'Aspergesector verdient beter imago'

Ze zijn schaars en dus duur, maar ook deze lente domineert de asperge de menukaarten in restaurants. ‘Het witte goud’ is als elk jaar in trek, maar komt uit een sector met een beschadigd imago.

Zo populair als de asperge is, zo slecht is de naam van de sector die het gewas verbouwt. Het radioprogramma Vroege vogels riep de asperge vorig jaar uit tot ‘lekkerste groente van Nederland’. Maar in datzelfde jaar kreeg ook een teler uit Someren een gevangenisstraf wegens uitbuiting van personeel. „Het is bedroevend dat de sector zo’n slechte naam heeft gekregen door een uitzondering”, vindt aspergeteler Walter Gubbels.

Gubbels weet alles van asperges. Al vijf generaties wordt de Asparagus officinalis geteeld op zijn familiebedrijf in Helvoirt, even onder Den Bosch. Sinds vijf jaar legt hij zich zelfs volledig toe op ‘het witte goud’ dat grofweg alleen tussen eind maart en eind juni verbouwd kan worden.

Gubbels: „Het speciale aan de asperge is de exclusiviteit. Hij is er maar een paar maanden per jaar. Als we het hele jaar door zouden kunnen telen, zou het een gewone groente worden, als alle andere. Dat zou zonde zijn. Nu wordt de asperge geassocieerd met het begin van de lente, met de zon”.

Zeven dagen per week worden er bij Gubbels asperges gestoken. „Ik heb hier ruimte voor zo’n veertig werknemers”, vertelt hij. „Ik werk alleen met Polen. Het is belangrijk dat je een goede band met ze opbouwt, want asperges steken vergt kunde. Als werknemers terug willen komen, heb je daar voordeel bij. Dus als je goed bent voor je personeel, verdien je dat vanzelf terug.”

Al jaren is Gubbels erg tevreden over het werk dat de Polen leveren. Nederlandse krachten heeft hij nooit. „Scholieren zie ik hier niet. En Nederlanders zijn niet vaak bereid tweeëneenhalve maand hard te werken. Het loon kan daarbij meespelen: een steker verdient bij mij tussen de 8,50 en 9 euro netto per uur. Voor Poolse begrippen is dat veel.”

Gubbels loopt de trap op om een rondleiding langs de vertrekken van de werknemers te geven. In de recreatieruimte staan een air-hockeytafel en een pooltafel. De inwonende Polen slapen met twee of vier personen op een nette kamer. De accommodatie doet denken aan een goed onderhouden kampeerboerderij.

„Ik kom niet in de verleiding mijn werknemers slecht te behandelen”, zegt hij. „Ik heb een netwerk opgebouwd en moet nu zelfs mensen die hier willen werken ‘nee’ verkopen. En overlast is hier weinig, misschien wel doordat ik zowel mannen als vrouwen in dienst heb, van allerlei leeftijdscategorieën. Bovendien komen ze veelal uit dezelfde streek in Polen. Misschien dat er hier daarom wel een vorm van sociale controle is, ze kennen elkaar van thuis.”

Gubbels, tevens voorzitter van de landelijke gewasgroep Asperges, sluit zijn ogen niet voor misstanden in zijn sector: „Er zijn wel eens problemen. Maar ik denk dat het de afgelopen jaren wel minder geworden is. Er wordt veel gecontroleerd: bij mij één à twee keer per jaar. Bovendien zijn de supermarkten de laatste jaren een belangrijker deel van onze afzetmarkt geworden. Die bedrijven willen niet geassocieerd worden met slechte arbeidsomstandigheden. Maar ook in de landbouwsector heb je slechte gevallen”.

De imagoschade die de aspergesector de laatste jaren heeft opgelopen, gaat Gubbels aan het hart. „Wat er in Someren is gebeurd, is zo’n slecht voorbeeld. Maar het is niet de standaard. Zo ga je niet met mensen om. Het gaat soms mis als bedrijven iemand nodig hebben voor een korte periode, bijvoorbeeld twee weken. Dit is meestal het geval bij kleine bedrijven”. Volgens Gubbels hebben de kleinere bedrijven eigen problemen: „Die hebben het financieel zwaarder. De marges op asperges zijn klein. Je moet dus best groot zijn om winstgevend te blijven”.

Gubbels onderkent dat er ook in de uitzendbranche malafide bureaus tussen zitten. „Maar telers moeten zelf ook opletten.”

Naast de uitzendbureaus en de telers zelf spelen ook gemeentes een rol bij de arbeidsomstandigheden voor de veelal Poolse werknemers in de regio, zegt Gubbels. „Er is wel eens wat tweespalt tussen telers en gemeentes. Niet elke gemeente werkt even goed mee aan het creëren van goede leefomstandigheden voor seizoensarbeiders. Gelukkig wordt er in mijn regio, de gemeente Haaren, wel goed meegedacht over zaken als huisvesting. Maar ik hoor van collega’s uit andere regio’s wel eens slechtere verhalen.”

Voorlopig kennen de aspergeboeren een zwaar seizoen. Het jaar is stroef begonnen: wegens de relatieve kou valt de oogst nog tegen, in heel Europa. Hoewel dat lage volume de prijs doet stijgen, ziet Gubbels liever wat meer met asperges beladen pallets zijn boerderij verlaten, richting de veiling. Dan moet de lente volgens hem nu wel gaan doorbreken: „Een temperatuur tussen de 18 en 20 graden is het beste. En géén nachtvorst!”