Rothko breekt record op veiling

Het blijft maar records regenen op de internationale kunstmarkt. Werd vorige week nog een van de vier versies van De Schreeuw van Munch bij Sotheby’s in New York verkocht voor een recordbedrag van bijna 120 miljoen dollar (ruim 91 miljoen euro), gisteren ging bij concurrent Christie’s in New York het schilderij Orange, Red, Yellow (1961) van Mark Rothko onder de hamer voor een bedrag van 86,9 miljoen dollar – de hoogste prijs ooit voor een Rothko betaald.

Ook de veiling zelf brak een record. De totale opbrengst van het 59 lots tellende aanbod aan naoorlogse kunst was 389 miljoen dollar. Tot nu toe was de veiling van contemporaine kunst met de hoogste opbrengst de voorjaarsveiling van Christie’s in mei 2007, met een opbrengst van 385 miljoen dollar.

Het schilderij van Rothko was een van de dertien werken die geveild werden uit de nalatenschap van David Pincus, de in december overleden directeur van modefabrikant Pincus Brothers-Maxwell. Pincus had het werk in 1967 gekocht in de New Yorkse Marlborough Gallery, later gaf hij het in bruikleen aan het Philadelphia Museum of Art. De waarde was vooraf geschat op 45 miljoen dollar, maar dankzij diverse telefonische biedingen schoot de prijs snel omhoog. Volgens Christie’s is de Rothko het duurste contemporaine werk dat ooit verkocht is. Dat record was tot nu toe in handen van Francis Bacon, wiens werk in mei 2008 86,3 miljoen dollar opbracht.

Een ander werk uit de Pincus-collectie, het schilderij No.28 van Jackson Pollock uit 1951, brak ook een kunstenaarsrecord. Het doek werd verkocht voor 23 miljoen dollar, bijna een verdubbeling van het vorige record van 11,7 miljoen uit 2004. Verder werden er gisteren kunstenaarsrecords gebroken van Gerhard Richter (21,8 miljoen dollar), Barnett Newman (22,5 miljoen dollar), Alexander Calder (18,6 miljoen dollar) en Yves Klein (36,5 miljoen dollar).