Breiviks 1500 pagina's precies uitgeplozen

Sinds juli 2011 heeft de islamofobie een nieuw gezicht: dat van de Noor Anders Breivik. Het proces dat in Oslo tegen Breivik wordt gevoerd, maakt duidelijk dat Breivik zijn aanslagen met een politiek doel voor ogen en op grond van een duidelijke ideologie heeft gepleegd.

Die ideologie is ook het onderwerp van Eildert Mulderts Breivik is niet alleen. Mulder, oud-redacteur van Trouw, is een van de weinigen die alle vijftienhonderd bladzijden van Breiviks roemruchte manifest, 2083, hebben doorgelezen. Hij ontleedt nauwgezet diens ideeën over de islam, de multiculturele samenleving en de rol van links daarin, en komt tot de onthutsende conclusie dat – afgezien van de nadruk op geweld – veel van zijn gedachtegoed helemaal niet zo radicaal of uitzonderlijk is in het hedendaagse politieke debat.

Dat blijkt ook uit de reacties op Breiviks uitlatingen tijdens het proces. Een hoop mensen – van Facebook-bezoekers tot aspirant-toneelschrijvers – verwerpen zijn gewelddadige methodes, maar tonen sympathie voor zijn ideeën.

Dat leidt tot ongemakkelijke vragen, bijvoorbeeld of het vrijelijk kunnen uiten van islamofobe ideeën bijdraagt aan een vreedzaam debat. Of juist een klimaat schept waarin daden als die van Breivik mogelijk worden. Mulder stelt die vragen niet, maar door zijn gedetailleerde beschrijving van Breiviks ideologie – die Nederlandse lezers op veel plaatsen bekend in de oren zal klinken – reikt hij er het materiaal voor aan.

Breiviks opvattingen klinken ook elders door; bijvoorbeeld bij de jezuïtische theoloog Samir Khalil Samir, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Beiroet. Op het eerste gezicht lijkt Samirs visie diametraal tegengesteld aan die van Breivik: hij benadrukt dat moslims en christenen wel degelijk samen kunnen en moeten leven, en beschouwt het streven naar samenleving als moeilijk maar waardevol. In vergelijking met Breiviks onmenselijke daden klinkt Samirs roep om samenwerking en dialoog ronduit humaan, zelfs bijna humanistisch. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat beiden – en andere al dan niet seculiere islamofoben – veel ideeën gemeen hebben.

Samir heeft lange tijd in Kaïro en Beiroet gewoond, en lijkt dus een ‘man uit het veld’, maar dat maakt hem nog niet tot een onbevooroordeeld waarnemer. Om te beginnen verkondigt hij een christelijk-apologetische visie. In zijn optiek is het christendom niet alleen in alle wezenlijke opzichten anders dan de islam, maar ook beter. Eigenlijk verwacht je niet anders van een theoloog die in laatste instantie uit is op het redden, of winnen, van zieltjes, maar zulke overtuigingen vertroebelen zijn visie op de islam. Zo zouden moslims, evenals Joden overigens, geen ‘ware spiritualiteit’ kennen. Samir beweert zelfs dat de christelijke wereld nooit religieuze oorlogen zou hebben gekend.

Samirs eigen theologische drijfveren zijn niet zozeer het probleem. Erger is dat hij ook aan alle moslims uitsluitend, of primair, religieuze drijfveren toekent. Dat reductionistische uitgangspunt heeft hij gemeen met Breivik en andere islamofoben. Hij rept met geen woord over seculiere doctrines als nationalisme, communisme en fascisme, die de islamitische wereld decennia lang hebben overheerst.

Weliswaar geeft Samir terloops toe dat de islamitische wereld een ‘zekere pluraliteit’ kent, maar verder benadrukt hij de wezenlijke en volgens hem onveranderlijke eenheid van de islam als ‘wereldwijd project’. Dat wezen zou onder meer een gewelddadige jihad omvatten, en het streven naar de wereldwijde heerschappij. Dat is precies de taal die we van Breivik en andere islamofoben kennen.

Zo betoogt ook Samir dat zich in het westen een ‘islamiseringsproces’ voltrekt en suggereert hij dat de immigratie van moslims onderdeel is van ‘een duidelijk expansie- en veroveringsplan.’ Hier herkennen we ook Bat Ye’ors theorie van een Europese-Arabische samenzwering om Europa te islamiseren. ‘Er zijn Europeanen die zich zorgen maken over de snelle ontwikkeling van Eurabia’, schrijft Samir in zijn inleiding; maar hij laat na te vermelden dat Ye’ors samenzweringstheorie over Eurabië noch door enig documentair bewijs, noch door enige demografische trends wordt bevestigd.

Samirs ideologie mag duidelijk zijn; maar coherent is ze niet. Het ene moment schrijft hij dat ‘de Korantekst niet kan worden geïnterpreteerd of kritisch kan worden heroverwogen’, het andere moment verkondigt hij dat ook vooraanstaande islamitische geleerden van mening – en dus van interpretatie – verschillen over centrale religieuze kwesties.

Maar als de Islam echt zo’n nare, anti-moderne en een met westerse waarden strijdige religie is als Samir suggereert, wat heeft de door hem gepredikte dialoog dan nog voor zin, anders dan als poging om moslims van hun geloof af te brengen?

Samir schrijft dan ook dat moslims niet verwachten van zulke interreligieuze dialoog te leren, maar uit zijn eigen woorden spreekt evenmin enige verwachting of behoefte ook maar iets van zijn eigen overtuigingen te veranderen in het licht van een dialoog met moslims.

Zo maakt Samirs boek onbedoeld duidelijk dat Breiviks onverzoenlijke en paranoïde visie op de islam niet alleen wijdverbreid is, maar ook steeds meer legitimiteit krijgt.

Eildert Mulder: Anders Breivik is niet alleen. Meinema, 112 blz. € 12,90Samir Khalil Samir: De Islam en het westen. Lannoo, 268 blz. € 20,-