Je Klout Score zegt helemaal niks

Allerlei nieuwe bedrijfjes bieden diensten om je online invloed te meten. Maar die ranglijstjes zijn niets waard. Ze zorgen hoogstens voor meer digitale narcisten.

Lorenz van Gool

Iedereen die op Twitter zit, heeft er vast wel eentje langs zien komen: de zelfbenoemde social media expert die maar blijft raaskallen en je scherm volspamt met tweets. Of die ene meid op Facebook die wanhopig aandacht zoekt met semidiepzinnige quotes of sexy foto’s.

In de echte wereld kun je zulke mensen nog goed belachelijk maken, maar online zijn zij misschien wel goden. En als het aan diverse nieuwe internetbedrijfjes ligt, telt straks alleen dat digitale imago.

De laatste jaren ontstonden allerlei startups die de invloed van individuen op sociale netwerken meten, zoals PeerIndex, Kred en het Nederlandse PeerReach. Het drie jaar oude Klout steekt er bovenuit: er werd 40 miljoen dollar in het bedrijf geïnvesteerd. Serious business, dus.

Klout hanteert, net als al die andere internetbedrijfjes, een ingewikkeld, geheim algoritme om je online invloed te meten. Je ‘Klout Score’ hangt af van hoeveel mensen jou volgen, welke mensen jou volgen en in welke mate zij op jou reageren. Aan de hand van de onderwerpen waar je het vaak over hebt, kun je invloedrijk zijn in onderwerp x.

Een voorbeeld: Justin Bieber heeft de perfecte score van 100 en is ‘invloedrijk’ in ‘muziek’.

Voor een beroemdheid is het makkelijk om een hoge score te behalen. Maar de gewone burger moet knokken voor een hoge score. Klout stimuleert zo de drang naar digitale aandacht. En het bedrijf heeft via het algoritme de touwtjes in handen om te bepalen of je invloedrijk genoeg bent.

Zo’n ranking is op zich niet zo erg. Op Twitter kijk je ook weleens naar het aantal volgers van een persoon, om te bepalen of deze interessant genoeg is om te volgen. Er komt steeds meer data online, dus is het nodig overzicht te creëren en het kaf van het koren te scheiden.

Dat iets wat Google al jaren doet met de indexering van webpagina’s op basis van links naar die webpagina’s: hoe meer links naar een site, hoe hoger deze als resultaat in de zoekmachine terechtkomt. Ook in de wetenschappelijke wereld wordt zo’n systeem gebruikt: een citatie-index bepaalt welke wetenschapper invloedrijk is.

Dat is eigenlijk wat Klout ook doet, maar dan met mensen. Er is alleen een groot verschil. Terwijl je trainingen kunt volgen over hoe je hoger in de Google-zoekresultaten komt, en terwijl het citatie-systeem van de wetenschap transparant en bespreekbaar is, blijft het algoritme van Klout nog gewoon één groot geheim. Je weet niet hoe je kan scoren met Klout.

Zo’n schimmig algoritme kan aandachtsgeile mensen aansporen zich meer te roeren in de digitale wereld, in de hoop de code van Klout te kraken. Het lijkt erop dat dit ook al daadwerkelijk gebeurt. Toen het bedrijf in oktober vorig jaar een aanpassing van het algoritme doorvoerde, klommen boze gebruikers van Klout massaal in de pen. Reden: hun scores waren gedaald. Narcisme ten top.

Is het echt zo erg dat deze vorm van digitale aandacht gestimuleerd wordt? Ja. Want Klout gaat ook het echte leven drastisch beïnvloeden.

Bedrijven lopen weg met Klout. Een bedrijf dat zich bij Klout aansluit, kan aan de hand van jouw Klout-score zien of je in de digitale wereld ‘wat voorstelt’. Belangrijk ter promotie van je merk. En gouden informatie voor de klantenservice. Zakelijk gezien is het geniaal. You magnificent bastard.

Maar het kan te ver gaan. In de Verenigde Staten zijn er verhalen bekend van mensen die op basis van een te lage Klout-score niet de baan kregen waarvoor zij solliciteerden. Of van gebruikers die een gratis upgrade kregen van hun hotelkamer omdat ze een relatief hoge score hadden.

Aandachtszoekers worden zo gelauwerd. En anderen vallen buiten de boot. En wat als meer bedrijven gebruik gaan maken van de diensten van Klout? Straks kom je clubs niet meer binnen als Dries Roelvink je niet volgt op Twitter. Of mag je niet als eerste die ene game kopen, omdat jouw oordeel over het spel niet genoeg gelezen wordt. Dan word je buitengesloten op basis van wie je online bent.

Startups als Klout belonen de digitale narcist voor z’n online borrelpraat. En die groep narcisten wordt zo niet bepaald kleiner, iets wat verschillende mediawetenschappers nu ook beginnen in te zien.

Sherry Turkle, bijvoorbeeld, stelt in een TED-talk dat we met zijn allen liever communiceren met een machine dan een persoon. En dat we verslingerd raken aan technologie die wél naar ons luistert in een wereld waarin het credo ‘ieder voor zich’ lijkt. Een sociaal netwerk als Facebook of Twitter zorgt automatisch voor duizenden ‘luisteraars’. Het internet wordt onze vertrouweling, een vervanger van een vriend. En zo gaan digitale narcisten langzamerhand denken dat ze wat voorstellen.

Andrew Keen geeft in zijn nog te verschijnen boek Digital Vertigo af op een leven waarbij iemand online beroemd is, maar in de echte wereld bijna niet bestaat. Keen spreekt van een ‘like economy’, een wereld waarin iedereen strijdt voor digitale aandacht. Of je nu halfnaakt in bikini poseert, of spammerig links plaatst waar je zelf de ballen van snapt: alles voor een ‘like’ op Facebook.

Deze manier van communiceren hoort misschien bij een innovatie als een sociaal netwerk. Misschien moeten we er gewoon mee leren leven. Maar het is dubieus dat bedrijfjes als Klout dit narcistische gedrag koesteren. Digitale junkies: haal jullie hoofd uit de wolken en wees niet bezig met je Klout Score. Want zo’n score betekent niet veel.

Lorenz van Gool is freelance journalist en schrijft over nieuwe media en e-business. Zijn Klout Score is 57. Hij is ‘invloedrijk’ over het onderwerp ‘geld’. De gemiddelde score ligt rond 20. Socialite Kim Kardashian heeft bijvoorbeeld een score van 91