Ach, al die onwetende Hollanders

Weg uit Indië was weg uit het paradijs. En nog steeds kijkt men daar graag op terug. Maar doen ‘Indo’-schrijvers dat ook als zodanig?

Dominee Ernst de Vreede bij de pastorie in Ambon Stad op 12 april 1926. Echtgenote Henny de Vreede-Bomers, die kort daarna vermoord werd, schreef over dit portret in een brief aan haar familie in 1926: ‘Een van de aannemelingen moest al van het avondmaal geweerd worden wegens onzedelijkheid, maar de aanklacht was met zoveel laster en haat omgeven, dat ook de beschuldigers dezelfde straf trof. Ja, ’t blijven inlanders. Vanmiddag komen ze allemaal met Ernst op het portret.’

Kristine Groenhart: Mangalaan 27 . Een dramatisch leven in Nederlands-Indië. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 253 blz. € 17,95

Reggie Baay: Gebleekte ziel. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 256 blz. € 17,95 (verschijnt 17/5 tijdens Tong Tong Fair, Den Haag)

Alfred Birney: De dubieuzen. In de Knipscheer, 224 blz. € 18,50

Jacob Vis: Tandem. Roman over een plantersleven. Conserve, 500 blz. € 19,95

Als westerse mogendheid een kolonie stichten: het lijkt zo eenvoudig. Doen alsof het land van jou is. Koloniseren is veroveren. Kijk naar de Nederlanders. Sinds 1596 werd de kiem gelegd voor ‘ons’ Nederlands-Indië. Afgezien van de ingrijpende gevolgen, zowel maatschappelijk als individueel, heeft die eerste stap in het verre oosten een tak in de Nederlandse letteren opgeleverd. Die tak bloeit nog altijd, volop. Meer dan ooit, lijkt het. Met boeiende, nieuwe invalshoeken. En ook vertrouwde, al te bekende elementen.

‘De kolonie is zo heel anders dan Holland’, staat te lezen in Gebleekte ziel van Reggie Baay, een historische roman over de wrede moord op de zoon van een Balinese edelman. ‘Het is wereld van [...] verschillende werkelijkheden’. Op het eerste gezicht biedt Baays boek de voorgeschiedenis en de reconstructie op die moord die plaatshad in 1902. Het slachtoffer, Nyoma Darma, vond in 1902 in Bandoeng de dood. Hij zou een gevaar vormen voor de koloniale overheerser.

Hoezeer de moord ook met raadsels is omgeven, de kern van dit boek gaat over identiteit. Is Nyoma Darma oosterling of behoort hij het westen toe? Voor scholing moet hij naar Nederland, waar een onderwijzer zijn Indische ziel ‘bleekt’. In briefvorm laat Baay hem getuigen van zijn verwarring: ‘Ik was vervreemd van de wereld die mij had voortgebracht, vervreemd van de wereld die mij had gevormd.’

In de Nederlands-Indische literatuur is de vervreemding, dat heen en weer geslingerd worden tussen oost en west, tussen Indonesië als ‘land van herkomst’ en het westen als morele maatstaf een steeds terugkerend thema. Onderzoeksjournalist Kristine Groenhart roept in Mangalaan 27 op even stijlvolle wijze als Baay een dramatisch incident op uit het koloniale verleden.

De vader van dichteres en schrijfster Mischa de Vreede, dominee Ernst de Vreede, en zijn vrouw arriveerden 1925 verwachtingsvol op Ambon. Een jaar of wat later overleed zijn vrouw aan helse pijnen. Wat was er gebeurd? Minutieus traceert Groenhart een voorval dat tot de dood geleid kan hebben: dominee De Vreede zou de adat, het eeuwenoude gewoonterecht van de Indonesische bevolking, geschonden hebben door het geloof in een heilige bron als bijgeloof te betitelen. De moord zou dus uit wraak voortkomen. Dit oordeel ligt in het verlengde van Baays observatie van de ‘verschillende werkelijkheden’ van Indië.

De Vreede als westerling besefte niet dat hij, in zijn drang de inlandse bevolking tot het protestantisme te bekeren, óók of juist respect had moeten betonen voor heersende religieuze gevoelens. De overtuiging dat Nederlanders de Indonesische archipel moesten veroveren, is zo lang als de koloniale geschiedenis.

Ook in Lieve allemaal. Op zoek naar mijn ouders in hun Indische jaren van Jet Smalbraak komt protestantse zendingsdrang aan de orde. Een koffer vol brieven ligt aan de bron van dit boek. Er zijn zelfs opmerkelijke overeenkomsten te ontdekken met Mangalaan 27, maar Smalbraak doet iets vreemds: ze doet voorkomen alsof er nooit over Nederlands-Indië is geschreven. Een brievenverzameling als deze is niet uniek en helaas ontbreekt een breder, literair perspectief.

