Voor nitwits enmuzieknerds

Vroeger was de popquiz voor mannen met een voorliefde voor gitaarmuziek. Die tijd is voorbij. Nu kan iedereen het spelletje spelen. Overal.

Nooit een rij bij het vrouwentoilet en een overschot aan onbekende b-kantjes van The Beatles. Zo zag, kort door de bocht, een jaar of tien geleden de gemiddelde popquiz eruit. Toen was het nog een redelijk nieuw fenomeen. De Volkskrant schreef destijds: „Niet iedereen begrijpt de fascinatie voor de precieze leeftijd van Al Green of de vraag wanneer Cuby & the Blizzards Your body not your soul uitbrachten. De quizzers blijken, na een rondvraag, vooral te bestaan uit blanke mannelijke dertigers van het ongecompliceerde type. Redelijk opgeleid, niet te opvallend gekleed en met een voorliefde voor gitaarmuziek.”

Maar die tijd is voorbij. Inmiddels is de popquiz niet meer alleen voor die ‘blanke man van dertig met een voorkeur voor gitaarmuziek’. Jong en oud, muziekkenner en muzieknitwit, op de quizavonden van nu komt een steeds breder publiek af. Ook organiseren steeds meer vriendenclubjes die de ‘serieuze popquiz’ te high brow vinden, een eigen, laagdrempelige variant. Quizzen die nog steeds muziekliefhebbers trekken, maar niet per se mensen die het hele oeuvre van Led Zeppelin kunnen spellen.

Minke Weeda, eigenaar van promotiebureau/boekingskantoor Rock ‘n’ Roll Highschool, weet er alles van. Zij organiseert al jaren de popquiz in het Rotterdamse poppodium Rotown. Volgende week gaat haar quiz, in marathonvorm, zelfs landelijk.

Weeda: „Toen ik een jaar of tien geleden begon met het maken van de Rotown popquiz, besloot ik ’m iets toegankelijker te maken dan de quizzen die ik zelf altijd bezocht. Minder obscuur, wat vaker muziekfragmenten waarin ook de titel van het nummer voorkomt.” Haar aanpak sloeg aan en na een paar edities zat Rotown vol. Echt niet alleen met bloedserieuze muziekkenners. Bovendien kon het aantal vrouwelijke deelnemers zich met gemak meten met het aantal mannelijke. „In de basis is popquizzen een heel leuk concept, maar meedoen is zoveel leuker als je ook iets weet.”

Een vergelijkbare ervaring hebben de drie mannen van Three Imaginary Boys. Jarenlang bezochten ze een quiz in het Amsterdamse café De Koe, maar de bittere ernst waarmee daar het spelletje werd gespeeld, stond ze een beetje tegen. „Er werd weinig gelachen”, legt Felix ter Schegget, één van de drie, uit. „Dat terwijl wij bij de laatste ronde meestal zo beneveld waren dat we een eventuele voorsprong alsnog verspeelden omdat we te lang discussieerden over de antwoorden en daardoor hele vragen misten.”

De Three Imaginary Boys besloten daarom in 2004 zelf een quiz te organiseren. „Een quiz die leuk mocht zijn en waar geen wenkbrauwen werden gefronst als iemand een antwoord niet wist.” Hun Tivoli Popquiz is ondertussen al jaren een goedbezocht, tweemaandelijks evenement. De vaste opkomst kent zowel zeer fanatieke muzieknerds als mensen die voor de lol meedoen. Ter Schegget: „De top-5 bestaat eigenlijk altijd uit dezelfde teams die strijden om die eerste plek. Maar ook in de rechterkolom zien we iedere keer dezelfde teamnamen. Ondanks die meganerds, en dat zeg ik met liefde, vinden blijkbaar ook de minder fanatieke spelers het leuk genoeg om terug te komen.”

Het verlagen van de kennisdrempel en verhogen van het plezier heeft de popquiz de afgelopen jaren mainstream gemaakt. Iedere kroeg lijkt het pop- en pubquizzen te hebben ontdekt als een leuke en makkelijke manier om volk binnen te krijgen en omzet te draaien. Want muziekjes raden wordt vaak leuker met een biertje. Het is niet voor niets dat Weeda haar quiz in Rotown altijd eindigt met een ronde meezingers. „Dat werkt goed als mensen al lekker dronken zijn.”

Sinds 2010 giet Weeda haar popquiz eens per jaar in marathonvorm. Een avond lang wordt er door het hele Rotterdamse centrum op verschillende locaties gespeeld. 150 teams van maximaal vijf personen trekken met stempelkaarten en rugnummers of zweetbandjes, van kroeg naar kroeg.

Na een wederom succesvolle en uitverkochte marathon in 2011 besloot Weeda haar contacten in andere steden te polsen of er animo was voor een landelijke editie. Amsterdam en Utrecht waren makkelijk te overtuigen, daar had Weeda goede contacten met de lokale muziekscène. Maar ook uit andere, minder voor de hand liggende steden werd enthousiast gereageerd.

De eerste landelijke Popquiz Marathon is daarom volgende week een feit. Op in totaal 77 locaties in acht steden worden tussen de 700 en 800 teams verwacht.

De quiz bestaat uit 32 rondes en 960 muziekfragmenten, allemaal verschillend. Weeda is al in december begonnen met het samenstellen van de eerste ronde. Ze verwacht dat de landelijke quiz iets moeilijker zal zijn dan de marathonedities in Rotterdam. Vooral omdat ze niet ieder keer dezelfde fragmentjes wil gebruiken. „Daarom zijn het nu hits waarvoor je even wat dieper in je geheugen moet graven. Nummers die wel in de top-100 hebben gestaan, maar je nu wat minder vaak op de radio hoort.”

Ze vermoedt dat iedereen nog steeds 90 procent van de liedjes direct herkent, maar dat het minder makkelijk is dan bij de eerdere edities om op de juiste band- of artiestennaam te komen. Obscuur is het echter nog steeds niet. Of ja, een paar fragmentjes misschien. Maar, zoals de kenners weten, zijn dat juist de vragen bij een popquiz waarbij de mensen die claimen ‘niets van muziek te weten’ kunnen excelleren. Weeda: „Je kunt de hele avond geen enkele vraag weten, en dan met één fout en vergeten nummer uit de jaren 90 de held van je team worden.”