Brieven opinie

Daag kinderen meer uit om echt eens creatief te zijn

Blij word ik ervan, van de regel „om de 21ste eeuw aan te kunnen moeten kinderen creatief zijn” in de eerste aflevering van de serie ‘Wat kinderen willen leren van’ door Michiel van Nieuwstadt (NRC Handelsblad, 3 mei).

Ik, opgeleid tot beeldend kunstenaar, kijk knarsetandend toe hoe mijn kinderen op school en waar dan ook verstoken blijven van creativiteit. Het gaat vooral om alles goed doen. Dit strookt nu eenmaal niet met creatief denken. Nee, je hoeft niet de hele dag met hen te kleien en te mimen. Nee, je hoeft geen creatief parcours te organiseren dat kan concurreren met het Stedelijk Museum. Nee, je hoeft er geen uren, dagen planning in te steken – alle goede wil ten spijt.

Creativiteit betekent juist: geef hun de vrijheid om te interpreteren. Heeft u zich al eens afgevraagd waarom de werkstukken van schoolklassen vaak zo eenvormig zijn? Onderwijs in creatieve vakken heeft te vaak niets met creativiteit te maken. Noem het liever techniek.

Creativiteit betekent: faciliteer kinderen, maar laat hen vervolgens ook hun gang gaan. Zo leid je kinderen niet op voor ‘linkse hobby’s’. Zo krijg je voor elkaar dat ze straks, als volwassene, flexibel kunnen omgaan met situaties, in staat zijn iets van meerdere kanten te benaderen.

Elk beroep waarin moet worden gehandeld, gedacht, onderzocht en beoordeeld, heeft hier baat bij. Durf af te wijken. Steek je nek uit. Bedenk iets ‘geks, wat later zomaar geniaal kan blijken. En vooral: wees niet bang om het fout te doen. Dát is creativiteit. Het is essentieel, zeker in een land dat zich wil onderscheiden op het gebied van innovatie.

Freelancejournalist

De Ekklesiabeweging is vooral politiek van aard

In de krant van 4 mei stond een artikel over de Ekklesiabeweging dat enige relativering behoeft. Een groot verschil tussen de Ekklesia en ‘gewone’ katholieke kerken is hun houding tegenover politiek. De traditionele viering in een katholieke kerk heet ‘mis’, omdat de gelovigen worden uitgezonden – „missa est” – om te leven als goed en rechtvaardig mens, in navolging van Christus. De Ekklesia gaan veel verder en roepen op tot – linkse – politieke actie. Dit maakt dat binnen Ekklesia alleen mensen een plek hebben met (min of meer) dezelfde politieke overtuiging. Een ‘gewone’ mis is er in de regel voor alle gelovigen.

Het bericht meldt onenigheid tussen de Rooms-Katholieke Kerk en Ekklesia over het gebruik van bepaalde liedjes. Deze kwestie gaat in feite over de liederen van Huub Oosterhuis. In de jaren zeventig en tachtig maakte Oosterhuis liederen die door iedereen, ook binnen protestantse kerken, met veel gevoel en waardering werden gezongen. In de voorbije twintig jaar werden die liederen evenwel steeds politieker van toon („prik ze in hun bil, mijn dochtertje, de machthebbers”). Men ging zich steeds meer afvragen of ze binnen kerkvieringen nog wel een plaats hadden. Dit is niet, zoals het bericht in de krant het doet voorkomen, een kwestie van benepenheid van de Rooms-Katholieke Kerk. Los van het officiële standpunt van de kerk – waarmee ik het ook niet altijd eens ben – kun je je twijfels hebben bij teksten die eerder lijken thuis te horen binnen bijeenkomsten van de SP dan binnen een kerkviering.

Leiden

Mijn hoop voor Suriname ligt in het onderwijs

President Bouterse van Suriname noemt critici van de recente amnestiewet „vijanden van het volk” en zegt dat deze critici „misdadige” pogingen doen om Suriname te „destabiliseren” (NRC Handelsblad, 7 mei).Hij kan blijkbaar niet anders dan ‘misdadig’ terugslaan en het recentelijk door de wetgever zelf gecreëerde onrecht verdedigen. Zoals wij allen weten, is in een rechtstaat ook de wetgever gebonden aan het recht. Het is wat mij betreft wereldschokkend dat de Grondwet van meet af aan met de voeten is getreden en de rechtspraak de mond wordt gesnoerd en haar onafhankelijke positie dreigt te verliezen.

De positie van het recht in Suriname baart mij grote zorgen. Suriname toont dat de machthebbers via legitieme weg hun onrechtmatige programma ten uitvoer kunnen brengen.

Ik geloof dat het onderwijs in Suriname een belangrijke rol kan gaan spelen in de ontwikkeling en bescherming van de rechtstaat door de jeugd lessen in het recht te verstrekken, opdat zij in de toekomst weerbaarder worden en de verdere afbraak van het rechtsysteem kunnen voorkomen.

Wij buiten Suriname moeten er alles aan doen om het recht in Suriname te doen wedervaren. Help mee.

Amsterdam

Partijleiding CDA zou haar conclusies moeten trekken

Als een politieke partij zwaar zetelverlies lijdt, is de ongeschreven regel dat de partijleiding haar conclusies trekt. Zij die de kar het moeras in hebben getrokken, maken pas op de plaats. Het algemeen partijbelang gaat boven het individu.

Geldt dit basisprincipe ook voor een stuurloze partij, waarvan de ene helft is verdampt en de andere helft – verdoofd door bestuurlijke arrogantie, onder het mom van het ‘landsbelang’ – is gevuld met politiek eigenwijze regenten die van geen wijken willen weten? Tot mijn grote verbazing worden onder anderen Henk Bleker en Liesbeth Spies gerekend tot de favorieten onder de CDA-leden. Het lijkt me dat hiermee wordt bedoeld: het deel van de CDA-leden aan de PVV-kant van het CDA. Over Maxime Verhagen kan veel worden gezegd, maar hij trok wel de juiste conclusie: na het mislukken van de gedoogconstructie was zijn populariteit zo diep gekelderd binnen het CDA dat hij er verstandig aan deed zijn machtsgreep in de partij te beëindigen.

Beschikken partijfossielen als Bleker, Jack de Vries en Spies ook over deze wijsheid? Alles wijst erop van niet. Bleker is ervan overtuigd dat hij met zijn ‘charismatische’ Groningse nuchterheid een heus kiezerskanon is dat weer stemmen kan aantrekken. Hij is zijn amateuristisch gedraai en gestuntel rond de Hedwigepolder vergeten, of de manier waarop hij zichzelf onsterfelijk belachelijk maakte met het beruchte Maurobriefje – om maar een kleine greep te noemen uit de reeks politieke afgangen.

Bovenal zijn Henk en de zijnen de periode van 2010 tot 2012 vergeten – of willen zij het vergeten? Blijkbaar geeft de permanente peiling van veertien zetels geen reden tot diepe bezinning en drastisch ingrijpen.

Utrecht