Column

Prachtig Pekela

Goed dat het begrip ‘allochtoon’ uit Nederland gaat verdwijnen. Waarmee niet is gezegd dat het onbegrip ook verdwijnt uit de Nederlanders. Zie het Groningse Oude Pekela, waar ze zaterdag nog met asielzoekers vochten. Waarna jonge autochtonen elkaar opjutten via de sociale media en er maandagavond 150 „Pekelaars”, zoals ze zichzelf noemen, voor het plaatselijke asielzoekerscentrum kwamen dreigen en er een ruit ingooiden.

Gisteren stond ik daar net met locatiemanager Yvonne Postema-Kroon te praten, toen alweer een auto langs slingerde, blote armen met gebalde vuisten uit de ramen. Wat ze riepen klonk als: „EUPHOOPAAALUUUH”.

De populairste nieuwsvoorziening van dit dorp is tegenwoordig de website ‘Prachtig Pekela’. Daar vertellen getuigen hoe op de kermis een meisje werd geslagen, hoe een groep autochtone jongens zich toen op de asielzoekers stortte, op zeven jongens. Hoe die later terugkeerden met veertig man, met stokken, met kettingen, en in het wilde weg klappen uitdeelden. Anderen melden dat de asielzoekers op de kermis eerst werden uitgemaakt voor „tering Turken” en „tering buitenlanders” . Dat „een groep van het AZC onder de cola werd gespoten en dat er rotjes aan colablikjes werden aangestoken en daarna hun richting uit gegooid”.

Op het gemeentehuis bleek burgemeester Schollema net thuis aan de boterham te zitten. Zijn woordvoerder zei dat het om zeven alleenstaande minderjarige asielzoekers ging en dat er een onderzoek loopt. De uitkomst zou „pfoe, een week of twee ofzo?” op zich laten wachten.

Voor de supermarkt sprak ik een man aan in een zwart bomberjack. Op zijn T-shirt stond Böhse Onkelz: een Duitse rockband, onder liefhebbers bekend van het nummer ‘Türken Raus’.

Hij heette Be. En hij weigerde halsstarrig zijn achternaam te noemen. Niettemin constateerden we eensgezind dat er elf jaar geleden precies zo’n vechtpartij tussen dorpsgenoten en asielzoekers was, inclusief kettingen en stokken. En dat Be twintig jaar geleden ook al hetzelfde deed op de kermis, maar dan tegen andere dorpen.

„Dus eigenlijk helpen jullie deze jongens integréren”, zei ik.

„Ergens wel”, zei Be. „Maar helaas komt de politie er nu sneller bij. Dat komt door de sociale media.”

Ik zat ook nog wat tussen oude mannen op een bankje. Oude Pekela, zei Hendrik Harms, dat is vanouds industrie. Nieuwe Pekela, een kilometer verderop, daar wonen de boeren. En daar keken de Oude Pekelders dus op neer.

De acht strokartonfabrieken van Oude Pekela zijn nu op één na gesloten. De inkomens zijn laag en het plaatselijke zwembad ging door geldgebrek ook al dicht. Maar de papierfabriek kreeg wél twee ton subsidie voor nieuwe machines. Konden ze daar nóg tien mensen ontslaan.

Nu zijn ze er nog minder dan de boeren. Dat lijkt in de eerste plaats achter de woede in het dorp te zitten. Ook daarvoor hebben we het woord ‘allochtoon’ dus niet nodig.