Angstige periode

Het patroon is bekend: vertrek naar Indië, het leven daar met alle moeiten en vreugden en als dramatisch slotakkoord de Japanse bezetting. Schrijver Hans Vervoort, geboren in Magelang, baseerde zijn boek Weg uit Indië op zijn ervaringen als jongen in het Japanse interneringskamp Ambarawa. Hij laat de lezer, via de ogen van Hans, met een andere blik kijken naar die voor veel mensen angstige periode, die hij zelfs een ‘mooie tijd’ noemt. Want het was voor hem een jongensavontuur, met onvermijdelijk diep-dramatische kanten.

Opvallend is hoe vaak de begrippen oosters of tropisch paradijs vallen in deze boeken. Dat is natuurlijk altijd vanuit blank perspectief. Weg uit Indië is ook: afscheid van het paradijs. De schaduwzijde van de Nederlandse kolonisatie en met name het lot van de koelies op de Sumatraanse tabaksplantages toont Jacob Vis aan in zijn plantersroman Tandem.

Mishandelingen van de inlandse contractarbeiders op de plantages kwam veelvuldig voor. De pionierstijd van de rubber- en tabaksteelt aan Sumatra’s oostkust was een meeslepende, boeiende tijd van gevaar en ook ‘geneugten’, zoals Vis gedetailleerd beschrijft. Na lezing weten we alles over die tweehonderd vierkante kilometer uiterst vruchtbare grond rondom Deli die ‘een kwart van de deviezen uit Nederlands-Indië opleverden.’ Daar komt – terecht – het hoge woord eruit: Nederlands-Indië als wingewest van Nederland.

En verschuiven we nu eens onze blik naar de andere kant, de Indonesische zijde, kiezen we ook voor het niet-blanke perspectief. Mangalaan 27 en Tandem zijn ofwel indringende ofwel interessante boeken vanuit de zienswijze van de ‘overheerser’, om de gindse Nederlanders hard te typeren. De identiteitscrisis waarover Reggie Baay schrijft is een onmiddellijk gevolg van de Nederlandse aanwezigheid in de oost. Telgen van Nederlandse mannen en Indonesische vrouwen vormen een groep mensen die nog aldoor worstelen met hun identiteit. Vervreemd tussen oost en west, dat is het sleutelbegrip. Vooral ook: niet op eigen waarde geschat door de Nederlanders.

Deze identiteitscrisis is voor Alfred Birney, een auteur die zich nadrukkelijk ‘Indo’ noemt, een van de drijfveren van zijn werk. In het essay De dubieuzen spreekt hij zijn verbazing uit over de zo westers georiënteerde Nederlands-Indische canon. Altijd weer Multatuli, Couperus en Orpheus in de dessa van Augusta de Wit met de blanke visie op de inlanders die vol geheime krachten en bijgeloof zouden zijn. Birney’s felle polemiek laat zien dat de canon van de Nederlands-Indische literatuur getuigt van ‘blanke arrogantie’ jegens de Indo. Deze waren ‘Hollander noch Javaan. Ze zaten ertussenin. Dat maakte hun positie zo uniek. En ongrijpbaar, en vooruit: soms ook onbegrijpelijk.’

Vergeten auteurs

Birney pleit voor onbekend gebleven schrijvers die, meer dan welke Nederlandse auteur ook, een anti-westers vertelperspectief kiezen. Ten onrechte vergeten auteurs als Victor Ido, Dé-lilah en J.E. Jaspers verdienen aandacht. Birney: ‘Wanneer men stelt dat Indische Nederlanders met een onderhuidse wrok rondlopen, dan betreft dat in de eerste plaats wrok over het volslagen gebrek aan kennis van de Hollander over de Indische cultuur en de Hollandse geschiedenis in de kolonie. [...] Wrok onder Indo's voert altijd terug op onwetendheid bij Hollanders. Voert terug naar de steevaste weigering om de Indische geschiedenis te integreren in de Nederlandse geschiedenis achter de duinen.’

Birney stelt een roman als De diepe stroomen van J.E. Jaspers, verschenen in 1910, dus tien jaar later dan De stille kracht, boven Couperus’ roman omdat Jaspers de lezer dichter bij de dessa brengt, de Indo. Hij schrijft: ‘De Indische cultuur is van oorsprong een mengcultuur als gevolg van het kolonialisme.’ De blanke had geen oog voor die mengcultuur, betoogt Birney. Hij keek met superieure, eurocentrische blik op die mengcultuur neer. Reggie Baays hoofdpersoon is van die vervreemding tussen oost en west het tragische slachtoffer. Hij is oosters noch westers. Deze identiteitscrisis geeft de literaire traditie een nieuwe wending.

Hans Vervoort: Weg uit Indië. Het grote avontuur van Hans en Sonja. Conserve, 216 blz. € 17,95

Jet Smalbraak: Lieve allemaal. Op zoek naar mijn ouders en hun Indische jaren. Walburg Pers,287 blz. € 24,95