Column

De City was op jacht naar Moby Dick

De London Whale noemde ze hem op de financiële markten, de handelaar van JP Morgan die enorme posities innam op de derivatenmarkt, waarna de rest van de gemeenschap daar de jacht op hem opende. Dat resulteerde uiteindelijk in een verlies van twee miljard dollar (of wellicht nog meer in de toekomst) dat de bank gisteren wereldkundig maakte. De Londense walvis is een betere bijnaam dan de bedenkers hebben kunnen vermoeden. We gaan even naar 1851.

Toen Herman Melville in dat jaar Moby Dick publiceerde, waren lezers en recenten zwaar teleurgesteld. Gewend aan zijn eerder, avontuurlijke romans, stoorden ze zich vooral aan de verhandelingen over de walvis waarmee Melville zijn boek had doorregen. Die hielden het verhaal maar op. Ten onrechte, bleek later. Ze behoren juist tot de meest vermakelijke delen van het boek. Wat ziet een walvis eigenlijk, zo vraagt Melville zich bijvoorbeeld af, met twee ogen aan de zijkant van zo’n bulk van een kop. Zeker als het een potvis betreft.

Een van de meest leerzame passages gaat over het gedrag van een walvis als hij in gevaar is. Hij duikt niet weg, zoals je zou verwachten, maar zoekt het oppervlak. Dat is de belangrijkste reden waarom de walvisvaart überhaupt mogelijk was. De houten bootjes, met hun roeiers en hun harpoenier, zouden door het dier meegesleurd zijn naar de bodem van de zee als de walvis een duikreflex had gehad. Dan nog was het gekkenwerk. Melville beschrijft hoe de mannen in de boot, wanneer de harpoen doel trof, moesten bukken om het lange, razendsnel afwikkelende touw te ontwijken. Wie te laat was riskeerde het verlies van ledematen of erger.

Handelaar Bruno Iksil, de London Whale, is in wezen een soort Moby Dick. Hij moet ijzersterk geweest zijn, met het kapitaal en de reputatie van een van de grootste en best geleide banken achter zich. Maar iedereen wist dat hij telkens weer zou opduiken, en stond klaar met de volgende harpoen.

Wat de zaak interessant maakt is dat Morgan stelt dat de posities bedoeld waren om risico’s op leningen af te dekken. Dat is een duidelijke verwijzing naar de Volcker Rule, een Amerikaanse regeling die over twee maanden ingaat en banken verbiedt te speculeren voor eigen rekening en risico – behalve als je er het risico op je eigen boek mee afdekt. Morgan stelt dat dit laatste het geval was.

Maar als Iksils posities bedoeld waren om andere risico’s binnen de bank te neutraliseren, om te hedgen dus, dan lijd je er vrijwel per definitie geen verlies op. Er zijn uitzonderingen denkbaar, en wellicht zal de bank zich daar op concentreren. Maar alleen al de omvang van de posities, en de markt waarin ze zijn ingenomen doen anders vermoeden.

Het gaat hier om de handel in credit default swaps (CDS), waarmee het risico op bedrijfsleningen in de boeken van de bank kan worden afgedekt. Maar veel wijst er op dat er in wezen veel meer risico is gecompenseerd dan er gelopen werd, waardoor de posities speculatief werden. waarom zou je immers CDS-en uitgeven, in plaats van ze van anderen te kopen? Dat er kennelijk in CDS-indexen, en dan ook nog de termijnstructuur daarvan, is gehandeld, doet vermoeden dat er veel meer aan de hand was.

Net als bij Nick Leeson indertijd, die handelde in termijncontracten op de Nikkei-index, duurt het niet lang voordat de rest van de markt ruikt dat je er veel te groot in zit, en de jacht opent.

JP Morgan stelde gisteren dat het verlies vooral genant is. Maar vooralsnog suggereert het incident met de Londense walvis dat de bank zich onder de regels probeerde uit te draaien om, ver op de oceaan, triomfantelijk een fontein uit te stoten. There she blows!