'Pensioenleeftijd om ons heen gaat direct naar 67'

Frankrijk, Parijs, 01 juni 2007, Jardin du Luxembourg ouderen bejaarden senioren vergrijzing in parijse parken. Parijs stad jardin du Luxembourg bezienswaardigheden toeristen tourism tourist bezienswaardigheid bezienswaardigheden genieten samen vakantie rust genieten bezoekers. Franse Paris France binnenstad toerisme fransen franse pensioen foto; Peter Hilz

De aanleiding

Tijdens een discussie over het ‘wandelgangenakkoord’ bij Pauw &Witteman op 26 april, somt Eerste Kamerlid Roger van Boxtel (fractievoorzitter D66) enkele „fundamentele doorbraken” van het nieuwe akkoord op. Zoals die over de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Er is afgesproken dat al in 2013 de AOW-leeftijd met een maand wordt verhoogd. In de jaren daarna wordt de pensioenleeftijd in stappen verder verhoogd. In 2019 zal de pensioengerechtigde leeftijd dan 66 jaar zijn en uiterlijk in 2024 moet die op 67 staan. Daarna wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld – als de levensduur van Nederlanders blijft toenemen, blijft ook de AOW-leeftijd stijgen. Dit alles is een licht vervroegde invoering van het eerdere, door sociale partners zwaarbevochten, pensioenakkoord. Daarin werd afgesproken de pensioenleeftijd te verhogen tot 66 jaar in 2020 en 67 jaar in 2025. Van Boxtel zei over dat pensioenakkoord: „Hoe kan het dat alle landen om ons heen gewoon in één keer naar 67 gaan, en wij al vier jaar aan het praten zijn over één jaar erbij, pas in 2020?” Lezer Frank Maas vroeg next.checkt of het waar is dat „alle landen om ons heen” in één keer de pensioenleeftijd verhogen naar 67 jaar.

Interpretaties

Wat bedoelde Roger van Boxtel met „alle landen om ons heen”? Na een week lang herhaaldelijk mailen en bellen kwam pas kort voor de deadline antwoord op die vraag. De persvoorlichter van Van Boxtel mailt: „In de directe buurlanden gaat het om Duitsland en Groot-Brittannië. Verder gaat het om Noorwegen, Denemarken, Spanje, Italië, Ierland en de Verenigde Staten.” next.checkt heeft de uitspraak van Van Boxtel op televisie zo geïnterpreteerd dat hij de landen bedoelde die Nederland direct omringen – de VS is volgens ons moeilijk een ‘land om ons heen’ te noemen. next.checkt keek daarom naar België, Duitsland, de Scandinavische landen, Groot-Brittannië en Frankrijk.

Verhogen al die landen inderdaad in één keer de pensioenleeftijd naar 67 jaar? Of wordt de verhoging geleidelijk doorgevoerd? En: doen ze dat dan op kortere termijn dan Nederland dat doet – afgaande op Van Boxtels toevoeging dat er volgens het oorspronkelijke plan in Nederland pas in 2020 verhoogd zou worden? En, tot slot, is het inderdaad zo uitzonderlijk dat er in Nederland „al vier jaar gepraat wordt over één jaar erbij”?

En, klopt het?

De buren in het noorden:

In Scandinavië waren ze er eerder bij dan in Nederland. Begin jaren zeventig werd in Noorwegen de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd naar 67 jaar. De economische crisis in de jaren negentig bracht Zweden tot een vergelijkbare beslissing: de Zweden kunnen hun AOW aanzienlijk verhogen als ze tot hun 67ste blijven werken. Ze mogen wel al stoppen met werken als ze 61 zijn, maar dan ontvangen ze een lagere pensioenuitkering. In Denemarken begonnen ze in 2005 te praten over het opschroeven van de pensioenleeftijd, en in 2008 werd besloten om die vanaf 2025 te koppelen aan de levensverwachting. Vanaf 2014 stijgt de pensioenleeftijd van de Denen in stappen van zes maanden per jaar naar 67.

De buren in het westen:

In 2005 kwam een Britse regeringscommissie met het advies de pensioenleeftijd in fasen omhoog te brengen naar 68 jaar. De commissie had op dat moment drie jaar aan het rapport gewerkt. In 2006 werd de Britse politiek het eens en werd definitief besloten dat de pensioenleeftijd in drie stappen omhoog gaat naar 68 jaar. Vrouwen mogen nu nog op hun 60ste stoppen met werken, straks worden ze gelijkgeschakeld met mannen. In 2020 wordt de pensioenleeftijd van de Britten verhoogd naar 66 jaar, in 2026 naar 67 jaar en in 2032 naar 68 jaar.

De buren in het oosten:

Net als in Nederland gaat in Duitsland de pensioenleeftijd omhoog naar 67 jaar. Net als in Nederland hebben de Duitsers daar een aantal jaar over gesproken (van 2005 tot 2007) en net als in Nederland zal het een geleidelijk proces zijn. Vanaf dit jaar wordt de pensioenleeftijd er elk jaar met een maand opgehoogd. Van 2024 tot 2029 worden er jaarlijks twee maanden bij geteld.

De buren in het zuiden:

In België is van een pensioenleeftijd van 67 jaar nog helemaal geen sprake. De wettelijke pensioenleeftijd blijft daar 65 jaar. Mensen die 35 jaar hebben gewerkt, kunnen al op hun 60ste met de vut. Over vier jaar gaat de vut-leeftijd er naar 62, voor Belgen die 40 jaar hebben gewerkt. Deze verhoging leidde in België al tot hevige protesten.

Nog soepeler is het pensioensysteem in Frankrijk – weliswaar geen buurland, maar het ligt dichtbij genoeg om te spreken van ‘een land om Nederland heen’. In Frankrijk mag, tot 2018, iedereen op z’n 60ste stoppen met werken als hij 41 jaar heeft gewerkt. Daarna gaat de minimum-pensioenleeftijd omhoog naar 62 jaar. Wie doorwerkt tot zijn 67ste en dan 42 jaar gewerkt heeft, ontvangt 100 procent van het laatstverdiende salaris. Ook in Frankrijk werd hevig geprotesteerd tegen deze versobering van het pensioenstelsel. De afgelopen weekend gekozen nieuwe president François Hollande heeft al aangekondigd de pensioenleeftijd weer omlaag te willen brengen naar 60 jaar.

Conclusie

Ten eerste: niet alle landen die Nederland omringen verhogen de pensioenleeftijd naar 67 jaar – in België blijft de pensioenleeftijd 65 en in Frankrijk gaat de vut-leeftijd over vier jaar naar 62. Ten tweede: geen van de landen om Nederland heen verhoogt de pensioenleeftijd in één keer en van de ene op de andere dag. Overal gebeurt dat gefaseerd – variërend van drie stappen in Groot-Brittannië tot elk jaar een maand erbij in Duitsland. En ten derde: in geen enkel land om Nederland heen gingen bestuurders over één nacht ijs. In Groot-Brittannië was de politiek er relatief snel uit – na een driejarig onderzoek werd na een half jaar de knoop doorgehakt. In, bijvoorbeeld, Denemarken en Duitsland werd er net als in Nederland jaren over gesproken voor er een beslissing viel. De bewering van Rogier van Boxtel dat wat betreft de pensioenleeftijd „alle landen om ons heen gewoon in één keer naar 67 gaan” beoordelen we als onwaar.