Mijn is een enorme gave last

Nina Simone zocht een leven lang naar haar plek als muzikant. Jazz klonk haar ‘te zwart’, zij was klassiek. Vandaag gaat een musical over haar leven in première.

ca. 1994 --- Nina Simone --- Image by © Carol Friedman/Corbis © Carol Friedman/Corbis

Redacteur Cultuur

Een diepe, wobbelende bas vult het MC Theater, tot op het podium een vrouw een lied inzet. „My skin is black”, zingt ze. Een tweede, jongere zangeres zet een nieuw couplet in en begint met: „My skin is yellow.” De derde vertelt dat haar „skin tanned” is en ten slotte zingt een man met baard: „My skin is brown, my manner is tough.”

Het lied is ‘Four Women’ van Nina Simone. Theatergroep MC repeteert Nina Simone (a)live, de voorstelling over de legendarische zangeres, die met dit nummer begint. Na afloop van de repetitie verklaart Maarten van Hinte, die samen met Marjorie Boston regisseert, dat ‘Four Women’ tot het idee leidde zeven performers hun eigen Nina te laten spelen. „Nina Simone zei dat ze over die vier soorten vrouwen schreef om over zichzelf als zwarte vrouw te kunnen vertellen. Zij zijn allemaal Nina Simone. Dat gaan wij ook doen, dachten we.”

Nina Simone (geboren als Eunice Waymon, 1933-2003) leidde een turbulent leven. Zelfs de gladgestreken versie in haar memoires levert een stroom anekdotes op. Ze groeide op in een stadje als wonderkind voor wie een studiefonds werd opgericht, wat haar deed dromen van een leven als de eerste zwarte concertpianiste. Een bijbaan als barpianiste en -zangeres groeide uit tot een leven als wereldster, een popidool dat streed voor gelijke rechten voor de zwarte bevolking van Amerika. Ze eindigde als onhandelbare diva in Frankrijk, na jaren onder meer in Barbados, Liberia, Zwitserland en Nederland te hebben gewoond.

Miljoenen betoverde ze met haar stem en liedjes als ‘My baby just cares for me’, ‘Ain’t got no...I got life’, ‘ To be Young, Gifted and Black’, ‘I put a spell on you’. Zelf vond ze haar stem beperkt, maar haar kermende, emotioneel geladen klank snijdt door de ziel.

Nina Simone (a)live is vormgegeven als een concert, waarbij de zangeres tussen de nummers door over zichzelf vertelt, zoals ze ook in het echt vaak deed. Het resultaat is een impressionistische, muzikale vertelling. Drie vrouwen, onder wie de jonge soulzangeres Sabrina Starke, zingen de meeste liedjes. Maar ook de vier mannen, onder wie Hans Dagelet, dragen bij aan het vertolken van de nummers die altijd iets over haarzelf zeggen.

In dat opzicht is ‘Sinnerman’ de cruciale song, zegt Van Hinte „Haar leven was een zoektocht en daar gaat dat lied over. Ze zingt: ‘Ik was in nood en ik riep God aan en God zei: je moet naar de duivel voor de oplossing van je probleem.’ In haar jeugd zat haar moeder in de kerk en haar vader thuis bij de radio, met zijn ‘duivelsmuziek’. Zo is ze grootgebracht, en de vragen die ze had over goed en kwaad zijn gebleven. Haar leven was een strijd met duistere krachten, in haar en buiten haarzelf. Veel van haar muziek gaat over twijfel, over de vraag of ze goed bezig is, in de politiek en in de liefde.”

Haar grote persoonlijke inzet, de openhartigheid waarmee ze over haar leven sprak en zong, was de reden om een voorstelling over haar te willen maken. „Haar hele leven vocht Nina Simone voor het recht om zelf te bepalen wie en wat ze was. Die houding is van deze tijd. Dat maakt haar actueel.”

Ook van haar steun aan de burgerrechtenbeweging in de VS maakte ze een persoonlijke strijd.

