Het handelshuis verslaat regioclub

Atlético Madrid wint voor de tweede keer in drie jaar de Europa League. De strikte filosofie van Bilbao, dat enkel spelers uit Baskenland wil, heeft nog nooit tot grote successen geleid.

Atletico Madrid's Falcao, left, celebrates with his teammates Diego, center, and Filipe Luis after scoring during the Europa League final soccer match against Athletic Bilbao, at the National Arena in Bucharest, Romania Wednesday May 9, 2012. (AP Photo/Petr Josek) AP

Redacteur Voetbal

Rotterdam. Het zou het jaar worden van Real Madrid en Barcelona, voorbestemd om hun eeuwige binnenlandse prestigestrijd voor het eerst tot in de finale van de Champions League uit te vechten. Maar het liep anders, na de verloren halve finales tegen respectievelijk Bayern München en Chelsea. Dus resteerde de Spaanse voetballiefhebbers weinig meer dan een eindstrijd tussen twee subtoppers in het troosttoernooi, de Europa League. Gisteravond won daarin Atlético Madrid in het Nationale Stadion in Boekarest van Athletic Bilbao (3-0).

Al in de zevende minuut liet het kapitaal van Atlético Madrid zich gelden, toen spits en recordaankoop Falcao (kosten: 43 miljoen euro) zich wat ruimte in de vijandelijke zestien verschafte en onhoudbaar in de verre hoek schoot. Na ruim een half uur al besliste hij de finale van de Europa League, zoals hij dat ook deed vorig jaar voor zijn oude club FC Porto. Diego maakte vijf minuten voor tijd 3-0. Net als in 2010 won Atlético Madrid daarmee het kleine en veel minder prestigieuze broertje van de Champions League.

De finale bleek een ongelijke strijd tussen de grotendeels zelf opgeleide spelers van Athletic Bilbao en het handelshuis Atlético Madrid. De tweede Madrileense club, vooral bekend van de kleurrijke clubpresidenten Vicente Calderón en Jesús Gil y Gil uit de vorige eeuw, snakt naar nieuwe successen. De club injecteert jaarlijks tientallen miljoenen in de selectie. Maar terwijl Atlético met de schuldopbouw gelijke tred houdt met Real Madrid en Barcelona, werd er in zestien jaar geen binnenlandse hoofdprijs meer gewonnen. Vijf jaar na het behalen van het laatste kampioenschap (1996) degradeerde de club zelfs voor twee seizoenen naar de Segunda División.

Het huidige seizoen leek ook weer op een troosteloze plek in de middenmoot uit te draaien, totdat de Argentijnse clubheld Diego Simeone de technisch leiding overnam. De trainer werd herenigd met zijn voormalig pupil bij het Argentijnse River Plate, de veelscorende Colombiaan Falcao. Twaalf zeges op rij boekte Atlético, waarmee nu de vierde plaats die recht geeft op de voorronde van de lucratieve Champions League nog maar een overwinning verwijderd is. Het seizoen zou daarmee gered zijn voor de club.

Hoewel hun beleid diametraal tegenovergesteld is, hebben Atlético Marid en Athletic Bilbao van oudsher veel gemeen. De een (Bilbao) werd opgericht door Engelse immigranten en uit Engeland teruggekeerde Baskische studenten. De ander (Atlético) werd op zijn beurt opgericht door leden van Bilbao, Basken in Madrid. De verwantschap tussen de clubs is nog steeds terug te zien in de gelijkende tenues (rood wit verticaal gestreept).

Maar er is meer dat de twee clubs bindt. Ze staan op de eeuwige ranglijst van de Spaanse Primera Divisíon op plaatsen drie en vier en meer is ook niet te halen in een nationale competitie die gedomineerd wordt door twee grootmachten. Athletic Bilbao en Atlético Madrid moeten het met ongeveer een derde doen van de televisie-inkomsten die de veelvraten Real Madrid en Barcelona opstrijken (elk ruim 100 miljoen euro per jaar).

Ook in mondiale uitstraling worden ze compleet overvleugeld door de twee Spaanse topclubs. Waar de één in de schaduw staat van zijn eigen stadgenoot Real Madrid, kan de ander nauwelijks tippen aan de prestaties van de Catalaanse evenknie Barcelona. Net als Barça heeft Athletic Bilbao een sterke identificatie met de autonome regio – Baskenland in haar geval.

Maar het regionalisme bij Athletic Bilbao is radicaler dan dat van Barcelona. De club accepteert alleen spelers uit (Groot) Baskenland of spelers met evident Baskische achtergrond. De strikte filosofie van Bilbao heeft nooit tot Europese successen geleid en het laatste kampioenschap dateert van midden jaren tachtig. Barcelona, al decennia geen puur Catalaans bolwerk, speelde de afgelopen jaren met nog steeds een meerderheid aan Catalanen in de selectie het beste voetbal dat ooit te zien is geweest, onder leiding van een trainer (Pep Guardiola) uit eigen streek.

De puur Baskische selectievorming bij Athletic Bilbao wordt bewonderd én bekritiseerd, maar is hoe dan ook bijzonder in een tijd van mega-transfers en exorbitante spelerssalarissen. Hoe sterk de weerzin is tegen andere invloeden bleek wel uit een promotiefilmpje uit 2006 van de clubleiding, waarin fans van Athletic Bilbao leuren met fictieve Athletic-shirtjes van Michel Platini, een spandoek met Ronald Koeman en een sticker met Johan Cruijff. Maar in het laatste shot – van een leeg, sfeerloos stadion – moet duidelijk worden wat de prijs is van verraad aan de clubfilosofie. „Daarom niet” besluit het filmpje.

Atlético Madrid koopt dan misschien zijn succes, maar wint wel voor de tweede keer in drie jaar de Europa League. Het geld won het van de Baskische trots.