Als Speedy Gonzalez door een boek rennen

Kaweh Modiri: Meneer Sadek en de anderen. Thomas Rap, 187 blz. € 16,90

Het reeds overleden tijdschrift Raster drukte dit aanstekelijke staaltje microfictie van Régis Jauffret af: ‘Mijn psychiater raadt me aan op vakantie te gaan naar Marokko. Als ik uit het vliegtuig stap word ik door de politie aangehouden voor drugssmokkel. Tien of twintig gram cocaïne, die toch goed verstopt zat in een pakje sigaretten. Eén jaar in de gevangenis van Marrakech, waar de bediening niet kan tippen aan die in hotel La Mamounia. Als ik thuiskom, krakers in mijn loft. Nauwelijks horen ze me de deur openmaken of ze tuigen me af.’

Einde verhaal. Hoe het de ‘ik’ dat jaar in die Marokkaanse cel verging verzint u er zelf maar bij. De groeten, ik moet verder.

Dat haastige, alsof er wel wat beters te doen is dan verhaaltjes vertellen, typeert ook Meneer Sadek en de anderen van Kaweh Modiri. Het lijkt wel alsof Sam, de jongen die als een Speedy Gonzalez door het boek rent, met de titel de groep mensen samenvat die hij in zijn jonge leven tot dusver allemaal is tegengekomen. Tja, er was dus die Sadek, en er waren ook nog een heleboel anderen, maar vraag me niet ze bij naam te noemen, want ik moet verder.

Het zal niet verbazen dat deze roman draait om vluchten. Dat begint al op de eerste pagina’s, wanneer Sam beschrijft hoe hij samen met zijn communistische ouders het Iran van Khomeiny verruilt voor Amersfoort, hier beschreven als ‘de meest middelmatige stad van Nederland’.

Helemaal van de grond komt het leven van het gezin niet, ook al omdat de moederfiguur wat betreft hysterie niet onder doet voor de moeder in Ernest van der Kwasts Mama Tandoori. Alhoewel een deegroller ontbreekt.

Sam is er de jongen niet naar om in de pas te lopen. Hij pleegt zijn eerste petty crimes en hangt rond in het naburige asielzoekerscentrum, een plek die door Modiri handig wordt gebruikt om Sams drijfveren te duiden. ‘Het was een plek waar niemand me kon verlaten. Daar was ík degene die kwam en ging.’

Soms zegt Sam dingen die niet helemaal bij zijn leeftijd passen en lijkt Modiri zelf door het proza heen te glinsteren. Los daarvan heeft het wel wat, om een paar uur lang te proberen het tempo van een jongen van zestien bij te houden. Langer zullen velen het ook niet kunnen bijbenen.