Teken je droom, hang die boven je bed - en begin dan

Om de 21ste eeuw aan te kunnen, moeten kinderen creatief zijn. Maar hoe leer je dat? Geld is geen doel, je dromen najagen is dat wel, zegt de ondernemer.

Europa, Nederland,Kesteren, 12-04-2012 Ondernemer Bernd Damme, oprichter / directeur Eye-wear.nl & Eye-wear Europe komt gastles geven op basisschool Daltonschool Het Palet over ondernemen foto Evelyne Jacq Evelyne Jacq

Heeft ondernemer Bernd Damme al eens geprobeerd om in zijn geld te zwemmen? Dat vraagt Kevin (12) uit groep 7-8 van basisschool het Palet in Kesteren.

Damme (22) runt internetbedrijven met een jaaromzet van zo’n 2 miljoen euro. „In mijn geld zwemmen heb ik nooit gedaan”, zegt hij. „Het gekke is: als je veel geld verdient met een website, dan voel je dat niet echt. Je hebt het geld niet in je handen. Met Koninginnedag hebben we in Amsterdam een kleedje neergelegd en voor duizenden euro’s zonnebrillen verkocht. Die avond gooide ik de briefjes over me heen. Ik heb in mijn geld gedoucht.”

Het gaat niet om het geld. Damme zal het een paar keer herhalen tijdens zijn gastles op de basisschool die hij ooit zelf bezocht. Hij zegt: „Voor de meeste mensen is veel geld verdienen ook maar een middel om status te verwerven.” De klas laat zich niet zomaar overtuigen. „Je bent toch gelukkig”, zegt Lars (11). „En 1,8 miljoen euro per jaar is niet echt weinig.”

Geen doel op zich, maar een drijfveer was geld verdienen voor Damme wel. Als jochie van 15 vroeg hij zich af hoe hij dat moest doen: „Ik had een zonnebril van mijn vader gekregen, maar die was erg lelijk. Ik dacht: waarom ga ik geen zonnebrillen via een website verkopen?”

Damme’s eerste onderneming begon vanuit zijn kamertje thuis in Kesteren. Zo moeten de kinderen het ook doen, vindt hij: „Je bedenkt wat je droom is, maakt er een tekening van en hangt die boven je bed. En dan begin je gewoon. Je maakt kleine stapjes. En houd je droom niet voor jezelf. Zorg ervoor dat je er met je vrienden over praat. Zij zullen je helpen.”

De kinderen hangen aan zijn lippen. „Stel: je verzint een product”, zegt Lars. „Hoe laat je dat er dan echt komen?” Damme legt uit hoe het is gegaan met zijn jongste bedrijfje Cravatta Pelliano. Met zijn compagnons ontwierp hij in Nederland twaalf stropdassen. Hij ging in Italië fabriekjes langs om ze te laten maken.

Damme: „Daar moet je wel zes, zeven weken op wachten. We hadden een collectie van twaalf dassen. ‘Zo kun je toch geen modebedrijf beginnen’, zeiden de mensen. Maar je kunt beter klein beginnen, want je moet elke dag uitvinden wat mensen van je producten vinden.” Hij toont een roze stropdas met doodshoofdjes. „Het lijkt een leuk idee, maar we zijn erachter gekomen dat niet veel mensen zoiets willen dragen.”

Zelf draagt Damme een bruin jasje, afgezet met blauwe stof en een blauwe stropdas met witte stippen. De das is één van zijn bestsellers. Het jasje heeft zijn moeder voor hem gekocht en bij wijze van verrassing op zijn bed klaargelegd.

„Zijn moeder naaide vroeger op school de pietenkleding”, zegt juf Nelleke. Als stagiair had ze Damme lang geleden in de klas. „Je was zo kwetsbaar”, zegt ze na afloop van de les.

Damme haalde mooie cijfers, sloeg zelfs een klas over. Hij werd ook gepest. Terwijl klasgenootjes op straat voetbalden, liep hij met een schepje langs de spoorbaan, op zoek naar overblijfselen van de Romeinse vesting in Kesteren. Hij herinnert zich nog dat de school een gesprek arrangeerde waarin de pestkop ter verantwoording werd geroepen. „Dat was een belangrijke ervaring”, zegt hij. „Het heeft me sterker gemaakt. Zoals ik ook sterker ben geworden doordat ik twee keer bijna failliet ben gegaan.”

Vol ontzag kijken de kinderen naar een filmpje van de bedrijfslancering van Cravatta Pelliano, oktober vorig jaar. Damme betrok een pand op de Coolsingel dat de gemeente Rotterdam gratis ter beschikking had gesteld en liet journalisten invliegen per helikopter. Kledingverkopers die tijdens een modeshow in een duur hotel verbleven, verraste hij met een mooi verpakte oma-onderbroek. In het pakje zat een kaartje: ‘U kunt deze onderbroek inruilen voor een handgemaakte Italiaanse das.’

Als Damme de aandacht wil trekken met een nieuw product, dan stelt hij zich vragen als: hoe gebeuren de dingen nu? En: wat zou een schok zijn voor mensen? „Als je niet kunt verkopen, dan kun je niet ondernemen”, zegt hij. „Je moet mensen weten te overtuigen. Toen ik tien was, haalde ik 200 gulden op voor de sponsorloop. De mensen kenden mijn vader van de middenstandsvereniging en ik beloofde ze, als ik het me goed herinner, een advertentie in de schoolkrant.”

Creatief ondernemerschap, wat kunnen kinderen ermee? Damme was van plan met de klas kralenkettingen te maken en die huis-aan-huis te laten verkopen. Hij heeft ervan afgezien, omdat zo’n les in een paar uur niet uitvoerbaar zou zijn. Maar ook omdat je ondernemen niet zomaar kunt leren. Damme zou er ook niet voor om Nederlandse kinderen op de basisschool ondernemerschap bij te brengen met een vast lesprogramma. „Dat is maar voor een heel klein deel van de kids interessant.”

Wél heeft Damme de ambitie de kinderen ondernemender te maken. Hij wil weten wat hun dromen zijn. Hij wil dat ze die dromen najagen, zo snel mogelijk.

Een toekomst als profvoetballer is favoriet, maar er zijn ook veel leerlingen die later een eigen bedrijf willen beginnen. Souhaila (11) en Alissa (11) gaan voor een eigen modebedrijf.

Mohammed (10) heeft aan het begin van de les gezegd dat hij een autobedrijf wil opzetten. Na afloop laat hij het potloodontwerp van zijn eerste auto zien. Dat gaat hij boven zijn bed hangen, zoals Damme heeft aangeraden.

Jasper (12) wil graag een speelgoedwinkel beginnen. „Je hoeft niet te wachten tot je twintig bent”, zegt Damme. „Zoek je oude speelgoed bij elkaar, poets het op en vraag er op de eerstvolgende vrijmarkt een goede prijs voor. Zorg dat je op tijd komt. En natuurlijk ga je dan niet zo maar saai op een kleedje zitten. Je probeert iets bijzonders te verzinnen. Deel limonade uit, en laat de kinderen voor niks met jouw speelgoed spelen.”

Michiel van Nieuwstadt