‘Bunkertje’ Louis Paul Boon met sloop bedreigd

Louis Paul Boon als Boeddha in 1959 Uit: Album Louis Paul Boon. Een leven in woord en beeld Meulenhoff/ Manteau 2008

In het jaar van zijn eeuwfeest, lijken liefhebbers van de Vlaamse auteur Louis Paul Boon (1912-1979) literair erfgoed te verliezen. Het bunkertje waarin Boon op 10 mei 1940 de Duitsers opwachtte - hij schreef daarover in Mijn kleine oorlog (1947) - dreigt te worden gesloopt.

In een bunkertje beleefde de 28-jarige soldaat Louis Paul Boon met zijn maten benauwde uren op 10 mei 1940. Hij zat die dag onder de brug over het Albertkanaal bij Veldwezelt (op een paar kilometer van Maastricht). De vaart, met daarachter een twintig meter hoog talud, vormde een soort tankgracht waar de Belgen de Duitse opmars tot staan wilden brengen. Uiteindelijk sloegen de mannen op de vlucht voor het geweld. Voor Boon, die ook op een 10de mei (1979) overleed, was de oorlog een vormende ervaring. Zijn belevenissen verwerkte de schrijver in het in 1947 verschenen Mijn kleine oorlog.

De Belgische Dienst Scheepvaart werkt nu aan een nieuwe brug. Boons bunker staat op de nominatie te verdwijnen, omdat het kanaal verbreed moet worden. Erfgoedorganisaties verzetten zich. „Het gaat me er niet eens zozeer om dat dit een belangrijke plek is in het leven van een schrijver van wie men zegt dat hij dichtbij een Nobelprijs is geweest”, zegt René Thewissen namens de tegenstanders van sloop. „De mensen hier hebben nooit over de meidagen kunnen praten. Boon heeft opgeschreven wat al die duizenden destijds gezien en gedacht hebben.”

Burgemeester Marino Keulen van Lanaken, waar Veldwezelt onder valt, vindt behouden te duur. „Na bijdragen van andere overheden zou de gemeente 30.000 à 40.000 euro moeten betalen”, rekent Keulen voor. „Dat staat niet in verhouding tot de waarde van de bunker. We hebben een goed alternatief: op de nieuwe brug willen we een plaquette aanbrengen met een foto van de bunker en een citaat uit Mijn kleine oorlog.”