Je speelt maar één keer de zus van je zus

In Jackie zijn de zussen Carice en Jelka van Houten voor het eerst samen in een film te zien, „een feest”.

Dana Linssen

Filmrecensent

Twee zussen die twee zussen spelen. Dat was een feest voor de zussen in kwestie, vertelden Carice en Jelka van Houten vorige week in Amsterdam ter gelegenheid van de promotie van hun film Jackie. Feestelijk is dat ook voor de toeschouwer, die onvermijdelijk gaat kijken naar de kleine overeenkomsten tussen beide actrices, die in de film in Amerika op zoek gaan naar hun draagmoeder, Jackie.

De film beklemtoont hoe harmonieus het homogezin is waarin jullie personages, Sofie en Daan, opgroeien. Waarom krijgen twee vrouwen die uit zo’n liefdevolle omgeving komen toch zo veel gedoe met relaties en mannen in hun latere leven?

Jelka van Houten: „Als je je moeder niet kent, is er altijd een gemis. Je hebt altijd het gevoel dat je bent afgestaan, of niet geaccepteerd. Verlaten worden door je moeder is volgens mij een van de heftigste dingen die er zijn. Kijk maar naar adoptiekinderen. Die zijn zo welkom en toch gaat dat heel vaak fout.”

Carice van Houten: „Jelka’s personage Daan staat heel open voor de ontmoeting met haar moeder. Mijn personage Sofie leeft meer met oogkleppen op, is vooral op haar carrière gericht. Misschien om niet te veel te hoeven voelen. De film is voor mij meer het coming-of-age-verhaal van twee zussen. De moeder is een aanleiding. Het gaat vooral om hoe zo’n reis hun leert om hun demonen onder ogen te zien en verder te komen. Het is meer een spirituele film dan dat hij iets zegt over ouderschap.”

De film roept de vraag op van het aloude nature-nurture-debat. Wat krijg je mee van je opvoeding, en wat zit in je genen?

Carice: „We hebben het er tijdens het maken niet echt over gehad. Het is wel een thema dat ik heel erg interessant vind, ook al kom ik er vooralsnog niet helemaal uit. Het is opvallend dat Sofie en Daan het mannelijke, het avontuurlijke gemist lijken te hebben en dat dan vinden bij Jackie. Maar hoe dat precies zit is heel ingewikkeld. Ik ben bang dat er heel veel genetisch bepaald is. Maar ik geloof wel dat je je gedrag bij kunt stellen. Niet dat je een heel ander mens kunt worden, maar ik geloof wel in therapie.”

Jelka: „De lijnen in je hand veranderen gedurende je leven, terwijl je vingerafdrukken altijd hetzelfde blijven. Zo zie ik het een beetje. Bepaalde dingen staan vast. Maar daaromheen is heel veel veranderlijk.”

Wat is het belangrijkste dat de zussen leren tijdens de reis?

Jelka: „Meer zichzelf te zijn.”

Carice: „Meer loslaten. Sofie is heel ambitieus, een echte controlfreak. Als haar telefoon uitvalt, valt alles uit. Dat is wat zij moet leren.”

Het is bijna een verlate puberteit die beide vrouwen doormaken. Is dat niet ook een sociaal verschijnsel, dat mensen zich steeds later van hun ouders losmaken?

Carice: „Ik kan me daar wel mee vereenzelvigen. Dat heeft ook te maken met een intense loyaliteit die je ten aanzien van je ouders kunt voelen. De grootste angst van kinderen is om de liefde van hun ouders te verliezen. Ik denk dat het heel goed is om te puberen. Ik zou het elke puber aanraden. Maar om te kunnen puberen moet je je veilig voelen in je omgeving. Dat is de paradox.”

Ik begreep dat het scenario op jullie huid is geschreven. Zijn jullie betrokken geweest bij het schrijfproces?

Jelka: „Niet heel erg. We zijn wel op de hoogte gehouden, maar we hebben niet mee ontwikkeld. Het zijn echt rollen. Ik denk dat ze geschreven zijn vanuit het idee van wat we kunnen spelen, meer dan vanuit hoe we echt zijn.”

Carice: „Ik speel niet mezelf. Natuurlijk zijn er elementen die wel overeenkomen. Ik met mijn werk, Jelka met haar gezin. Maar dat is allemaal gechargeerd. Er zijn ook dingen in Daans karakter die bij mij passen en andersom.”

Maakt het veel verschil om met je zus te werken?

Jelka: „Het was een feest.”

Carice: „Wie maakt dat nou mee?”

Jelka: „Je beseft ook hoe eenmalig deze ervaring is. Je kunt wel met Barry Atsma 300.000 keer een stel spelen, maar je kunt niet elke keer de zus van je zus spelen.”

Hebben jullie professioneel nog iets van elkaar opgestoken?

Jelka: „Ik heb vooral de gelijkenissen gezien.”

Carice: „Ondanks dat we heel verschillend zijn, reageren we wel vaak hetzelfde. Dat zit dan dus toch schijnbaar in het bloed. En je hebt dezelfde referenties. Voor een regisseur kan dat ook vrij snel bedreigend overkomen. Want dan lijkt het net alsof je tegenover een pact komt te staan.”

Jelka: „Dat creëerde wel verwarring. Juist omdat we een enorme band hebben, werden we soms als blok gezien, terwijl dat helemaal niet aan de orde was. Dan zaten we gewoon onze tekst te leren, terwijl gedacht werd dat we dan de hele tijd zaten te kletsen en thee te drinken in onze trailer.”

Hebben jullie in deze film het uiterste uit jezelf kunnen halen?

Jelka: „Ik denk dat als we meer tijd hadden gehad, er veel meer dingen hadden kunnen ontstaan. Het draaischema was allemaal op de millimeter uitgerekend. Echt doorstomen, van de ene scène naar de volgende scène. De pareltjes in de film zijn de momenten dat we los mochten gaan; één take even mochten improviseren.”