Holland sprak ooit een woordje mee op de radio

Vorige maand vierde Radio Nederland Wereldomroep (RNW) zijn 65ste verjaardag. Vandaag begint de omroep aan zijn zwanenzang als Nederlandstalige zender met een 24-urige radiomarathon. Daarna kunnen de 30 miljoen wereldburgers, voor wie Nederlands of Afrikaans hun moedertaal is, niet meer bij de kortegolfzender terecht. Er komt later (2013) ook een einde aan de uitzendingen gericht op luisteraars in de voormalige overzeese gebiedsdelen Suriname en Antillen.

Een tijdperk gaat zo ter ziele: de naoorlogse tijd van ‘Holland spreekt een woordje mee’ en daarna van ‘Nederland Gidsland’. Dat is het gevolg van het beleid van het demissionaire kabinet-Rutte om het budget van RNW per 2013 terug te brengen van 46 naar 14 miljoen euro. De wereldomroep gaat zich daarom, via internet, beperken tot landen zonder vrije pers in Afrika, Arabië, Latijns-Amerika en China. In die laatste ambitie is nog een beetje het ‘gidsland’ te herkennen, zij het ontdaan van taaltrots. Nederland draagt zijn democratische waarden nog wel uit, maar niet meer in zijn taal die door krap dertig miljoen mensen ter wereld (Zuid-Afrika en Namibië buiten beschouwing gelaten) wordt begrepen.

Het is inderdaad maar beter om afscheid te nemen van deze heimelijke vorm van ‘cultuurimperialisme’ – openlijk wordt het al sinds de jaren zestig niet meer beleden. Al getuigt het nog steeds van durf om Chinezen vanuit Hilversum te willen bijlichten. Want ook los van de bezuinigingen moest de Wereldomroep zich rekenschap geven van de technologische veranderingen. Iedereen met toegang tot internet kan het met Nederlandse ogen gefilterde nieuws volgen: zowel lezend, kijkend als luisterend. De oproepberichten van de ANWB-alarmcentrale hebben door de mobiele telefoon betekenis verloren. Ook als ‘campingzender' is RNW dus passé.

BBC Worldservice kampt met vergelijkbare problemen. De leiding van RNW onderkende dat afgelopen decennia wel, maar liet zich kennelijk toch verrassen door het kabinet. Mede daarom gaat de heroriëntatie nu met onmin gepaard (ook over contractuele gouden handdrukken) en is de hoofdredactie opgestapt uit onvrede over de Raad van Toezicht.

Maar dat neemt niet weg dat enige spijt en nostalgie ook gepast zijn. Nederland mag niet meer de illusie koesteren dat het een woordje meespreekt in het koor van zenders als BBC Worldservice, Deutsche Welle, Voice of America, Radio Svoboda, China Radio International en Golos Rossii. Dat zegt iets over de kantelende mondiale machtsverhoudingen. Maar het illustreert vooral dat Nederland daarbij plaats moet maken.