Streekvervoer heeft een prijs

De Wet op het personenvervoer schrijft sinds 2000 voor dat stads- en streekvervoer aan concurrentie onderworpen moeten zijn. Dat wil zeggen dat bedrijven met elkaar de slag moeten aangaan om een concessie van een provincie of regio te verkrijgen. Alleen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag waren tot 2013 van deze verplichting vrijgesteld, en zijn dat voor wat betreft metro en tram tot 2017. Of deze positie misschien toch gehandhaafd kan worden, hangt af van politieke ontwikkelingen. In de Eerste Kamer sprak een meerderheid er zich dinsdag voor uit om het aan de drie steden zelf over te laten of zij hun vervoer openbaar willen aanbesteden. Anders dan in de Tweede Kamer voelde de PVV zich, nu het kabinet-Rutte is gevallen, vrij om zich bij deze opvatting van de oppositie aan te sluiten. Maar vooralsnog geldt straks ook voor Amsterdam, Rotterdam en Den Haag de wettelijke plicht.

Dat stads- en streekvervoerders ‘gewone’ bedrijven zijn geworden, die om opdrachten moeten strijden, heeft consequenties. Bijvoorbeeld dat ze failliet kunnen gaan. Zover is het niet met Syntus, het bedrijf dat in delen van Gelderland en Overijssel het openbaar vervoer verzorgt. Maar goed gaat het zeker niet met deze regionale vervoerder. Vorig jaar heeft het bedrijf een verlies van vijf miljoen euro geleden; dit jaar dreigt hetzelfde. Een woordvoerder noemde deze situatie tegenover de media „niet rooskleurig”.

Syntus, een joint venture van NS en het Franse vervoersbedrijf Keolis, is de opvolger van een aantal regionale en lokale vervoerders, zoals GVA en GSM. Het bedrijf is de laatste jaren gegroeid doordat het bij concessieverleningen concurrenten als Connexxion en Veolia achter zich liet, al kaapte Arriva het vervoer in de Achterhoek voor de neus van Syntus weg. Zo gaat dat tegenwoordig onder regionale vervoersbedrijven.

Grote vraag is nu of Syntus, dat zijn personeelsbestand de afgelopen jaren van 600 naar 1.200 verdubbelde, in deze concurrentieslag zijn hand niet heeft overspeeld. Het antwoord moet komen van de zojuist aangetrokken bestuurder Anker. Misschien moet de redding komen van de twee aandeelhouders. Maar misschien ook moet Syntus een deel van het streekvervoer uit handen geven aan een concurrent. Die zal het niet voor dezelfde prijs doen, zo mag worden aangenomen.

Het is de verantwoordelijkheid van het betrokken lokale en regionale openbaar bestuur dat de reizigers niet de dupe worden. Het stads- en streekvervoer moet blijven. De les is dat bij aanbestedingen, en niet alleen bij het openbaar vervoer, de laagste prijs niet de enige factor moet zijn. De kwaliteit en de spankracht van een bedrijf horen evenzeer in de afweging mee te spelen.