Spaanse regering versnelt grote schoonmaak in het bankwezen

In Spanje komt de bankencrisis tot een climax: harde ingrepen zijn nodig. En Griekenland weet niet wat het wil met de euro: politici maken zich op voor nieuwe verkiezingen.

De financiële markten houden het tempo er in voor Spanje. Maandag liet premier Mariano Rajoy doorschemeren dat hij morgen, tijdens de wekelijkse ministerraad, zijn reddingsplan voor de bankensector wilde afronden. Maar gisteren werd duidelijk dat Bankia, de vierde bank van het land, zelfs die paar dagen tijd niet gegund is.

De situatie verslechterde de afgelopen dagen zo snel, dat de redding met twee etmalen moest worden vervroegd. Gisteravond om tien uur maakte de enkele uren eerder aangetreden Bankia-topman José Ignacio Goirigolzarri bekend dat hij de staat zal vragen om Bankia feitelijk te nationaliseren.

Met de overheid als grootaandeelhouder moet nu de langverwachte grote schoonmaak beginnen. Bankia geldt al sinds haar oprichting, eind 2010, als de zwakste schakel van het Spaanse financiële stelsel. De zeven regionale spaarbanken (cajas) waaruit ze gevormd is, zijn alle sterk geraakt door het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel, begin 2008. Het idee achter hun fusie was dat ze samen sterker zouden staan. Een beursgang, afgelopen juli, had de bank nieuw kapitaal moeten opleveren.

In de praktijk werd echter een ‘systeembank’ gecreëerd die aanhoudend onrust zaait over de hele bankensector én de overheidsfinanciën. En op wiens omstreden beursgang tienduizenden kleine aandeelhouders – veelal gewone burgers met een rekening bij de bank – fors verlies lijken te gaan maken. De introductiekoers van 3,75 euro kelderde vanochtend verder, tot krap 2 euro.

Na Rajoys uitlatingen over het ingrijpen bij Bankia, bood topman Rodrigo Rato maandag binnen enkele uren zijn ontslag aan. Het kopstuk van regeringspartij PP zag daarbij niet af van zijn vertrekpremie van 1,2 miljoen euro.

Kleine aandeelhouders begonnen massaal uit te stappen. Op de beurs in Madrid verloor de bank in drie dagen ruim 650 miljoen euro van haar waarde. In het kielzog van Bankia daalden ook de koersen van alle andere Spaanse banken scherp. De Madrileense IBEX-35 viel gisteren terug naar het niveau van 2003.

Op de obligatiemarkten zorgde dit – samen met de politieke chaos in Athene – voor grote onrust. De Spaanse tienjaarsrente steeg gisteren tot boven de 6 procent. De spread, het renteverschil met de Duitse Bund, begint de 500 basispunten te naderen, een niveau waarbij andere landen eerder noodhulp moesten vragen. Ondertussen lekken uit Brussel steeds meer berichten dat de Europese Commissie heeft becijferd dat Spanje zijn begrotingsdoelstellingen niet gaat halen.

De nieuwe topman Goirigolzarri besloot Bankia op zijn eerste werkdag meteen te laten nationaliseren. De 4,5 miljard euro aan noodleningen die de staat eerder verstrekte aan BFA, de moedermaatschappij van Bankia, zullen worden omgezet in aandelen. Schulden worden zo kapitaal.

De komende dagen en weken zal eerst gekeken worden hoeveel de bank nog waard is. Vorige week bleek dat externe accountants hun handtekening niet onder de jaarrekening over 2011 wilden zetten, omdat de bank haar eigen vermogen miljarden te hoog zou inschatten. De werkelijke kapitaalpositie van Bankia zou al zo sterk zijn geërodeerd, dat de overheid met deze injectie nagenoeg complete controle verwerft.

Maar het zal niet bij deze miljardensteun blijven. De regering koopt zich in bij BFA, waar veruit de meeste vastgoedproblemen zijn geconcentreerd. Het is naast moederbedrijf ook de informele ‘bad bank’ van de zeven cajas die samen Bankia bezitten. Om alle slechte bezittingen (grond, huizen) en leningen af te schrijven is geld nodig. En het is de overheid die ,,het strikt noodzakelijk kapitaal zal aandragen dat nodig mocht zijn voor de vereiste saneringen”, meldde het ministerie van Economie gisteravond.

Niemand weet nu nog hoe groot het zwarte gat is dat gevuld moet worden. Vanuit Brussel is al gesuggereerd dat Spanje geld zou kunnen lenen uit het euronoodfonds. Maar de regering wil daar niet aan, vanwege het bijbehorende soevereiniteitsverlies. Dit voedt op de markten weer de twijfel of Madrid wel echt bereid is alle problemen onder ogen te zien.

Ook omdat werkelijk opschonen niet alleen financieel, maar ook politiek gezien slecht uitkomt. Premier Rajoy beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne dat hij ,,geen euro” belastinggeld in de banken zou steken. Overheidssteun aan de financiële sector ligt zeer gevoelig in een land waar gemiddeld 200 tot 300 huiseigenaren per dag hun huis uit worden gezet. Bankia geldt daarbij als een van de instellingen die zich het minst coulant opstellen tegen wanbetalers.

Voor de oppositie was het de afgelopen dagen vrij schieten op Rajoy. De centrumlinkse arbeiderspartij PSOE vroeg hem of de miljarden die hij bezuinigt soms dezelfde miljarden zijn die nu naar de banken gaan. Belangengroepen van mensen met hypotheekproblemen pleitten voor een moratorium op huisuitzettingen door Bankia.

Een andere complicatie voor Rajoy is dat het Bankia-bestuur, zoals dat van alle cajas, bevolkt wordt door politici, vooral van zijn eigen regeringspartij PP. Juist deze politieke invloed zorgde ervoor dat de cajas tijdens de vastgoedbonanza (1998-2007) veel risicovoller opereerden dan gewone consumentenbanken. Van de circa 180 miljard euro aan vastgoedproblemen waar de sector, volgens de centrale bank, mee kampt, zit ongeveer 130 miljard bij cajas. Dit terwijl zij bij het uitbreken van de crisis ongeveer de helft van de bancaire markt in handen hadden.

Politici binnen de cajabesturen regelden goedkope leningen voor de bouwavonturen en prestigeprojecten van hun partijgenoten. Het leidde op grote schaal tot wildbouw, vriendjespolitiek en corruptie. En de bankensector zit niet alleen opgescheept met een miljoen onverkochte huizen.

Maar ook met spookvliegvelden, cultuurpaleizen en sporthallen waar een professioneel geleide bank niet snel geld voor had uitgeleend. Naast de vastgoedportefeuille zullen daarom ook de bestuurskamer van Bankia en de deelnemende cajas uitgemest moeten worden.