Stipjes en een streep

Overal zijn gezichten. Niet alleen mensen hebben ze, maar ook deurknoppen en stukjes zeep.

Je kunt ze zien in huizen, in deuren, in deurknoppen, in blaadjes, in bomen, in wolken, in de maan. Overal zijn gezichten. Er is bijna niets voor nodig om van een ding een mens te maken. Zelfs met het toetsenbord kan het ;)

Als je er op let, zie je ook steeds meer gezichten: op een kaasschaaf duiken ze op, op een boomstronk, op een trui of een stopcontact. In het boek Found Faces zijn er een paar honderd verzameld. Er blijkt maar heel weinig voor nodig om van een ding een gezicht te maken. Twee stipjes en een streepje, dan heb je al twee ogen en een mond en dat is genoeg om vuilnisbakken, stenen en geroosterde boterhammen een gezicht te geven.

Waarom is het zo makkelijk om ergens een gezicht in te zien? Misschien komt het wel omdat gezichten zo belangrijk zijn. Want mensen hebben gezichten, en die gezichten en hoe ze kijken, daar heb je wat aan. Want alleen al die twee stipjes en die streep kunnen al heel veel verschillende stemmingen weergeven. Je hebt vrolijke uien, treurige champignons, boze stenen en verbaasde deurknoppen. Tarabout Frédéric fotografeerde een nuffig stukje zeep. De ogen en de mond zijn waarschijnlijk haren die na gebruik op de zeep zijn achtergebleven. Het zeepje lijkt dat zelf een beetje vies te vinden. Maar als hij gewassen wordt, raakt hij zijn gezicht kwijt. Wat moet dat zeepje nu doen? Zo kun je door een paar haren worden meegesleept.

Focus: Found Faces. Your World, Your Images. Uitg. Lark, inl. larkcrafts.com. Op de website flickr zijn nog veel meer ‘found faces’ te vinden.