Willem

Mevrouw Niterink (links) en mevrouw Wormerveer

Sinds Willem met een massief eiken wandmeubel op zijn rug bij ons door het raam klom, hou ik van Willem. Het was de dag dat we onze werkruimte betrokken in Oost, we zaten klem met een robuust kantoormeubel in de deuropening.„Zijn er een paar sterke mannen die ons kunnen helpen?”, vroeg ik in het café op de hoek. „Dan mot je Willem hebben!” Willem bleek een verhuisploeg in zijn eentje! Een beer! Nee, twee beren en een kleintje er bovenop!

We hebben een afspraak met Willem in het café op de hoek, onze favoriete spot. Als bardame Claudia daar ’s morgens om half zes de deur opengooit, zijn de barkrukken nog warm van de laatste doorzakkers. Claudia pendelt dagelijks tussen Almere en Amsterdam. Als ze de eerste trein uitstapt, staat Willem haar al op te wachten met zijn scooter.

In de kroeg druppelen vanuit het schemerduister de marktmensen binnen voor een bakkie en als de mannen in hun thermo-ondergoed de koude markt opbewegen, komen de eerste vaste flesjesbierklanten binnen. Een flesje kost zoveel als een tapje, maar er zit twee keer zoveel in.

Willem drinkt alleen cola en hij zit niet in het café maar ervoor, op zijn scooter. Soms zie ik hem met terrasmeubelen sjouwen of met marktdingen, maar hij zit liever op zijn scooter. Willem is verlegen. Ik moet hem altijd eerst groeten. Als-ie me aan ziet komen, kijk-ie de andere kant op. „Hee Willem!”, roep ik dan.

„Hee meid!”, mompelt-ie dan.

„Annie”, vraag ik, „wat doet Willem de hele dag?”

„Nou gewoon, Willem-zijn op de scooter.” Willem heeft een aparte hobby. Hij verkleedt zich graag als vrouw en komt zich dan showen (natuurlijk op de scooter) in het café.

„Waarom doe je dat Willem?”

„Vind ik leuk, ik trok vroeger al kleren aan van mijn zussen. En”, zegt-ie trots, „ik heb 83 pruiken!”

„Ben je niet bang dat mensen het gek vinden?”

„Ik vind het leuk en iedereen vindt het leuk.”

„Waar ga je dan heen als vrouw?”

„Gewoon rijden met de scooter.”

„Dat is gewoon Willem”, zegt Claudia, „iedereen is eraan gewend. Dan rijdt-ie op zijn scooter door de stad. Ik heb een paar keer bij hem achterop gezeten! Lachen hoor!”

Ik heb al eerder een stukje over Willem geschreven in een wetenschappelijk tijdschrift voor bladenmapdames. Toen ik hem het artikel liet zien, keek hij er een paar seconden naar en vroeg: „Gaat dat allemaal over mij?”Geen serie over de Dappermarkt zonder Willem. En voor deze laatste aflevering over Oost gaat Willem de stad in als Wilma op de scooter. „Wordt het een grote foto?”, vraagt-ie. „Best wel”, zegt Annie.

„En”, zijn hoofd draait mijn kant op, „wat ik wil weten.” Hij probeert me aan te kijken, maar zijn enorme opgeheven oogballen, trillend in hun kassen als loodzware gewichten, vallen omlaag. Hij zucht. „Ik zie je wel eens weggaan met de auto.” Hij bestudeert zijn gelakte nagels. „Ik vraag me af ...” Het bloed pompt wild door een adertje op zijn voorhoofd. „Waar ga je dan heen?”