Peter Batist

Het is een verarming dat het ophoudt, zegt Peter Batist (72). Hij werkte in Ghana en dankzij de Wereldomroep was hij soms toch weer even ‘thuis’.

’Ik was dertien jaar, woonde in Nederlands Indië, en voordat ik naar school ging luisterde ik naar Radio Nederland. Het was februari 1953. Ik hoorde dat het stormde in Nederland, dat de dijken doorgebroken waren. Het maakte enorme indruk. Op onze school was het nieuws het gesprek van de dag. Bijna iedereen had het die ochtend op de radio gehoord.

„Jaren later werkte ik in Ghana. In december maakte ik met mijn vrouw en twee vrienden een trip naar Bolgatanga in het noorden. Buiten op een terrasje met kaarsjes, in de broeierige hitte, stemden we de radio af op de Wereldomroep. De verbinding was slecht, maar net goed genoeg om de Oudejaarsconference van Wim Kan te horen. Fantastisch was dat, dan ben je echt weer even thuis.

„Ik ben blijven luisteren. ’s Ochtends als ik wakker werd dan deed ik de oordopjes van de wereldontvanger in. De uitzending werd afgesloten met het Wilhelmus, daarvan kreeg ik een brok in m’n keel. Wanneer ik naar de Wereldomroep luisterde, dan had ik het gevoel dat ik Nederland niet volledig verlaten had.

„Dat zal voor veel mensen gelden, vooral voor degenen die vastzitten in een ander land. Het is een verarming dat het ophoudt. Ik stel voor dat de grote bedrijven die overal ter wereld Nederlandse mensen hebben werken, de Wereldomroep sponsoren, zodat ze programma’s kan blijven maken voor mensen overzee.”