Jansons bedwelmt met wufte walsen

Kon. Concertgebouworkest /M. Jansons. Werken van R. Strauss. 9 mei Concertgebouw A’dam. Herh.: 10/5 20.15 uur, (ook op Mezzo-tv).

Internationalisering is op dit moment een ‘hot topic’ voor het Concertgebouworkest. Niet alleen presenteerde het orkest gisteren de plannen voor zijn logistiek gekmakende, gigantische jubileumtournee langs alle continenten in 2013, ook is het bezig aan zijn tweede residency in Londen, waar het dit weekend met chef Jansons („onze trotse Vliegende Hollanders moeten sterk zijn”) het Strauss-programma herneemt dat gisteren stomende ovaties oogstte.

Strauss is historisch gezien kernrepertoire voor het Concertgebouworkest, net als Bruckner en Mahler. Zijn Also sprach Zarathustra, desondanks 17 jaar niet door het orkest gespeeld, biedt bovendien gelegenheid de orkestrale potentie in alle facetten te etaleren; van de zwoelte van Von der grossen Sehnsucht tot de heldere complexiteit van de fuga in Von der Wissenschaft. Jansons’ kracht is dat hij al die polen verkent en uitbuit zonder controle te verliezen – al klonken de complexe Metamorphosen mede zo mooi doordat de interactie tussen de 23 solostrijkers vrij mocht stromen.

Een hoogtepunt vormde de orkestsuite Der Rosenkavalier. Alle verzet tegen Strauss’ orkestrale Don Juanskunsten was kansloos; Jansons en orkest (betoverende soli van concertmeester Eschkenazy en hoboïst Ogrintchouk) sleepten onherroepelijk mee in matineuze verleiding, avondrode melancholie en briljant getimede, wufte walsen. Een feest.