Oneindig subtiel muziektheater

Bij Peking opera bekwamen acteurs zich hun leven lang in één type rol. De Peking Opera School vertolkt in Amsterdam Aan de Waterkant, „een Chinese Robin Hood”.

Joep Stapel

Beijing Opera School Aan de waterkant Vincent PONTET/WikiSpectacle

Op rode tapijten midden in de ruimte doet een groepje jongens oefeningen. Ze dragen wijde zwarte broeken, een shirtje, witte gympen. Ze leggen een been in hun nek. Ze springen series van vijftien flikflaks. Het is verbijsterend en een beetje beangstigend om hun elastieken lichamen als speelgoedpoppetjes over de vloer te zien buitelen. De oudste moet een jaar of vijftien zijn, de jongsten hooguit acht of negen. Volgens de officiële lezing zijn ze allemaal twaalf.

Nog niet zo lang geleden begonnen jongens hun opleiding hier op hun zesde, maar sinds enige tijd is de wettelijke minimumleeftijd twaalf. Dat vertelt Li Jian, vice-directeur van de Peking Opera School. De halsbrekende capriolen die wij zojuist gezien hebben zijn volgens hem basisbewegingen; ze vormen het ‘alfabet’ dat de jongens moeten beheersen om later hun rollen te kunnen spelen.

„Beginners”, benadrukt de Franse regisseur Patrick Sommier met een knikje naar het lokaal dat we zojuist verlaten hebben. „Maar een half jaar geleden konden ze nog niks.” Sommier weet waar hij het over heeft, hij komt hier al jaren. Li prijst zijn inzet voor de promotie van Peking opera in het Westen. Nu repeteert Sommier met docenten en leerlingen de voorstelling Aan de waterkant, die op 15 mei naar Amsterdam reist. Het is een hommage aan de school waaraan hij verknocht is geraakt.

Tussen zijn Chinese collega’s is Patrick Sommier een opvallende verschijning: groot, een tikje gezet, een volle bos zilveren krullen. Hij belandde in 2004 door een reeks toevalligheden in Peking, vol scepsis over de Chinese theatertraditie en vooraf al popelend om weer te vertrekken. Het liep anders. Hij stond versteld van het talent en raakte in de ban van de traditie. „Ik ben verliefd geworden op de Chinese cultuur en literatuur. Bovendien leer je veel over jezelf door de ogen van anderen.”

De rondleiding voert verder naar een lokaal waar de basiskennis voorzichtig in praktijk wordt gebracht. Een jong ventje met een enorme rode nepbaard en een bont kostuum oefent een stukje jing-repertoire, een ‘rol met geverfd gezicht’. Met twee houten stokjes geeft zijn leraar de complexe ritmische structuur van de choreografie aan. Pas bij herhaling valt op hoe nauwkeurig allerlei lukraak ogende handelingen zijn vastgelegd, niet alleen de sprongen en danspasjes, maar ook de mimiek en zelfs het zwieren van de baard.

Regionale varianten

Peking opera is de populairste vorm van Chinese opera, een muziektheatergenre met talloze regionale varianten, waarvan de wortels terugreiken tot in de derde eeuw. Het is een mengeling van muziek, dans, toneel, vechtkunst en acrobatiek. Alle rollen vallen binnen een complexe indeling in vier categorieën: mannelijke rollen (sheng); vrouwelijke rollen (dan); rollen met geverfd gezicht (jing); en clownsrollen (chou). Elke categorie kent een verdere onderverdeling in types, zoals oude wijze mannen en jongemannen in het geval van de eerste categorie.

De verschillende roltypen onderscheiden zich sterk in stemgebruik en gestiek. Zo zingen de dan-acteurs (zowel mannen als vrouwen) met een snerpende falset. Een fotowand toont een stuk of vijftig standaard handgebaren met legenda; het krommen van een kootje blijkt het verschil te kunnen maken tussen een waaier vasthouden, het uitdrukken van milde verrassing of woedend aanwijzen.

