VN beschuldigen Fransen en Wit-Rus van wapensmokkel

De VN heeft een netwerk van wapenhandelaars gevonden dat ‘de stabiliteit en vrede in Ivoorkust en West-Afrika’ in gevaar brengt. Ex-president Gbagbo betalen ze in de cel.

Laurent Gbagbo, de voormalige president van Ivoorkust die in Den Haag in detentie zit, krijgt nog steeds geld toegestuurd via een fictief bedrijf en een financieel netwerk van mensen die hem trouw zijn gebleven.

Ook zijn vrouw Simone ontvangt hoogstwaarschijnlijk op deze manier geld. Zij zit gevangen in Ivoorkust.

Deze onthulling staat in een onlangs verschenen onderzoeksrapport van een VN-expertgroep over schendingen van VN-sancties tegen Ivoorkust. De Veiligheidsraad liet vorig jaar de tegoeden van het echtpaar Gbagbo bevriezen. De Ivoriaanse regering zou de financiële netwerken die het echtpaar Gbagbo van geld voorzien, moeten identificeren en zo snel mogelijk onschadelijk maken.

Het rapport toont ook aan hoe Gbagbo tot vlak voor zijn arrestatie in april 2011 hardnekkig probeerde wapens en ammunitie het land binnen te krijgen, ondanks een VN-wapenembargo. Hij deed daarvoor een beroep op twee netwerken van wapenhandelaars, waarvan er één eind vorig jaar deels is opgerold.

Het andere netwerk is nog intact, en bestaat uit een oud-officier uit het Wit-Russische leger, Mikhael Kapylou, en twee Fransen, Robert Montoya en Frédéric Lafont. De drie vormen volgens de expertgroep de harde kern van een „ingewikkeld complex van bedrijven in Ivoorkust, Tunesië en Litouwen” die gebruikt worden voor wapensmokkel.

Zo is Kapylou directeur van een bedrijf dat een motor van een Puma-helikopter naar Ivoorkust verscheepte, en haalde Montoya zeven buitenlandse technici naar Ivoorkust met de bedoeling een Mi-24 gevechtshelikopter te laten repareren.

De expertgroep had de drie handelaars al een tijd in het vizier, maar heeft nu voldoende bewijsmateriaal verzameld om de VN-Veiligheidsraad om maatregelen te vragen.

Het netwerk van deze wapenhandelaars „opereert op regionaal niveau, en vormt daarom een bedreiging voor de stabiliteit en vrede in Ivoorkust, en de West-Afrikaanse regio”, schrijven de rapporteurs.

Sinds 2004 mag Ivoorkust geen wapens of militair materieel importeren, en geen diamanten exporteren. Het wapenembargo was een reactie op een aanval van de Ivoriaanse luchtmacht op een Frans legerkamp, waarbij negen Franse militairen omkwamen. Ex-president Gbagbo, die eind 2010 de meest gewelddadige crisis in de geschiedenis van het land ontketende door zich niet neer te leggen bij de uitslag van presidentsverkiezingen, maakte er geen geheim van dat hij het embargo onrechtvaardig vond.

De VN heeft nu zwart op wit dat sommige naaste medewerkers zelfs na Gbagbo’s arrestatie nog wapens probeerden te kopen. En dat de rechterhand van Simone Gbagbo tijdens de crisis vorig jaar e-mails verzond waarin hij vaten ruwe olie en een deel van de cacao-oogst aanbood in ruil voor wapens. Cacao en olie zijn de belangrijkste bronnen van inkomsten voor Ivoorkust, dat de sterkste economie van Franstalig Afrika heeft.

Veel van Gbagbo’s voormalige medewerkers zijn naar buurland Ghana gevlucht, waar ze op wraak zinnen. De VN waarschuwen dan ook dat strengere grenscontroles dringend nodig zijn om nieuw geweld te voorkomen.

De huidige regering van Ivoorkust wordt in het rapport niet gespaard. President Alassane Ouattara, die na een maandenlange patstelling rebellen inschakelde om Gbagbo uit zijn paleis te krijgen, wordt door de expertgroep met klem verzocht het nieuwe leger, de Forces Républicaines de Côte d’Ivoire (FRCI), discipline bij te brengen.

Militairen maken zich schuldig aan een „wijdverbreid en soms zelfs gewelddadig” systeem van afpersing van trucks en automobilisten, onder het mom van veiligheidscontroles.

Aan de oostgrens van het land laten ze zich inhuren als veiligheidsescorte voor vrachtwagens die cacaobonen naar Ghana smokkelen. Ook diamanten gaan gewoon de grens over.

Omdat de politie en de gendarmerie na de crisis vorig jaar geen wapens bij zich mogen hebben – ze werden gezien als pro-Gbagbo – heeft het leger een „machtsmonopolie”, aldus de VN. Inkomsten uit afpersing en smokkel zouden gebruikt kunnen worden om wapens aan te kopen, menen de rapporteurs.