Je bidt niet om doelpunten

Serie: Hand van GodNed. 3, 21.35-22.30 uur

Topsporters die een kruisje slaan of tot God bidden, kort voor een wedstrijd. Je ziet het vaak en het lijkt nogal egoïstisch. Waarom zouden zij wel van boven hulp krijgen en hun tegenstanders niet? Wie gelooft, hoort te denken: God is onpartijdig.

In de vierdelige serie Hand van God van het RKK praat presentator Sander de Kramer met voetballers over de rol die het geloof in hun leven speelt. Vanavond is te zien hoe de katholieke Georginio Wijnaldum (PSV) de St. Joriskerk in Eindhoven bezoekt, gebeden prevelt en een kaarsje brandt. Als hij vlak voor een wedstrijd bidt, is dat eveneens voor de tegenpartij, en voortaan, belooft hij in die kerk, ook voor de scheidsrechter.

Behalve om hun diepe geloof in God gaat het in deze aflevering om de bijzondere en warme band met een familielid. Voor oer-Rotterdammer Wijnaldum is dat de oma die hem opvoedde en vroeger met hem naar Spangen liep, omdat hij bij Sparta speelde. Voor Piet Velthuizen, de keeper van Vitesse, is dat de ontroerende relatie die hij voelt met zijn te vroeg overleden vader Dick, wiens hand via een tatoeage op Piets arm is te zien. Op zijn lichaam getuigen een kruis en een afbeelding van Maria van zijn geloofsovertuiging. „Ik bid dat God over mijn familie en mij waakt.” Op zijn handschoenen staan de initialen D.V.: Dicky Velthuizen.

Dit is de belangrijkste les die de topvoetballers ons leren: bidden om (geen) goals, dat doe je niet. Dat zou hebzucht zijn, zegt Wijnaldum. Het gaat om de zegen, niet om de zege.

John Kroon