De Peking Opera School is gehuisvest in de Chinese variant van een sovjetflat. Het instituut werd halverwege de vorige eeuw opgezet, niet door de staat, maar door acteurs. Momenteel geven 350 docenten les aan 1.000 studenten. Vroeger duurde de opleiding twaalf jaar; nu vertrekken studenten na vijf jaar naar de universiteit om zich verder te verdiepen in het repertoire.

Vice-directeur Li Jian, die zelf aan de school studeerde, speelde in zijn jaren op de bühne laosheng, rollen als oude wijze man. Leerlingen worden op jonge leeftijd gespot voor een bepaalde categorie en daarin opgeleid. Gedurende hun hele carrière specialiseren ze zich hoofdzakelijk in één rol. „Het is enorm gecompliceerd en compleet”, aldus Li. „Het zou dagen kosten om daar iets over te zeggen.”

Sommiers voorstelling is gebaseerd op Shuizu zhuan (‘Het verhaal van de wateroever’), een van de vier klassieke Chinese romans. „Iedereen in China kent dat boek”, zegt Sommier. „Er zijn opera’s van gemaakt, tv-series, strips, games, noem maar op.” In zo’n 3.000 pagina’s vol picareske avonturen vertelt Aan de waterkant over de rebellie van 108 krijgers tegen een corrupte overheid, gepersonifieerd door de schurkachtige gouverneur Gao Qiu. De rebellen, aangevoerd door Song Jiang, verschansen zich aan de rand van een moeras en brengen de keizerlijke legers gevoelige nederlagen toe. „Het is een soort Chinese Robin Hood.”

Een roman van dergelijke omvang laat zich slecht in één avondvullende voorstelling passen, en dat is ook niet Sommiers bedoeling. Hij heeft zich juist laten inspireren door de uitzinnige detailrijkdom: „Dit boek vangt alle aspecten van het leven in de twaalfde eeuw. Het ging mij erom dat lexicon van gebaren en gebruiken te pakken. Het is een droom van het werkelijke China.”

Maar hoe toegankelijk is die droom voor niet-ingewijden? Op het eerste gezicht lijkt Aan de waterkant vooral exotisch en hermetisch. Wie toch naar binnen glipt komt echter terecht in een fascinerend spiegelpaleis van onverwachte vragen. Kan een Franse regisseur een traditionele Chinese opera maken? Wat hoort een Europeaan die voor het eerst een Peking opera hoort? Hoe moet men de contouren en de diepte bepalen van een kunstwerk dat los in de ruimte lijkt te zweven?

Een paar woorden Chinees

Na de lunch wordt Aan de waterkant gerepeteerd. Met behulp van een paar woorden Chinees en een Franse tolk brengt Sommier zijn troepen in stelling. Aan de zijkant, maar óp het podium, neemt het orkestje plaats: blaas- en snaarinstrumenten als begeleiding van de zang; slagwerk ter ondersteuning van de acteurs, die met hun bewegingen het ritme van de muziek precies volgen. Het ensemble wordt geleid door de kleine trommel.

Lin Chong, de nieuwe leider van de 108 opstandige krijgers, begeeft zich naar de rosse buurt, waar een oogverblindende courtisane te bewonderen zou zijn. Hij heeft echter geen geld, wat volgens Sommier vanuit Chinees perspectief onbedaarlijk hilarisch is. Het loopt uit op een klassiek kroeggevecht, inclusief de kruik met voorgevormd gat die over iemands hoofd wordt geslagen. De slagwerkers (met oordoppen) hameren onvermoeibaar op hun gongs en bekkens.

‘Aan de waterkant’ door docenten en studenten van de Peking Opera School. Regie Patrick Sommier. M.m.v. Marc van Warmerdam, verteller. Muziektheater Amsterdam, 15, 17 & 18/5. Educatieworkshop voor kinderen 17/5. Inl: www.dno.nl