Verstop je babypanda

Ik heb een grote voorliefde voor folders. Wachtend op mijn beurt bij een apotheek kan ik met veel interesse de folder ‘Blaastrainen met een suprapubische katheter’ lezen, en eenmaal aangekomen in een vakantiehuisje koers ik als eerste naar het koffietafeltje waar de routekaarten en folders uitgespreid liggen – om vervolgens een half uur lang verdiept te zijn in de bezienswaardigheden van de omgeving, zoals daar zijn een kleine grot, een wandeling langs een in onbruik geraakte spoorlijn en een valkenshow op zondag.

Op mijn brievenbus prijkt dan ook geen enkele sticker – bladeren in ongeadresseerd reclamedrukwerk en weten dat je ook deze klopboor of matglanzende correctieslip niet zal gaan kopen, is een welkome afleiding van werken. Vandaag kreeg ik echter opeens geadresseerd reclamedrukwerk. Op de voorkant stond de tekst ‘modeklassieken uit de hele wereld’, en bij nadere inspectie had ik zo’n beetje door wie de doelgroep van dit blad moest zijn: gepensioneerde dandy’s die op safari gaan.

Ik snapte nog steeds niet helemaal waarom het blad bij mij terecht was gekomen, ik bezit immers noch een pensioen, noch de jukbeenderen om met waardigheid een zijden sjaal te kunnen dragen. Toch was ik er blij mee – ik had in lange tijd niet zo’n fascinerende folder gelezen.

In mijn wereld ga je op reis met de minst mooie kleding die je bezit: een afgeragde broek, een regenjas, een paar hemdjes – niks waarvan het erg zou zijn als het kwijt zou raken, kapot zou gaan of gedeeltelijk opgegeten zou worden door een kwaadwillende honingdas.

Dit was een andere wereld. De producten in deze folder zeiden: „Oké, je gaat op reis en waarschijnlijk zal het daar vies zijn en stinken en misschien ligt er wel zwerfhondenhaar op straat of zand ofzo, maar je zal je niet aanpassen. Hitte, kou en E. colibacteriën zullen geen invloed hebben op je look – jij gaat in stijl.”

Stijl betekent: de nieuwste wetenschappelijke technieken. Zo was er de ‘lichte, luchtige en verheugend kreukvrije’ blazer voor langeafstandsvluchten, gemaakt met drievoudig getwijnd scheerwolgaren (‘een vormstabiele reisbegeleider die niet zo snel verbolgen is over inspanningen’). Ook werd er een reisbroek aangeboden met een nanofijne structuur die werkte ‘als een lotusblad’, of een stijlvolle thermobroek die zich bediende van de modernste holle vezelstructuur.

Ook ontdekte ik dat stijl nog vaker betekent: de meest bizarre stoffen. Er stond een blazer in van geitenvelours, een jas van handgeplukt Peruaans katoen, laarzen van buffelleer, een jack van ‘smetteloze’ langharige Himalayaanse berggeiten, een vest van kasjmierzacht babylamahaar, een trui van zuivere baby-alpaca en een pak van kidmohair: ‘kostbaar, hoogwaardig uitgekamd haar van jonge angorageiten’. Als deze ontwerpers langskomen, verstop je babypanda: zij zullen er waarschijnlijk een leuk mofje in zien.

Nadat ik de folder uithad, was ik toch wel blij dat ik geen gepensioneerde dandy ben die in hoogwaardige kwaliteitsoverhemden en gestreken cino’s de savannes moet door struinen en honingdassen te lijf moet gaan – van het idee alleen al kreeg ik het warm.

Maar die zuivere baby-alpaca trui. Die laat me niet meer los.