Demonstratierecht? De burgemeester gaat op zeker

Demonstratieverbod

Verbieden van demonstraties is terug van weggeweest. Burgemeesters doen dat liever dan risico lopen op wanordelijkheden. Demonstrerende partijen lijken daar handig op in te spelen.

Sinterklaas rijdt langs het lege vak dat bestemd was voor anti-Zwarte Piet demonstranten in het centrum van Dokkum. De Friese plaats was dit jaar het decor van de landelijke intocht van de goedheiligman en zijn schare pieten. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Ze hadden zaterdagochtend nog goede hoop, de anti-Zwarte Piet-betogers. De demonstratie die dag was aangemeld bij de gemeente Dokkum, er was goed overleg geweest met de burgemeester en de demonstranten hadden een plek langs de route van de Sinterklaasintocht gekregen.

Maar van demonstreren kwam het nooit. Nadat de actievoerders werden klemgereden op de A7, en vervolgens omgeleid naar Harlingen, hoorden ze op een vluchtstrook dat de burgemeester de demonstratie had verboden. De reden: mensen in Dokkum zouden op zoek zijn naar een confrontatie met de betogers, en er zouden mensen onderweg zijn met zwaar vuurwerk op zak. Burgemeester Marga Waanders (PvdA) oordeelde daarom dat ze niet langer de veiligheid van alle mensen kon garanderen.

Het komt steeds vaker voor dat burgemeesters demonstraties verbieden. Tussen 2010 en 2015 gebeurde dit slechts vier keer, blijkt uit onderzoek van juristen van de Rijksuniversiteit Groningen. In 2016 verboden burgemeesters in één jaar zes betogingen. Dit jaar staat de teller op vier, met verboden demonstraties in Rotterdam (stille tocht voor Israël), Veldhoven (Eritreërs), Enschede (Pegida) en nu Dokkum.

Lees ook dit opiniestuk van hoogleraar rechtswetenschap Jan Brouwer: Na Bonifatius is bij Dokkum het betogingsrecht vermoord

Behoefte aan controle

Demonstrerende partijen lijken handig in te spelen op de toenemende behoefte aan controle onder burgemeesters. Althans, dat gebeurde in Veldhoven, waar in april een congres van jonge Eritrese aanhangers werd verboden. Tegendemonstranten stuurden op 13 april een alarmerende brief aan burgemeester Jack Mikkers. „Wij vrezen helaas ongeregeldheden met reële kans op geweld(escalatie)”, schreven ze. Ze verwachtten op basis van sociale media ruim drieduizend tegendemonstranten, verspreid over drie dagen. De brief werd afgesloten met de mededeling dat het ze „spijt om te melden dat wij niet meer in staat zijn om de menigte te controleren”.

Nog diezelfde avond verbood Mikkers de conferentie, officieel wegens twee incidenten bij het congrescentrum. De gemeente liet ook weten de openbare orde en veiligheid niet voldoende te kunnen garanderen. Bij een blokkade van het congrescentrum en bij gevechten tussen politie en tegendemonstranten werden zo’n vijftig betogers opgepakt. De menigte van ‘duizenden’ is nooit komen opdagen.

Lees ook het interview met de burgemeester van Dokkum Marga Waanders: 'Veiligheid stond even boven het demonstratierecht'

Effectief middel

Tegendemonstraties zijn een effectief middel om de oorspronkelijke manifestatie te laten verbieden, beaamt Jan Brouwer, hoogleraar recht en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van het Centrum Openbare Orde en Veiligheid. „Terwijl het misbruik is van de bestaande spelregels.”

Betogen is een grondrecht. Volgens de wet mag een demonstratie alleen verboden of beperkt worden als volksgezondheid of verkeersveiligheid in het geding komen, of als er kans is dat wanordelijkheden ontstaan. De dreigende wanordelijkheden moeten dan ook nog eens leiden tot ‘bestuurlijke overmacht’: een situatie waarbij er ondanks alle inspanningen van de burgemeester onvoldoende politie beschikbaar is om de orde te handhaven.

Brouwer noemt het „sneu dat mensen die zich aan de regels houden het slachtoffer worden van mensen die het niet zo nauw nemen met de grondwettelijke regels”. En volgens hem zijn het altijd dezelfde partijen die betrokken zijn: groeperingen aan de verre linker- en rechterkant van het maatschappelijk-politieke spectrum.

