Griekse eurolemmingen

Hoon en verontwaardiging waren begin november vorig jaar zijn deel. Hoe premier Papandreou het in zijn hoofd haalde om de Grieken in een referendum om steun te vragen voor het bezuinigingspakket dat zijn toenmalige regering met pijn en moeite had opgesteld om de euro voor Griekenland te behouden?

Wat Papandreou een half jaar later geleden beoogde, weten we nog steeds niet. Wilde hij de Griekse bevolking het mes op de keel zetten, in de traditie van de generaal De Gaulle, die de Fransen soms ook de vraag ‘ik of de chaos’ voorlegde? Of speelde Papandreou dubbelspel en hoopte hij dat Europa zijn voornemen zou verwerpen, terwijl hij tegenover de kiezers zijn democratische fatsoen kon houden?

We kennen het antwoord niet. We weten alleen dat Papandreou moest aftreden en dat de Griekse politiek na verkiezingen nog verder is gedestabiliseerd. Aan de orde is niet meer of er überhaupt een regering kan worden gevormd maar of Griekenland in de eurozone kan blijven. Als de nieuwe socialistische leider Venizelos, die de verkiezingen grandioos verloor, ook faalt – en ga daar maar van uit – dan zijn er in juni weer verkiezingen. En komt de kwestie ter sprake of de euro wordt gehandhaafd.

Voor Griekenland, waar bijna de helft van de kiezers knalhard tégen Europa stemde, betekent dat een armoedeval die zijn weerga de afgelopen vier decennia niet heeft gekend. Maar het roekeloze gedrag van de politici in Athene, die polariseren en hun land isoleren, raakt ook Europa.

EU en IMF hebben een voortgangsvisitatie in Athene al afgezegd. Het noodfonds EFSF heeft een lening met een miljard gekort. En de Duitse regering merkte bij monde van minister Schäuble van Financiën op dat Athene moeten kiezen: het Europese bezuinigingsplan óf de drachme.

Was uittreden van Griekenland uit de euro een half jaar geleden zo goed als ondenkbaar, nu houdt eurozone er rekening mee. Zij het dat de hoogte van die rekening nog niet openlijk wordt besproken. Dat kan ook niet. Het zou de Europese Centrale Bank een kleine 30 miljard aan afschrijvingen kosten. Maar het totale bedrag is on-kwantificeerbaar.

Ook het feit dat de grootste banken buiten schot blijven, nu ze nog maar weinig Grieks waardenpapier op hun balans hebben, zegt lang niet alles. Via het EFSF kan de rekening alsnog worden gepresenteerd aan de nationale overheden en zo aan Europese belastingbetalers.

Voeg daarbij het risico van een domino-effect naar Spanje, waar de bankencrisis is opgelaaid terwijl de economische crisis zich verdiept, en er is reden tot grote zorg. Qua politiek en economisch wanbeheer heeft Griekenland het zonder twijfel het bontst gemaakt. Maar de eurocrisis reikt inmiddels veel verder. Het blijft onvoorstelbaar wat er gebeurt als een eerste lidstaat de euro verlaat. Maar het is niet meer ondenkbaar.