'Bad boy Bleker' bij zijn achterban

Henk Bleker wil CDA-leider worden. Zijn aanhangers zijn gecharmeerd van hem, maar het kost de Groninger moeite dat gevoel om te zetten in concrete steun.

De enige constante aan Henk Bleker is dat je nooit weet wat hij hierna gaat doen.

Neem gisteravond, voorafgaand aan het tweede debat voor het CDA-leiderschap in Blekers eigen Groningen. De zaal is te klein en tientallen bezoekers kunnen niet naar binnen. Bij de deur wordt geduwd, getrokken en er ontstaat een schermutseling. Ze willen hun Bleker zien. „Zak”, zegt een medewerkster van het CDA-hoofdkantoor tegen een lid, en ze schopt hem een paar keer stevig tegen de voet die hij tussen de deur houdt.

Henk Bleker heeft zich dan net een weg gebaand door de tientallen wachtenden en loopt als enige te grappen. „Het CDA is gewoon veel groter dan we denken.”

Typisch Bleker, te midden van zijn mensen. Hij komt ermee weg. Bedaagde CDA’ers slaat hij op de schouder en begroet hij met een „hé makker”. Het zo pijnlijke uitblijven van ruime steun uit de partij doet hij lachend af met een grapje. „Slecht in de peilingen, goed in de pers.”

De relatie tussen Bleker en het CDA is niet altijd fijn. Sinds zijn onverwachte benoeming tot voorzitter, nog maar twee jaar geleden, werkte hij aan de zijde van Maxime Verhagen het controversiële gedoogakkoord met de PVV uit. Vervolgens werd hij staatssecretaris, een functie waarin hij, zo zegt hij zelf, littekens opliep. Nu probeert hij – vooralsnog zonder al te veel succes – zelfs partijleider te worden.

Zijn achterban, en dan vooral die in Groningen, is gecharmeerd van de onvoorspelbare Bleker. Hij gaat op bezoek bij zijn oude bedrijf RTV Noord („waar je Groningen ziet en hoort”) en het Dagblad van het Noorden noemt hem schalks ‘bay boy Bleker’. Hij is van ons, ook al is hij anders.

Bij een CDA-congres „gaf hij me eens een stomp in de maag”, glimlacht de gepensioneerde leraar Duits Gerrit Klifman. „Niks voor een onderminister hè.” Maar wel leuk. „Zoals hij zich dan opstelt, is op het clowneske af. Dat past volgens sommigen binnen de partij niet altijd bij de waardigheid van het ambt.”

Klifman, een van die toegewijde partijleden die bij geen partijbijeenkomst ontbreken, mag hem wel. Omdat Bleker zou weten wat mensen echt denken. Omdat hij rake woorden weet te gebruiken. Omdat hij geen spelletje speelt. Omdat hij, jazeker, een intellectueel is, „die complexe zaken kan vertalen voor de gewone man”.

Maar, en daar komt het, vraag Klifman niet of hij ook op Bleker gaat stemmen. Daar moet hij eerst nog even over nadenken.

En dit is het punt waar het fout gaat met Bleker. Hij weet het warme gevoel van zijn achterban maar moeilijk om te zetten in concrete steun. Deze krant vroeg bezoekers gisteren op wie ze gaan stemmen. Van de driehonderd bezoekers wilden er honderd die vraag beantwoorden. Alleen Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg kreeg minder steun van de noorderlingen dan Bleker.

Hoe kwam hij dan toch zo ver?

Voor zijn vorige functies werd hij telkens aangewezen. Daardoor werd vanzelf zijn speelruimte groter, maar tegelijkertijd namen de controverses toe. Als voorzitter organiseerde hij het historische congres over de PVV-samenwerking. Afhankelijk van waar je binnen het CDA staat, was het een feest voor de partijdemocratie of een pijnlijke verbeelding van de verdeeldheid. Als staatssecretaris van Landbouw werd hij daarna vooral bekend door publieke misstappen die niets met zijn portefeuille te maken hadden. En nu wordt vooral hem de samenwerking met de PVV verweten, terwijl er nog drie kandidaten zijn die daar middenin zaten.

De CDA’ers lijken alweer vergeten dat Liesbeth Spies nog maar een week geleden een pijnlijke draai maakte over controversiële standpunten zoals het boerkaverbod. Fractievoorzitter en Catshuisonderhandelaar Sybrand van Haersma Buma komt weg met nagenoeg zwijgen over zijn relatief grote aandeel in het mislukte PVV-avontuur.

Bleker verwoordt ondertussen de ongemakkelijke positie van de meeste CDA’ers: hij wil „trots en fier” zijn op wat bereikt is, maar moet onderkennen dat partner PVV „nóg meer rare dingen ging roepen dan voorheen”. Nu zegt hij dat de partij in gevaar komt door het praten over de PVV en haar gedoogsteun. „Dan laten we de toekomst vertroebelen door de PVV-geschiedenis.”

Bleker kondigde gisteren aan dat hij „het woord PVV” niet meer zal gebruiken en tijdens het debat wil hij zich vooral laten kennen als betrokken en betrouwbaar. Hij heeft het over zaken als „het verdienvermogen van het midden- en kleinbedrijf”, over wie de eerste zes maanden van een werkloosheidsuitkering moet betalen en over „de drieprocentsnorm”. Voor zolang als het duurt.

Want wanneer de kandidaten elkaar proberen af te troeven met voorbeelden van hoe Nederland weer mooi kan zijn, is Bleker klaar met knipogen naar het publiek en laat hij zich horen. „We hebben een heel mooi warm verhaal”, zegt hij dan. „We kunnen ook heel mooi initiatieven opnoemen. Maar als het daarbij blijft worden wij niet groter als CDA. Dan blijven het warme en tranentrekkende verhalen in eigen kring.”