In juni dit jaar verbood de burgemeester van Enschede een demonstratie van het extreemrechtse Pegida, nadat Anti-Fascistische Actie (AFA) Nederland had opgeroepen tot een tegendemonstratie. De Pegida-betoging werd zes weken later alsnog gehouden. Volgens Pegida-voorman Edwin Wagensveld gebeurt het „heel veel” dat tegendemonstraties van links problemen opleveren. „Doordat burgemeesters bij voorbaat op dreiging van escalatie reageren, versterken ze de uitwerking van dreigementen. Zo wordt het een effectief middel en gaan onze tegenstanders het vaker inzetten.”

Een verslaggever van NRC reed zaterdag mee in een bus met actievoerders en werd klemgereden op de A7. Lees hier zijn verslag.

Ruimte voor extreem-rechts

Ook volgens hoogleraar Brouwer doet AFA Nederland dit vaak: „Tegendemonstraties aankondigen alleen maar met het doel om toegestane, inhoudelijk onwelgevallige betogingen te frustreren of zelfs te laten verbieden.”

Dat er veel minder mag tijdens demonstraties, vindt ook Peter Storm, een „geestverwant” van AFA die vaker bij acties van AFA is betrokken maar zegt „nadrukkelijk” niet namens de organisatie te spreken. Op zijn beurt vindt Storm dat extreem-rechts veel meer ruimte krijgt om te demonstreren dan antifascistische groeperingen. Hij zegt echter nog nooit te hebben geprobeerd een demonstratie te laten verbieden: „Je zou welhaast willen dat zoiets kan. Maar als we die tactiek al zouden toepassen, is het niet effectief. In de praktijk krijgt Pegida dan meestal een extra politiekordon om zich heen en kunnen we er helemaal niet meer bij komen.”

Want, zo geeft Storm toe, demonstraties van de andere partij frustreren is wél nadrukkelijk doel. „Als extreem-rechts zich groepeert, gaat dat altijd gepaard met geweld en intimidatie. Als je dat kunt ontregelen, dan moet je dat doen.”

Geen laffe mensen

Pogingen van demonstrerende partijen een betoging te laten verbieden zijn niet bekend bij Liesbeth Spies, burgemeester van Alphen aan den Rijn en voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. „Daar heb ik nog nooit van gehoord.” Ze vindt de kritiek dat burgemeesters te snel betogingen verbieden onterecht. „Burgemeesters zijn geen laffe mensen”, zegt Spies. „En ondanks alle voorbereidingen kan het toch zo zijn dat je onvoldoende in control bent om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. Dan mag en moet je een demonstratie kunnen verbieden.”

Maar alleen een veiligheidsprobleem zonder dat sprake is van bestuurlijke overmacht is niet voldoende om een betoging te verbieden, zegt hoogleraar Brouwer. „En het lijkt alsof iedereen dat vergeten is.”

Hij pleit voor een minder repressieve houding van burgemeesters. En ondanks hun tegengestelde denkbeelden zijn Wagensveld en Storm het daarmee eens, vertellen ze los van elkaar aan de telefoon.

„Dat frustreren zin heeft, komt omdat je via de officiële weg niets meer mag”, zegt Storm. „Er zou al veel gewonnen zijn als burgemeesters zich aan hun eigen regels houden en terughoudender zijn.”

Hoog tijd dat de overheid anders gaat reageren op dreiging van escalatie, vindt Wagensveld van Pegida. „Wacht eens af en kijk of het risico echt zo groot is.”

Waar de twee kampen het ook over eens zijn, is dat de verboden demonstratie in Dokkum laat zien dat in Nederland met twee maten gemeten wordt. Al illustreren ze dat net even anders: „Moet je voorstellen dat tegenstanders van Zwarte Piet een paar bussen met PVV’ers hadden klemgereden”, zegt Storm. „Dan waren we uit elkaar geslagen.”

Wagensveld: „Bij ons worden demonstraties al verboden als er via Facebook wordt gedreigd. Zíj mochten tenminste nog afreizen naar Dokkum.”