Klotsende paprijst

Kant en klaar verdient aandacht maar krijgt die zelden in media. Jammer, want invloedrijke culinisten in krant en blad zouden de maaltijd- en halffabrikatenindustrie kunnen opstoken nog veel betere producten te maken. Wie niet kan koken, verdient daarom nog wel serieus genomen te worden. Puur geluk van de lopende band moet zijn deel zijn. Haute cuisine uit de pijplijn. Niet eens zo vreemd, die pijplijn. De allerbeste tomatensauzen komen ook uit reusachtige fabrieken die er uitzien of ze gloeiend asfalt maken.

Neem rijst. Een doosje bijna affe pap uit de fabriek. En wat is dat prima nog aan toe! Paprijst klinkt niet aantrekkelijk. Als woord. Rijstepap is vredelievender. Maar noem rijstepap risotto, dan zal je daar de culinairen hebben met commentaren en lyrische getuigenissen. Schieten woorden tekort; dan maar gek doen. Culinist Onno Kleyn beweert op zijn website dat risotto die in Nederland wordt opgediend, meestal niet deugt. Te droog. Maar bij een poging om onder woorden te brengen waaraan risotto moet voldoen, raakt hij volkomen overstuur: „Een bedwelmend gerecht, een donzige deken op je tong, een wolkende wereld onder je gehemelte, een zacht klotsen van romige rijst om de kiezen, vloeibaar en vast tegelijk. En pas op, dat vloeibaar is echt vloeibaar, zomerzwetend, zwemmend nat. Dat vochtige geluk, met de zilte scherpte van de kaas en de troost van de boter.”

Je zou zweren dat paprijst onder de narcoticawet valt, je wordt er stapelhigh van, zo te lezen. Aanleiding tot zijn schrijverij was een papje uit een doosje. Het is nieuw in Nederland. Riso Gallo Risotto Pronto uit Italië. Er is een doos Gran Gallo met alleen droge rijst die tot risotto gekookt moet worden, maar dat moet je nog helemaal zelf doen. Geen gebruiksaanwijzing, hij is voor geroutineerde risottokokers. Kant en klaarder, op 12 minuten pruttelen na, maar goede aanwijzing op de zijkant, zijn doosjes snelkookrijst met smaak. Paddestoelen en kaas. In de paddestoelenrijst zit ook kaas, maar in de kaasvariant zit kaaspoeder van maar liefst vier verschillende kazen uit vier landen. Nederland wordt hier op zijn nummer gezet; geen spoor van een beetje gouda zit erin. Wel emmental, pecorino, camembert en cheddar. Trouwens, ook aardappelmeel, melk, suiker en gistextract.

En proef je die vier kazen dan apart van elkaar op je tong, terwijl de romige rijstkorrels om je kiezen klotsen? Nee, je haalt er niet één van de vier kaassmaken uit. De culinist, hierboven geciteerd, vond de snelkookrisotto goed.

Tegen zijn zin. Hij schaamt zich ervoor en zegt zelfs: „walgelijk om toe te geven”. Want kant en klaar mag helemaal niet in de culikerk.

Mijn moeder maakte vroeger rijstepap met bruine suiker. Heerlijk. De pap van Gallo doet eraan denken, niet zoet maar zoutig. Prima risotto met een alledaagse kaassmaak die vast en zeker ook peuters zal behagen die net tanden kregen. En die met paddestoelen, nee echt hoor, schaamteloos voortreffelijk.