Dit keer was de terrorist goed

De verijdeling van een aanslag op een vliegtuig in Jemen met een broekbom blijkt het resultaat van Saoedisch-Amerikaanse samenwerking.

Redacteur Azië

Rotterdam. De regering-Obama is deze week in verlegenheid gebracht met de onthulling dat een ‘terrorist’ van Al-Qaeda uit Jemen die enkele weken geleden met een onderbroekbom een Amerikaans vliegtuig leek te willen opblazen, in werkelijkheid een infiltrant van de Saoedische inlichtingendienst was die nauw met de CIA samenwerkte. Dit hebben regeringsfunctionarissen in de Verenigde Staten en Jemen bevestigd.

De agent, wiens identiteit niet is onthuld, wist Al-Qaeda op het Arabisch Schiereiland (AQAS) ervan te overtuigen dat hij op een zelfmoordmissie moest worden gestuurd. Hij werd uitgerust met een bom die in ondergoed kan worden bevestigd. Hij speelde deze bom toe aan de Amerikaanse FBI voor onderzoek. De exacte datum van de verijdelde aanslag is nog onbekend.

Amerikaanse deskundigen omschrijven het explosief als een verbeterde versie van een soortgelijke bom die een Nigeriaanse man op Kerstdag 2009 tot ontploffing probeerde te brengen aan boord van een vliegtuig van Amsterdam naar Detroit. De Nigeriaan had eerder in Jemen gezeten. De bom leek eveneens op in inktpatronen verborgen explosieven die in 2010 werden onderschept. Ze waren bestemd voor synagoges in Chicago.

Met behulp van informatie die de infiltrant had doorgegeven, wisten de Amerikanen afgelopen weekeinde bovendien de al lang gezochte Fahd al-Quso in Jemen te doden met een onbemand vliegtuig (drone). Fahd al-Quso was betrokken geweest bij de aanslag op het Amerikaanse marineschip USS Cole in 2000. Bij die aanslag kwamen zeventien Amerikaanse militairen om het leven.

In de VS is een debat losgebrand of de succesvolle infiltratie niet geheim had moeten blijven. Het Republikeinse congreslid Peter King waarschuwde dat buitenlandse inlichtingendiensten hierdoor mogelijk minder snel met de Amerikanen willen samenwerken. Sommige commentatoren beschuldigden de regering-Obama ervan het nieuws over het succes te hebben laten lekken om er politiek van te profiteren. Woordvoerders van de president ontkenden dit en zeiden dat er een onderzoek naar het lek volgt.

De publiciteit leidde bij de CIA tot bezorgdheid over de veiligheid van de infiltrerende agent. Hij en zijn familie zijn inmiddels op een veilige locatie ondergebracht, meldde The New York Times.

Het succes van de Amerikanen betekent een nieuwe tegenslag voor Al-Qaeda-op-het-Arabisch-Schiereiland, zoals de in Jemen gevestigde tak van het terroristisch netwerk Al-Qaeda heet. In september vorig jaar verloor de organisatie ook al zijn geestelijk leider Anwar al-Awlaki. Ook al-Awlaki werd gedood bij een aanval met een drone.

Maar de vermoedelijke maker van de bommen, de 30-jarige Ibrahim Hassan al-Asiri uit Saoedi-Arabië, is nog op vrije voeten. Al-Asiri zit sinds 2006 in Jemen. Hij behoorde met zijn jongere broer tot de oprichters van AQAS, dat een van de actiefste takken van het terroristische netwerk is.

De broer van Al-Asiri kwam in 2009 om het leven bij een mislukte aanslag op de Saoedische inlichtingendienst in Jeddah. De bom zou tussen zijn billen verstopt zijn geweest.

Toch is er geen sprake van dat AQAS aan het einde van zijn krachten is. Het toch al zwakke gezag van de Jemenitische regering in het zuiden is het afgelopen jaar verder verzwakt. Al-Qaeda heeft dit benut om zijn greep op het zuiden te versterken.

De Amerikaanse Jemen-kenner Gregory Johnsen wees er bovendien op dat Al-Asiri inmiddels vermoedelijk ook de nodige andere bommenmakers heeft opgeleid.