Sancties maken Iraniërs somber en regime soepeler

Door de sancties tegen Iran daalt de repressie en groeit de depressie in Teheran. Jasjes zijn korter, hakken hoger. Maar wat heb je eraan als het leven onbetaalbaar wordt?

TEHRAN, (aka TEHROUN, aka TEHERAN), 2009. ©Haut et Court/Courtesy Everett Collection everett/Hollandse Hoogte

De stemming is bedrukt aan de eettafel in het smaakvolle appartement in een voorstadje van Teheran. Het eten is goed, het gezelschap prettig maar het gesprek wil niet los komen van de omstandigheden in Iran, bestuurd door een autoritair regime en wegens zijn omstreden nucleaire programma door de buitenwereld belaagd met sancties.

De rial, de Iraanse munt, keldert en de prijzen stijgen. Ook deze bemiddelde Iraniërs merken het. Ze dubben over vertrek, niet voorgoed, maar zolang de problemen duren.

Niemand die in deze reportage aan het woord komt, wil met zijn naam in de krant. Zelfs niet de blije conciërge van een bedrijfsgebouw aan de Vali Asr, de kilometerslange hoofdstraat die Teheran van noord naar zuid doorsnijdt, die als enige tevreden is over de situatie in de islamitische republiek. Je weet maar nooit hoe de autoriteiten reageren. Dat is de repressieve kant van het dagelijks leven waarmee iedereen te maken heeft.

Maar Iran heeft twee gezichten. Vroeger gingen periodes van toenemende politieke onderdrukking samen met het verscherpen van kledingregels en het afdwingen van andere sociale geboden. Vandaag is daarvan weinig te merken. Moderne Iraanse meisjes hebben hun verhullende kleding ingeruild voor scherp gesneden jasjes. Nu accentueren ze zelfs hun slanke taille met een tot stikkens toe aangetrokken ceintuur.

De kledingpolitie komt nog wel langs, maar zonder veel overtuigingskracht. De etalagepoppen hebben ook weer hoofden, met hoofddoek natuurlijk, wat een tijdlang als lustopwekkend was verboden.

Al zouden ze het willen, dan nog zijn de autoriteiten niet meer bij machte de straat te herislamiseren, zeggen sommige Iraniërs. Anderen denken dat de burgers in de verslechterende economische omstandigheden bewust een beetje ruimte krijgen, om een opstand te voorkomen.

De nationale depressie wordt niet veroorzaakt door de angst voor oorlog. Volgens een eigenhandige, onrepresentatieve peiling tijdens een urenlange wandeling langs de Vali Asr vertrouwen veel Iraniërs erop dat Amerika geen aanval op de Iraanse atoominstallaties zal uitvoeren. Waarom? „Amerika is bezorgd over de gevolgen”, zegt een politieke wetenschapper in een donker koffiebarretje aan het rijkere, noordelijk deel van de Vali Asr. „En Israël is te klein om Iran aan te pakken”, verwoordt hij het Iraanse superioriteitsgevoel.

Maar de opeenstapeling van financiële en economische sancties tegen Iran heeft tastbare consequenties. Fabrieken moeten sluiten of mensen ontslaan, omdat reserveonderdelen uit het buitenland niet meer verkrijgbaar zijn of veel duurder zijn geworden en grondstoffen in prijs stijgen. Buitenlands toerisme is dramatisch teruggelopen, zegt een hoteleigenaar: „Buitenlanders vinden het hier te gevaarlijk.” Aan de Vali Asr staan veel winkels leeg.

De werkloosheid is inmiddels tot boven de 15 procent gestegen en blijft stijgen, terwijl het dagelijks leven duurder wordt. De inflatie bedraagt nu officieel 22 procent. Maar volgens officieuze statistieken zijn de voedselprijzen het afgelopen jaar gemiddeld 38 procent gestegen en neemt het tempo van de geldontwaarding toe.

Technomuziek blaast uit een muziekwinkel. Twee revolutionair bebaarde jonge mannen lopen ongeïnteresseerd langs. Vroeger zouden ze er een eind aan hebben gemaakt, zegt een passant.

Rijen verboden boeken liggen op de stoep te koop uitgestald. De Farsi-vertaling van Nabokovs Lolita, maar ook de werken van Osho, vroeger bekend als de Bhagwan. Streng verboden, want een concurrerende ideologie van de islamitische leer die in Iran aan de macht is. De verkoper staat er ontspannen bij.

Cosmetica zijn de laatste twee maanden 25 procent duurder geworden, klaagt een 30-jarige secretaresse van een drukkerij. Ze laat haar lange, fel oranje nagels zien. Buiten op straat is de sfeer meer relaxed dan een paar jaar geleden, bevestigt ze. De jasjes zijn korter, de hakken weer hoger. Maar wat heb je eraan als het leven onbetaalbaar duur wordt?

Volgens een telefonische peiling van het Amerikaanse opiniebureau Gallup die in december en januari werd uitgevoerd, staat niettemin nog steeds een ruime meerderheid achter een vreedzaam nucleair programma: 57 procent voor, bij 19 procent tegenstanders. Een militair programma zou 40 procent steunen, bij 35 procent tegenstanders.

Het Iraanse regime zegt dat het nucleaire programma alleen is bedoeld om stroom op te wekken en voor medische doeleinden. „Iedereen wil een akkoord met het Westen”, zegt de chef van de secretaresse. „We praten er veel over met vrienden. Maar wat komt er hier daarna? Wordt het leven beter of niet?”

De afgelopen twee, drie jaar is hard gewerkt aan de infrastructuur. Er rijden dubbeldekstreinen met televisie aan boord. De files staan er nog in Teheran, maar het wegennet is zichtbaar verbeterd.

Parken worden zorgvuldig onderhouden en de groendienst heeft ruim geïnvesteerd in nieuwe bomen langs de wegen. In de bermen staan de bloemen in het gelid.

Zo proberen de autoriteiten te laten zien dat er niets aan de hand is. Het heeft zijn uitwerking niet gemist op de conciërge van het bedrijfsgebouw. „Het leven is hoe dan ook beter dan vroeger. Vergelijk het maar met dertig, veertig jaar geleden”, zegt hij. „Dat is de dynamiek van het leven! Sancties, oorlogsdreiging, dat maakt niet uit. Al mijn vrienden en buren denken er net zo over.”

Onzin, zegt een gepensioneerde hoogleraar Engelse taal en letterkunde. „Dertig, veertig jaar geleden konden Iraanse burgers overal zonder problemen naar toe. Overal accepteerden buitenlandse banken de Iraanse rial. Kijk nu eens! De politiek van het regime heeft ons vernederd. Nu moet ik via vrienden en vrienden van vrienden geld zien te krijgen naar mijn kind in het buitenland.”

„Op de kleuterschool mogen de kinderen niet dansen of zingen. Studenten op de universiteit zijn nauwelijks te motiveren. Ze studeren alleen omdat ze anders niets te doen hebben of omdat hun ouders het hun zeggen. Maar ze weten dat er geen werk voor hen is.”

„Iedereen is gedeprimeerd. We moeten maar hopen dat de komende nucleaire onderhandelingen iets goeds opleveren. Het regime is werkelijk stupide genoeg om een regeling niet te accepteren.”