. Helemaal sluitend is die methode niet, geeft Krutwagen toe. „Bij elke ketenanalyse doe je nou eenmaal een aantal aannames. Maar door de juiste vraagstelling probeer je die zoveel mogelijk te beperken en pas je die alleen daar toe waar de invloed op het eindresultaat klein is.” Het moeilijkste is volgens hem om voor zoveel producten zoveel verschillende gegevens te verzamelen. „Dat moet verantwoord gebeuren.”

Uiteindelijk is CE Delft tot een lijst gekomen van bijna honderd verschillende producten: rundvlees, varkensvlees, pluimvee, lam, kalf, konijn/haas, vleesvervangers, melk, kaas, yoghurt en eieren. Varkens in Nood heeft al die gegevens vervolgens omgewerkt tot een app die alles met alles vergelijkt en een rangorde aangeeft zodat de gebruiker kan zien wat hij koopt.

Gé Backus, wetenschappelijk medewerker van LEI Wageningen UR, noemt de gekozen methode „logisch”. Life Cycle Assessment is een internationaal aanvaarde methode om de milieueffecten te bepalen. De SuperWijzer maakt op hem een „logische en consistente indruk”.

„Veel consumenten willen weten hoe het zit”, reageert Backus. „Ze kennen al de Beter Leven ranglijst van de Dierenbescherming, daar komen nu de milieueffecten bij.” Hij stelt dat een kwart van de consumenten belangstelling heeft voor de vragen waar de app antwoord op geeft. „Maar het is afwachten hoeveel mensen ook inderdaad gebruik zullen gaan maken van de app.” De SuperWijzer is een goede eerste stap, vindt Backus. „Maar nu moet het systeem geborgd worden en up-to-date worden gehouden.”

Dat is ook precies wat Varkens in Nood wil. Het project is de stichting een beetje boven het hoofd gegroeid. Zowel financieel als qua mankracht. Anderhalf jaar lang komen ze aan weinig anders toe dan producten scannen in supermarkten en ingrediënten uitvogelen.

En dan het geld. Het project was aanvankelijk begroot op 250.000 euro, maar kost tot dusver al 450.000. In de oorspronkelijke begroting zat een subsidie van 125.000 euro, maar die wordt niet verlengd. Greenpeace is inmiddels te hulp geschoten met 100.000 euro, maar dat is bij lange na niet genoeg om de stichting uit de rode cijfers te helpen.

Het wachten is op een nieuwe organisatievorm voor de SuperWijzer. „Wij hebben het concept uitgedacht en uitgewerkt en wij hopen dat anderen nu aan zullen haken”, zegt Hans Baaij van Varkens in Nood. Dat kan volgens hem ook heel makkelijk omdat de SuperWijzer ‘modulair’ is opgezet. Nu wordt de score bepaald aan de hand van dierenwelzijn, natuur en milieu, klimaatverandering en schadelijke stoffen. Daar kunnen desgewenst ook scores voor ‘fair trade’ of kinderarbeid aan toe worden gevoegd.

Voorlopig lijkt de app in een grote behoefte te voorzien. Sinds afgelopen dinsdag hebben al meer dan 40.000 consumenten de SuperWijzer op hun smartphone gezet.

Renée Postma