Waarom mensen het fijn vinden om over zichzelf te praten

„Genoeg over mij, nu over jou. Wat vind jij eigenlijk van mij?” Bette Midler mocht die tekst hardop uitspreken in de film Beaches (1988), maar in het echte leven kom je ook regelmatig mensen tegen die er maar geen genoeg van krijgen om over zichzelf te praten.

Twee Harvard-psychologen wilden wel eens weten hoe dat kan. Ze legden mensen in de hersenscanner en ontdekten dat dit verschijnsel eigenlijk uit twee losse elementen is opgebouwd. Eén: mensen vinden het prettig om aan zichzelf te denken. Twee: mensen vinden het prettig om tegen anderen te praten over wat ze weten. Tel die dingen bij elkaar op en je krijgt het Bette Midler-effect. De psychologen beschreven hun serie experimenten gisteren in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Ze lieten bijvoorbeeld proefpersonen over hun eigen denkbeelden of karakter praten, of over die van een ander. Bij de mensen die over zichzelf praatten, vertoonde het beloningscentrum in de hersenen meer activiteit.

De onderzoekers lieten mensen ook kiezen of ze vragen over zichzelf of over iemand anders wilden beantwoorden, of algemene kennisvragen. Proefpersonen kregen een paar cent per beantwoorde vraag; het precieze tarief verschilde per vraagtype. Zij bleken gemiddeld bereid om 17 procent van hun potentiële totale verdiensten in te leveren om maar vragen over zichzelf te kunnen beantwoorden.

In vervolgexperimenten trokken de psychologen ‘denken aan jezelf’ en ‘praten over wat je weet’ uit elkaar. In het brein was zichtbaar dat mensen het belonender vinden om over zichzelf dan om over een ander te denken. En belonender om te vertellen wat ze weten of vinden dan om dit voor zich te houden.

Mensen hebben veel meer dan andere primaten de behoefte om anderen te wijzen op wat ze interessant vinden, schrijven de psychologen. Baby’s van negen maanden doen het al – en ze stoppen er nooit meer mee. Vandaar ook het succes van sociale media zoals Twitter.