Laat Syrië voelen dat het menens is met ingrijpen

Stap voor stap verhoogt het Westen de druk op Syrië. Het regime zal volgens Maarten Zeegers pas ingaan op eisen van de VN als het de druk van militair ingrijpen voelt.

Illustratie Osama Hajjaj

Mijn Syrische vrouw roept wanhopig: „Internationale waarnemers? Na meer dan een jaar geweld en tienduizend doden sturen ze waarnemers? Wat willen ze gaan waarnemen dan?”

Mijn vrouw heeft gelijk. Natuurlijk zullen de internationale waarnemers geen gefundeerde inschatting kunnen maken of de strijdende partijen in Syrië zich wel houden aan het staakt-het-vuren, laat staan dat ze een einde kunnen maken aan het geweld. De 250 waarnemers die de Verenigde Naties hebben gestuurd, zijn in de praktijk niet eens genoeg om één stad in de gaten te houden.

De Syrische gezant bij de VN verwelkomde de waarnemers, maar stelde wel dat zijn land zich het recht voorbehoudt zich te verdedigen tegen „terroristische acties”. Zo dekte hij zich op voorhand in tegen beschuldigingen van nieuwe gewelddadigheden tegen demonstranten.

Ook de opstandelingen lijken zich op hun beurt weinig aan te trekken van het staakt-het-vuren. Hoewel een woordvoerder van het Vrije Syrische Leger (FSA) na het verstrijken van het ultimatum van VN-bemiddelaar Kofi Annan verklaarde geen aanvallen meer uit te zullen voeren, vielen er deze week aan de kant van het leger opnieuw slachtoffers. Gisteren raakten in Deraa nog zes militairen gewond door een bermbom. Hun truck reed een paar seconden uit voor een VN-konvooi.

Toch is er op diplomatiek vlak succes geboekt met het besluit waarnemers te sturen. Voor het eerst hebben Rusland en China ingestemd met een resolutie die in feite gericht is tegen het regime van president Assad. Het ligt in de lijn der verwachting dat de waarnemers tijdens hun missie zullen concluderen dat het regime zich niet aan de afspraken houdt. Hierna zal een nieuwere en strengere resolutie volgen. VN-chef Ban Ki-moon heeft al verklaard dat hij van plan is de waarnemersmissie uit te breiden.

Voor Rusland en China wordt het dan moeilijker een veto uit te spreken. Het Westen probeert stap voor stap de druk op Syrië op te voeren en tegelijkertijd Rusland en China aan boord te houden.

Het Syrische regime functioneert hierbij als een matras. Bij serieuze dreiging uit het buitenland veert het in en geeft het toe aan de internationale eisen. Valt de dreiging weg, dan veert het net zo snel weer terug en breekt het de gemaakte beloftes.

Deze politiek stamt al uit de tijd van Assads vader, die buitenlands gevaar steeds op vergelijkbare wijze afwendde. Toen de Amerikaanse president Bush in 2003 te kennen gaf dat Bashar al-Assad na de val van Saddam Hoessein weleens de volgende zou kunnen zijn, willigde Syrië in hoog tempo de politieke eisen van de Verenigde Staten in. Toen het fiasco in Irak een nieuw militair avontuur in de regio onwaarschijnlijk maakte, werden veel beloftes weer gebroken.

Het is zaak dat Damascus het gevoel krijgt dat de internationale gemeenschap werkelijk bereid is militair in te grijpen, mocht Assad zijn beloften niet nakomen. Intussen gaat het geweld wel ‘gewoon’ door, ondanks het diplomatieke spel – waarnemers of geen waarnemers.

Maarten Zeegers studeerde islamitisch recht in Damascus en deed verslag over de opstanden in Syrië voor NRC Handelsblad.