De voorstelling gaat in op de aanslag op een kerk in Alabama in 1963, waarbij vier meisjes werden vermoord. Simone goot haar ontsteltenis en woede in een fel lied, ‘Mississippi Goddamn’. Maar voordat de zeven Nina’s dat nummer brengen, zingt Starke op de rand van het podium een ontroerend slaapliedje, waarin ze de namen van de meisjes verwerkt: „Hush little Denise, don’t say a word, mama is gonna buy you a mockingbird.”

Starke doet de protestsongs van Nina Simone. Het ligt niet voor de hand dat deze optimistische, door de zon gekuste zangeres zich stort op de boze kant van het oeuvre. Maar dat was haar keuze, zegt Van Hinte.

Behalve pianomuziek zijn er ook raps te horen en beats van de dj, schurende geluiden uit de computer, een akoestische gitaar en de trompet van Dagelet. Van Hinte: „In de vrijheid waarmee Simone haar muziek benaderde zit haar verhaal. Die vrijheid nemen wij ook, als eerbetoon aan haar muzikale geest. Haar ‘House of the Rising Sun’ voeren we bijna identiek uit, sober en akoestisch, maar ‘Ne me quitte pas’ hakken we aan stukken. Veel vrijheid nam ze ook bij het zingen van andermans werk, zegt Van Hinte. „Charles Aznavour, die ze bewonderde en van wie ze meerdere liedjes coverde, zei: ‘Als Nina Simone een liedje van je zingt, maakt ze iets wat je werk ontstijgt. Dan wordt het ook haar nummer.’ En zo is het.”

Nina Simone weigerde consequent zich in categorieën te laten indelen. Als iemand haar een jazz-zangeres noemde, dan zei ze: „Ik ben een pianist. En anders eerder een folkzangeres in de traditie van Bob Dylan.” Van Hinte: „Ze wees de term jazz af, omdat ze het een denigrerend woord vond voor prachtige muziek. ‘Wie jazz zegt, zegt neger, en wie neger zegt, zegt minder waard’, redeneerde ze. Ze noemde haar muziek klassieke zwarte muziek.”

Tegenwoordig beschouwt iedereen Nina Simone als één van de groten in de popmuziek, maar haar hele leven voelde ze miskend. Dat was ze ook wel, meent Van Hinte. „Als zangeres was ze beroemd, maar als pianist en arrangeur was ze veel sterker. In de jaren tachtig vergeleek een recensent haar met Maria Callas en toen zei ze: ‘Eindelijk een recensie die recht doet aan mijn niveau. De passie en overgave aan de muziek deel ik met haar’.”

In verschillende scènes toont het zevental Nina’s eenzaamheid. Als haar Nederlandse manager, in de periode dat ze bij het Philips-label zat, verklaart dat ze de last van veertig miljoen mensen op haar rug torst, zegt ze dat hij haar in één zin weet te vatten.

Haar eenzaamheid werd veroorzaakt door haar talent, denkt Van Hinte. „Muziek hield nooit op in haar hoofd, zei ze. Als kind was ze al afgezonderd van haar familie door haar muzieklessen. Die afzondering van andere mensen bleef doordat ze een leven leidde van optredens en opnames. Mijn gave is een enorme last, zei ze. Maar ze was ook geen makkelijke vrouw. Met name later in haar carrière werd ze steeds veeleisender en wispelturiger.”

Die laatste fase wordt vertolkt door Hans Dagelet, op hakken en in mantelpak. Zijn Nina klaagt over interviews en over Zwitserland. Dat beeld is een passend slot, zegt Van Hinte. „Zo was ze geworden. Ze schold op haar personeel, vreselijk. Geld stond voor haar toen gelijk aan respect en Amerika noemde ze verrot. Aan het einde van haar leven was ze veranderd in een kankerende, oude witte man.”

‘Nina Simone (a)live’. MC Theater t/m 20 mei. Van 15 t/m 19/5 op festival Rightaboutnow. Inl. mconline.nl