Alleen de ander moet trouw zijn

Patrick Lapeyre: Het leven is kort en het verlangen oneindig. Vertaald uit het Frans door Floor Borsboom. Van Gennep, 262 blz. € 19,90

In Jules et Jim, de filmklassieker uit 1962 van François Truffaut, speelt Jeanne Moreau de rol van Cathérine, een jonge vrouw die mannen niet zozeer met haar schoonheid als wel met haar onvoorspelbaarheid magnetiseert – in de typologie van de fatale vrouw de interessantste en uiteraard de meest catastrofale verschijningsvorm. Moreau acteert beklemmend en het is dan ook ten overvloede dat de voice-over verduidelijkt: ‘Ze wierp zich in de armen van mannen zoals ze in de Seine was gesprongen.’ Jules, haar echtgenoot, zegt tegen zijn vriend Jim, die met zijn medeweten haar minnaar is: ‘Cathérines grondregel is dat binnen een relatie ten minste één van beiden trouw moet zijn – de ander.’

In Het leven is kort en het verlangen oneindig van Patrick Lapeyre wordt expliciet naar Jules et Jim verwezen. Nora, de vrouwelijke hoofdpersoon, is duidelijk gemodelleerd naar Cathérine, met dit verschil dat ze zelfs nog aantrekkelijker is (fragiel, bijna doorschijnend) en zowel vrouwen als mannen in haar netten verstrikt.

De twee gewilligste slachtoffers zijn Louis Blériot, vertaler in Parijs, en Murphy Blomdale, werkzaam op de Londense beurs. Ze kennen elkaar niet, maar aan het eind van het verhaal maken ze kennis en zitten er dan verslagen bij, ‘als twee weduwnaars op een bankje in een park’. Nora leeft nu eens met de een, dan met de ander samen, en verdwijnt altijd onaangekondigd. Na onbepaalde tijd kan ze uit het niets weer opduiken, en daarom betekent van haar houden vooral veel op haar wachten.

Het perspectief ligt grotendeels bij Louis Blériot, naamgenoot en achterneef van de pionier die in 1909 met een zelfgebouwd toestel als eerste het Kanaal over vloog, een kunststukje dat des te scherper doet uitkomen hoe lethargisch en karakterloos onze romanheld is. Louis is gewend langzaam te denken, ‘zo langzaam dat hij over het algemeen pas als laatste begrijpt wat er in zijn eigen leven gebeurt.’ Als freelancer vertaalt hij wetenschappelijke artikelen, bijsluiters en handleidingen voor huishoudelijke apparaten uit het Engels, en wanneer de opdrachten stokken doet hij, op 41-jarige leeftijd, een beroep op de vrijgevigheid van zijn ouders en vrienden. Hij lijkt op de personages in de romans van Jean-Philippe Toussaint, die het uitstellen, opschorten en op de lange baan schuiven tot kunst hebben verheven. Het is een sympathieke eigenschap, op papier dan.

Louis Blériot is getrouwd met Sabine, die in alles zijn tegendeel is: hoogopgeleid, met een interessante, goed betaalde baan (het huis waarin ze wonen is haar eigendom), sociaal vaardig, vastbesloten. En deze vrouw, die ook nog eens fysiek aantrekkelijk is, heeft ooit haar zinnen op hem gezet! ‘Waar de meeste mannen hun hele leven lang naar op zoek zijn, intelligentie, tederheid, begrip en toegeeflijkheid, dat alles kreeg hij op een presenteerblaadje aangeboden.’ Reken er maar op dat Louis zo’n overbeladen dienblad uit zijn handen laat vallen.

Maar zo ver is het nog niet, aan het begin van de roman. Het huwelijk houdt nog stand. Louis weet ‘soms niet meer welk vooruitzicht hem het meest beangstigt: om op een dag bij zijn vrouw weg te gaan of om oud met haar te worden.’ Hij heeft Sabine al bedrogen met Nora, maar die is twee jaar geleden op haar raadselachtige manier verdwenen.

En dan komt het telefoontje waar hij sindsdien op gewacht heeft: Nora is weer in Parijs. ‘Oh Louis! I’ve missed you so much...’ (Nora heeft een Franse vader en een Engelse moeder.) Er volgt een zomer van gelukzalig overspel. Waarna Nora zonder enige uitleg verdwijnt. En weer opduikt. ‘Op zulke momenten, wanneer ze tegenover elkaar zitten en zij haar grote bruine ogen op hem laat rusten, heeft hij het gevoel dat hun relatie [...] volstrekt in balans is: hij houdt van haar en zij bedriegt hem. Het is niet anders. Hij zal er wel aan wennen, zoals anderen voor hem.’ Ze verlaat hem weer; hij is een gebroken man. En dat zijn vrouw hem eindelijk het huis uitzet, kan er dan ook nog wel bij.

Murphy Blomdale in Londen lijdt eveneens onder Nora’s grillen, maar hij is ongetrouwd en heeft – net als Jules in de film – een neiging tot ascese. Patrick Lapeyre (1949) weet knap aannemelijk te maken dat twee volwassen mannen zich tegen ieder gezond verstand in overleveren aan een frivole, onberekenbare minnares. Begrijpelijkerwijs legt hij het perspectief niet bij Nora; daarmee zou hij het risico lopen dat de bekoring van zijn centrale personage verflauwt.

Deze roman, die in Frankrijk Lapeyres doorbraak betekende, is origineel en grappig geschreven (enkele stilistische uitglijders daargelaten). Dat maakt het des te spijtiger dat de Nederlandse tekst nogal wat slordigheden bevat, waar geen corrector naar heeft omgezien. Het onverwacht aangrijpende slot van Het leven is kort en het verlangen oneindig doet je beseffen dat het betoverende effect dat sommige mensen hebben – er zijn er die met stralende ogen álles van je gedaan krijgen – niet zelden het symptoom van een psychische ziekte is, in plaats van een benijdenswaardige eigenschap.